headerlogo2

Dit artikel is overgenomen uit Verwachting 75  2015. Een uitgave van stichtingdeheraut

Een beladen thema
Steeds meer begint het thema orgaandonatie mij bezig te houden: het geschenk van (onder meer) een nieuw hart, een nieuwe lever, een nieuwe nier en nieuwe longen. Daarbij is het belangrijk het verschil te kennen tussen weefseldonatie en orgaandonatie. Want voor orgaandonatie geldt dat organen levend moeten zijn, willen ze getransplanteerd kunnen worden. Dat geldt echter niet voor weefseldonatie, waarbij weefsels zoals huid, hoornvliezen, botweefsel en hartkleppen van het lichaam van een gestorvene worden weggenomen. Dat kan tot vierentwintig uur na het overlijden van iemand (als het lichaam tenminste na het overlijden wordt gekoeld). Organen moeten daarentegen genomen worden uit een lichaam dat op een bepaalde manier nog leeft: waarvan het hart klopt, de ademhaling werkt en het bloed nog stroomt.
Met weefseldonatie hebben velen dan ook niet zo’n moeite. Maar bij bezinning op orgaandonatie doemen allerlei ingrijpende vragen op. Denk bijvoorbeeld aan deze vragen en overwegingen:


  • Wat is het lot van de donor? Ofwel: wat zijn de gevolgen van donatie voor de donor? Heeft de donatie van zijn organen invloed op zijn sterfproces en op zijn verdere leven na de dood? En heeft het misschien zelfs invloed op zijn volgende aardse levens? Het is opvallend dat deze vragen in de publieke discussie over orgaandonatie zelden of nooit gesteld worden, maar dat de aandacht meestal alleen maar uitgaat naar de ontvangers van organen.
  • Wat zijn de gevolgen voor de ontvanger die niet alleen een nieuw orgaan, maar ook de daarmee samenhangende geestkrachten ontvangt? Het boeiende is dat in deze tijd steeds meer ervaringen van ontvangers van donororganen naar buiten komen die duidelijk maken dat de ontvanger niet alleen een nieuw orgaan krijgt, maar dat hij of zij ook geestelijke krachten, zoals karaktereigenschappen van de donor meekrijgt.
  • En wat houdt het criterium hersendood eigenlijk in? Met deze term wordt aangegeven dat iemand die in een diep coma verkeert, in feite - zoals door de overheid gezegd wordt - dood is omdat zijn hersens niet meer werken. Daarom mogen de organen van diens lichaam gedoneerd worden aan iemand die ze dringend nodig heeft. Maar is een hersendode eigenlijk wel dood? Of moet je zeggen dat hij of zij weliswaar in de stervensfase verkeert, maar nog niet gestorven is? In dit artikel wil ik met name op dit punt ingaan.

Er zijn dus allerlei ingrijpende vragen met orgaandonatie verbonden. Neem alleen al het laatste punt: als het waar is dat een hersendode niet dood is, maar stervende, dan zou dat inhouden dat hij of zij sterft op de operatietafel tijdens de uitname van organen. Dat is wel een schokkende gedachte. Want dat zou dan weer inhouden dat artsen die geroepen zijn om mensen genezing te brengen, in dit geval iemand laten sterven op de operatietafel.

