headerlogo2

Dit artikel is overgenomen uit Verwachting 74  2015. Een uitgave van stichtingdeheraut

De geestelijke wereld gaat open
Al langere tijd maak ik mij zorgen over de vele jongeren in onze tijd die in toenemende mate spirituele ervaringen opdoen, maar dikwijls niet weten wat die ervaringen betekenen en hoe ze ermee om moeten gaan. Sommigen zijn er laconiek onder, maar anderen worden er bang van, en nog weer anderen raken erdoor in paniek. Maar om wat voor ervaringen gaat het daarbij dan eigenlijk? Laat ik er een paar mogen noemen:

  • Ze krijgen korte en indringende flitsen van vorige levens, maar hebben geen benul van wat die beelden nu eigenlijk willen zeggen.
  • Anderen krijgen in een flits beelden uit de astrale wereld te zien en weten niet wat die soms zo beangstigende beelden betekenen en wat zij daarmee aan moeten.
  • Weer anderen nemen entiteiten waar, of zien hun opa of hun oma en begrijpen niet hoe dat kan en hoe ze daarmee om moeten gaan.
  • Nog weer anderen zien kleurenflitsen, maar dan van kleuren die niet van deze aarde zijn en dus duidelijk uit de astrale wereld komen. Die kleuren fascineren hen dikwijls, maar ze begrijpen niet wat dat voor kleuren zijn.

Het zijn maar een paar voorbeelden: ik zou er veel meer kunnen noemen. Ik heb het sterke gevoel – en merk dat ook aan de mailtjes die ik daarover krijg – dat het aantal van dit soort ervaringen toeneemt en dat steeds meer jongeren ermee geconfronteerd worden. Wat zij nodig hebben, is uitleg. En wel op een eenvoudige manier die hun werkelijk inzicht geeft.

De opdracht om te aarden en te gronden
Bij sommige jongeren is het duidelijk dat zij als het ware te open staan voor de geestelijke wereld en dat zij eerst nog wat meer moeten aarden. Vaak merk ik bij hen een onbewuste angst om het aardse leven te aanvaarden en daarmee de band met de geestelijke wereld kwijt te raken. Het is alsof ze op de rand van het zwembad staan, maar nog niet in het water durven springen. Het scherm, dat de aarde afsluit van de geestelijke wereld, is bij hen nog niet goed dicht. Toch moeten zij zich in deze fase van hun leven niet zozeer op de geestelijke wereld richten, maar moeten zij leren thuis te raken op aarde.
In het verleden heb ik meerdere keren tegen zulke jongeren gezegd dat zij zich eerst met het aardse moeten leren verbinden, voordat ze zich mogen richten op de geestelijke wereld. Daarbij gaf ik hun het advies om maar liever aan sport te gaan doen (judo, tennis of wat dan ook) of andere ‘aardse’ hobby’s te beoefenen, in plaats van naar mijn lezingen te komen. Hun opdracht in deze levensfase was immers om te leren gronden en aarden. Zouden ze een verbinding met de geestelijke wereld krijgen, voordat ze voldoende geaard en gegrond zijn, zou dat zelfs gevaarlijk kunnen zijn en hen van hun geestelijk evenwicht kunnen beroven.

Onverwachte ervaringen
Bij andere jongeren is dit echter niet het geval: zij zijn als het ware in het water van het zwembad gesprongen en hebben zich – de een met een zekere aarzeling, de ander vol enthousiasme - met het aardse leven verbonden. Hen overkomen die flitsen van verbinding met de geestelijke wereld meestal onverwacht en onvoorbereid. Zij hebben dan ook de hulp en het inzicht van volwassenen nodig die het hoe en waarom van deze ervaringen hebben begrepen en die daarom in staat zijn onze jongeren een helpend inzicht te schenken.
Vanzelfsprekend is dat niet: veel mensen – denk alleen maar aan de vereniging Skepsis - wijzen alles wat met de geestelijke wereld te maken heeft af en geloven daarom ook niet in bovengenoemde helderziende ervaringen. Zij zien dit soort ervaringen als inbeelding, als hallucinatie of als droombeelden. Van hen hoeven de jongeren van tegenwoordig dus geen hulp te verwachten. Integendeel: zij verleiden onze jongeren ertoe hun eigen ervaringen af te wijzen en als onzinnig te bestempelen. Dat is tragisch. Want juist in deze tijd zullen steeds meer mensen (met name ook steeds meer jongeren) ervaringen met de geestelijke wereld opdoen. Ervaringen die als een soort wake-up call gelden, die hen wakker willen roepen en hen bewust willen maken van de geestelijke wereld.
Maar hoe komt het eigenlijk dat deze ervaringen in onze tijd hand over hand toenemen?