Diep geschokt
Het opvallende is dat verschillende spirituele denkers die zich uitgebreid met het thema van orgaandonatie hebben beziggehouden, onafhankelijk van elkaar diep geschokt blijken te zijn door de conclusies die ze wel moesten trekken op grond van hun onderzoek. Zo zegt Marieke de Vrij dat dit het zwaarste onderwerp is, waarover ze in de loop van haar leven gesproken heeft. Waarom? Omdat ze op grond van haar studie en de inzichten die ze daarbij opdeed - en tegelijk vanuit een nauwe verbinding met de geestelijke wereld - orgaandonatie dringend moet afraden. Ze zou liever over dit thema willen zwijgen. Maar, zegt ze, wanneer ik echter niet spreek, zullen meer orgaandonaties plaatsvinden met alle gevolgen van dien.
Ger Lodewick komt tot soortgelijke conclusies. Hij schreef het boeiende, schokkende en informatieve boek: Wat je over orgaandonatie zou moeten weten.1 In dat boek draagt hij allerlei feiten aan die duidelijk maken dat een hersendode niet dood is en dat de term hersendood dus misleidend is.
Op grond van die feiten (die ik hieronder nader zal toelichten) komt hij tot de conclusie dat de vraag die de overheid ons stelt, niet klopt. De vraag die de overheid ieder van ons voorlegt, luidt immers: Ben je bereid om na je dood je organen af te staan voor een ziek iemand die hiermee verder kan leven? Zo gesteld, antwoorden velen van ons haast als vanzelfsprekend uit naastenliefde met ja op die vraag.
Maar, zegt Ger Lodewick, eigenlijk zou de vraag zo moeten luiden: Ben je bereid je organen af te staan, ook als je zeker weet dat je nog leeft, maar wel hersendood bent verklaard, omdat je lichaam (lees hersens) niet meer reageert op bepaalde prikkels? Ben je bereid om je dan zonder narcose open te laten snijden, terwijl de kans groot is dat je alles voelt en je vóór de operatie wellicht nog bij had kunnen komen? De wijze waarop Lodewick deze vraag formuleert, is wel schokkend, maar maakt tegelijk de huidige realiteit op het gebied van orgaandonatie duidelijk.
Wanneer je inzichten als deze leest, wordt het meteen al duidelijk, waarom vooraanstaande spirituele denkers en denksters – naast Marieke de Vrij en Ger Lodewick bijvoorbeeld ook Pim van Lommel - juist dit thema over orgaandonatie als heel zwaar ervaren. En je begrijpt dan ook, waarom ze er eigenlijk liever niet naar buiten toe over zouden willen spreken, maar tegelijk heel diep vanbinnen de verantwoordelijkheid voelen om dat wel te doen.

VW75 Regenboog

Hersendood is niet dood
De spirituele denkers komen, zoals we zagen, op grond van hun onderzoek tot de conclusie dat hersendood niet dood is. Maar waar komt de term hersendood eigenlijk vandaan? Het is een term die ooit bedacht is in Amerika. Dat ging zo: de Zuid-Afrikaanse hartchirurg Christiaan Barnard voerde in 1967 in het Groote Schuur Ziekenhuis in Kaapstad als eerste een geslaagde harttransplantatie uit. Natuurlijk wilden de hartchirurgen in Amerika daarna ook zulke operaties uitvoeren. Maar waar moesten ze de levende harten vandaan halen die voor zulke transplantaties nodig zijn? Ze hadden daarvoor immers levende harten nodig en konden dus geen harten uit dode lichamen gebruiken. Maar tot dan toe was het in Amerika verboden om levende organen te transplanteren. Waar moesten ze die levende harten dan wel vandaan halen? Toen ontstond het idee om de harten van patiënten te gebruiken die in een onomkeerbaar coma verkeerden en in leven werden gehouden door machines.
Vanzelfsprekend werden deze comateuze patiënten tot dan toe als levende mensen gezien. Maar in 1968 definieerde een Commissie van de Medical Harvard School de toestand van deze patiënten op een nieuwe manier: ze werden hersendood genoemd. Daardoor konden de organen van deze patiënten legaal worden gebruikt voor transplantatie: ze waren immers officieel dood verklaard.
Het is (op grond van het voorgaande) wel duidelijk dat iemand die hersendood verklaard is, niet dood is. Het zijn diep comateuze patiënten, die meestal in de stervensfase verkeren. De meeste van hen worden niet meer wakker, maar sterven uiteindelijk. Een hersendode is dus iemand die zeer ernstig ziek is en stervende genoemd kan worden, maar die niet dood is.
Leken (en dat zijn wij eigenlijk bijna allemaal) worden door de term hersendood misleid: we denken dat een hersendode ook werkelijk dood is, omdat die term dat nu eenmaal suggereert. Tegenwoordig zijn er sommige artsen die in plaats daarvan eerlijk spreken over gerechtvaardigd doden, wat weliswaar veel eerlijker is, maar wat natuurlijk veel mensen zou doen weigeren zich als donor aan te melden. Daarom wordt tot op de dag van vandaag door de overheid de term hersendood gebruikt.

Ahriman en Michaël
Wat ik verbijsterend vind, is dit: dat de overheid bij haar voorlichting over orgaandonatie nauwelijks een woord wijdt aan de term hersendood en blijft suggereren dat een hersendode ook werkelijk dood is. In de wet op de orgaandonatie wordt een hersendode zelf zo genoemd: een stoffelijk overschot dat beademd wordt. Dat is dus een flagrante leugen! We zijn wel ver afgezakt, als er zelfs in de wet leugens worden opgenomen! Juist in deze ontwikkeling zien we de verborgen (want onopvallende) werkzaamheid van Ahriman.
Het is daarentegen de opdracht van de grote aartsengel Michaël om deze leugen aan de kaak te stellen. Het is dan ook zijn inspiratie, denk ik, waardoor bovengenoemde spirituele denkers en denksters zich zo gedreven voelen om hun diepe verontwaardiging over de huidige praktijk van orgaandonatie (en dan met name over het hersendoodcriterium) kenbaar te maken. Het is een verontwaardiging die ik ook zelf voel – tot in mijn fysieke lichaam!