De verschijning van Christus in de Tweede Wereldoorlog
In 1899 eindigde het Kali Yuga, het IJzeren Tijdperk dat 5000 jaar lang de geestelijke wereld afgescheiden hield van de aarde. (Het Kali Yuga duurde van 3001 v. Chr. tot 1899 na Chr.) Sinds die tijd – dus sinds 1899 na Chr. - beginnen de mensen ervaringen op te doen met de geestelijke wereld – simpelweg omdat sindsdien het gordijn tussen de aardse en de geestelijke wereld (ook wel de sluier van Isis genoemd) heel langzaam doorzichtig begint te worden. Terugkijkend naar de ervaringen die mensen sinds die tijd opdoen, valt allereerst op wat in de Tweede Wereldoorlog werd beleefd. Sommige mensen die in de diepste nood verkeerden – met name in de concentratiekampen in Duitsland en de kampen in Nederlands-Indië – zagen plotseling een stralende etherische Lichtgestalte (of iemand die eruit zag als een gewoon mens, maar dan meestal doorschijnend). Ze wisten meteen met een zeker innerlijk weten wie hij was: dat is Jezus of: dat is Christus. En dat gold ook voor mensen die niet christelijk waren opgevoed.
Het is ontroerend om aan hun verslagen af te lezen, hoezeer zij aan deze verschijning van Christus de kracht ontleenden om staande te blijven in wat de hel op aarde genoemd mag worden. Zo werd in het diepste donker van de Tweede Wereldoorlog het hoogste licht zichtbaar. En is dat niet herkenbaar in wat zoveel mensen ook in onze tijd nog doorleven? Dat wie de moed heeft moedig door het donker van het leven heen te gaan op een onverwacht moment ook het licht van de troost en bemoediging, waar geen woorden voor zijn, mag ervaren? Zo diep als een mens soms moet afdalen in het uitzichtloze duister, zo hoog mag hij dikwijls ook opklimmen tot in het hart van het hoge licht.

BDE’s, engelen en Christuservaringen
Sinds die tijd zijn de ontwikkelingen op dit gebied snel gegaan. Iedereen weet inmiddels wel wat een bijna-doodervaring is: een BDE. Toch is die term pas in 1975 door de Amerikaanse arts (cardioloog) Raymond Moody bedacht en in zijn boeken naar buiten gebracht.1 Het laat zien hoe de mensen wereldwijd geboeid werden door dit fenomeen, vooral ook omdat steeds meer mensen daarover begonnen te vertellen. Bij een BDE verlaten de mensen hun fysieke lichaam en gaan de geestelijke wereld binnen. Daar ervaren zij een werkelijkheid die zoveel reëler is dan de aardse werkelijkheid. Helaas zijn menselijke woorden volkomen ontoereikend om die te beschrijven.
Behalve de BDE’s begonnen in die tijd ook de ervaringen, die mensen met engelen opdeden, de aandacht te trekken. De Nederlandse huisarts H.C. Moolenburgh deed in 1982 een onderzoek onder zijn patiënten. Hij stelde hen de vraag: Heeft u ooit in uw leven een engel gezien? De antwoorden waren verrassend en heel gevarieerd. Het bleek dat verbluffend veel mensen een ervaring met een engel hadden opgedaan.2 Ook zelf heb ik in mijn werk veel aandacht aan engelen besteed. Het leidde ertoe dat ik bij de Ikon, waar ik in die tijd als radiopastor werkte, tot een omstreden persoonlijkheid werd.3
Na de engelen waren het de verschijningen van Christus die meer en meer de aandacht begonnen trekken. In mijn tijd als radiopastor bij de Ikon (omstreeks 1990) vertelden veel mensen mij over zo’n ervaring. Maar bijna altijd begonnen ze hun verhaal met de opmerking: Ik wil u iets vertellen wat ik nog nooit aan een ander verteld heb. Tot op de dag van vandaag vinden mensen het heel moeilijk om over een Christuservaring te praten. Vooral omdat het enerzijds zo’n kostbare ervaring is en er anderzijds geen toereikende woorden te vinden zijn om deze ervaring te beschrijven. Is het bij een BDE al bijna onmogelijk om die te beschrijven, voor een Christuservaring geldt dat in nog sterkere mate. Daarnaast durven de mensen daarover niet te praten omdat ze bang zijn dat anderen hen voor gek of arrogant zullen verslijten.
Ik schreef over deze ervaringen in het boek: De verschijningen van Christus in deze tijd. Dit boek is inmiddels uitverkocht en alleen nog antiquarisch verkrijgbaar. In die tijd las ik ook het boek van de Zweedse onderzoekers Hillerdal en Gustafsson, Christuservaringen Heden, waarin ik soortgelijke ervaringen las als die mij verteld waren.4 Het is een boek dat laat zien hoe ‘gewoon’ Christuservaringen zijn geworden in onze tijd, maar ook hoe moeilijk het is om daar open over te praten, omdat er nog steeds zoveel mensen zijn die deze ervaringen als hallucinaties bestempelen.

03 altar2

Het gordijn gaat steeds verder open
De ontwikkeling, die vanaf de Tweede Wereldoorlog zichtbaar werd - dat de sluier van Isis langzaam wordt weggenomen en wij steeds sterker in verbinding komen met de geestelijke wereld - gaat in onze tijd versneld verder.

  • Zo wordt het voor steeds meer mensen voelbaar dat er een verbinding mogelijk blijft met onze geliefde gestorvenen: zij ervaren hulp, inspiratie en een blijvend lijntje met hun geliefde die gestorven is.
  • Anderen beleven een spontane verschijning van hun gestorven geliefde.
  • Weer anderen voelen de eerste drie dagen na de dood van hun geliefde (partner, kind of dierbare vriend/in) een soort euforie: zij mogen iets van de intense vreugde meebeleven die hun gestorven geliefde direct na de dood opdoet.
  • Ook krijgen sommige mensen spontaan beelden van toekomstige gebeurtenissen te zien: een soort voorschouw. Het is niet gemakkelijk om daarmee om te gaan en de last van deze gave te dragen. Toch is dit een verschijnsel dat alleen maar zal toenemen.
  • Anderen beleven karmische flitsen: ze doen iets en krijgen in een beeld, dat als een flits voor hun ogen opdoemt en even snel weer voorbijgaat, te zien wat in de verre toekomst de karmische uitwerking van hun handeling zal zijn. Je kunt zo’n moment verslapen, dat wil zeggen: je kunt er achteloos aan voorbijgaan en het vergeten. Maar je kunt je ook door zulke ervaringen laten beleren. Ze laten immers iets zien van de gevolgen van jouw doen en laten.

Vrijheid moet behoed wordenVan al deze ervaringen geldt dat wij moeten leren daarmee op de juiste wijze om te gaan. Het is, alsof wij in onze tijd een nieuwe wereld betreden en alsof wij de wetten van die wereld nog niet kennen. De belangrijkste wet van de geestelijke wereld is natuurlijk die van de liefde. Maar even belangrijk is de wet van de vrijheid. Laat me dat met een voorbeeld mogen toelichten. Iemand had eens een opdracht van een engel gekregen: hij moest in bepaalde kringen in Amerika een boodschap brengen. Toen hij dat gedaan had, bleef hij in Amerika wachten op de volgende boodschap van de engel. Die kwam echter niet. Daardoor bleef hij vijf jaren langer in Amerika hangen dan hij eigenlijk zelf had gewild. Na vijf jaren gaf hij het wachten op en ging weer terug naar huis. Pas veel later werd het hem duidelijk, waarom de engelen hem niet opnieuw een opdracht hadden gegeven: om hem zijn vrijheid niet te ontnemen en hem te leren dat hij steeds naar zijn eigen innerlijk moest blijven luisteren.

  • Deze regel van de vrijheid mogen wij ook jongeren bijbrengen die met helderziende ervaringen te maken krijgen: maak je nooit afhankelijk van boodschappen van anderen, niet van engelen en niet van helderzienden. Blijf naar binnen luisteren, als naar de kern van je wezen.
  • Helderzienden zullen altijd de vrijheid van de ander moeten behoeden en dus niet alles mogen uitspreken wat zij zien of weten.
  • Als we een voorschouw hebben waar anderen bij betrokken zijn, is het niet altijd zinvol dat bekend te maken: het kan de vrijheid van de ander aantasten.
  • Als een gestorvene ons verschijnt, mogen we hem of haar niet terugroepen: dan ontnemen we hem of haar zijn vrijheid.

Regels voor de omgang met helderziende ervaringenEn wat zijn de andere regels waarin wij ons moeten scholen in onze omgang met helderziende ervaringen, en in welke regels mogen wij op onze beurt jongere mensen scholen? Laat ik de belangrijkste kort op een rij zetten:

  • Nu het gordijn naar de geestelijke wereld opengaat, ofwel: nu de sluier van Isis langzaam doorzichtig wordt, moeten wij leren leven in verbinding met de geestelijke wereld. We dienen de geestelijke wereld te zien als de wereld van onze herkomst en onze toekomst. En vanuit die wereld komen we af en toe naar de aarde om hier onze lessen te leren.
  • Word je bewust dat dit leven er een is in een langere reeks van levens op aarde. Alleen dan zal je de karmische beelden kunnen plaatsen.
  • Zorg dat je voortdurend goed geaard bent: pas dan zal je op een goede manier kunnen omgaan met helderziende ervaringen zonder dat je door die ervaringen geestelijk uit evenwicht geraakt.
  • Besef dat het aardse leven een leerschool is. Word je dan ook je lessen bewust.
  • Alleen wie innerlijk zuiver is en hard aan zichzelf werkt, zal ook op een zuivere manier met helderziende ervaringen kunnen omgaan. Wie dat niet doet kan gemakkelijk in de handen vallen van negatieve geestelijke krachten.

Oproep
Ik begon dit artikel met het uitspreken van mijn zorg over jongeren in onze tijd die in toenemende mate moeten leren omgaan met helderziende ervaringen. Dat kunnen zij alleen als hen dat wordt voorgeleefd door de ouderen. Daarom houdt dit artikel een oproep in aan ouderen: hoe ga jij zelf om met intuïties, met belangrijke dromen en met helderziende flitsen of ervaringen? Besef: wat je in dit opzicht aan inzicht en aan zelfopvoeding verovert, is een geschenk voor onze jongeren – een geschenk dat ze zo nodig hebben!

1   Zie Raymond Moody, Leven na dit leven, Ervaringen van mensen tijdens hun klinische dood, Uitg. Strengholt United Media, 2008  terug
2   H.C. Moolenburgh, Engelen als beschermers en helpers der mensheid, Uitg. Ankh-Hermes, 1993    terug
3  Zie bijvoorbeeld mijn boeken: Leven met engelen, Uitg. Ankh-Hermes, 2002, en: Mijn beschermengel en ik, Uitg. Ankh-Hermes, 2008
    Gunnar Hillerdag en B. Gustafsson, Christuservaringen Heden, Uitg. Perun, 2003   terug

 04 bloem2

Naar het begin van dit artikel