Hoe kan een dode een kind baren?
Dat een hersendode niet dood is, wordt op alle mogelijke manieren duidelijk. Laat me slechts een paar voorbeelden mogen noemen:

  • Mannelijke hersendoden krijgen regelmatig een erectie: hoe kan een dode een erectie krijgen?
  • Zwangere hersendode vrouwen bevallen regelmatig van een kind: hoe kan een dode een kind baren?
  • Regelmatig wordt een hersendode wakker. De 21-jarige Amerikaan Zack Dunlop werd in 2007 na een ongeluk hersendood verklaard. Vlak voordat zijn organen verwijderd zouden worden, kwam hij weer tot bewustzijn. Hoe kan een dode tot bewustzijn komen?
  • De Limburgse zakenman Jan Kerkhoffs raakte in 1992 in coma. De artsen verklaarden hem hersendood en vroegen zijn vrouw toestemming om zijn organen weg te nemen. Zijn vrouw weigerde. Toen de beademingsmachine werd uitgezet, werd hij wakker. Hij genas volledig en schreef later over zijn ervaringen het boek: Droomvlucht in coma. Dunlop en Kerkhoffs zijn niet de enige personen die genazen: er zijn wereldwijd veel meer voorbeelden van hersendood verklaarde mensen die weer genazen. Hoe kunnen doden weer tot leven komen?
  • Jan Kerkhoffs vertelde later dat hij de pijnprikkels (en apneutest) heeft gevoeld, waarmee de artsen wilden vaststellen of hij hersendood was. Hij was echter niet in staat dat duidelijk te maken aan de artsen. En dus was dat onderzoek voor hem een nachtmerrie. Zijn conclusie: een hersendode kan alles voelen en horen, maar is niet in staat te reageren!
  • De Braziliaanse arts dr. Cicero Coimbra (hoogleraar en klinisch neuroloog, dus niet de eerste de beste!) heeft een methode ontwikkeld om mensen die in een diep coma verkeren, weer te doen ontwaken.2 Een hersendode is dus ernstig ziek, maar kan genezen!
  • Dikwijls worden hersendode mensen op de operatietafel vastgebonden, voordat men begint hun organen weg te nemen. Ook wordt hen regelmatig narcose toegediend. Maar waarom wordt aan dode mensen narcose toegediend? Kennelijk zijn ze toch niet dood…

Het Lazarussyndroom
Regelmatig maken hersendode mensen op de operatietafel afwerende bewegingen als de artsen met de operatie (om organen weg te nemen) willen beginnen. Dit wordt het Lazarussyndroom genoemd. En wel naar de man uit de Bijbel die door Jezus uit de dood werd opgewekt. De term duidt dus op iemand die wakker wordt uit de dood en terugkeert in het leven.
Het Lazarussyndroom komt ook voor bij zwaar demente mensen die al maandenlang - en soms zelfs jarenlang – onbeweeglijk, zonder iets te zeggen of op wat dan ook te reageren, op bed liggen. Bij zulke mensen kan het gebeuren dat ze op een dag plotseling de hand van hun verzorger of verzorgster drukken in een kennelijk gebaar van dankbaarheid. Ook gebeurt het dat ze plotseling de verzorgende omhelzen. En dat bij mensen die jarenlang nergens meer op gereageerd hebben! Meestal sterven ze kort daarna. Het is alsof ze vlak voordat ze sterven hun verzorgers willen danken voor hun goede zorgen en duidelijk willen maken dat ze zich die zorg bewust waren.
Ook hersendode mensen op de operatietafel maken soms heftige gebaren, maar in dit geval van afweer. Daarom gebeurt het regelmatig dat zij op de operatietafel worden vastgebonden en dat zij onder narcose gebracht worden. Ook dit voorbeeld laat zien dat de hersens van iemand dan wel zwaar beschadigd kunnen zijn, maar dat hij desondanks over een bewustzijn beschikt. Ook het Lazarussyndroom maakt duidelijk: hersendood is niet dood!

Hoe is dit alles mogelijk?
Natuurlijk zal iedere lezer(es) zich net als ik afvragen: hoe is dit alles mogelijk? Als het zo duidelijk is dat hersendood niet dood is, waarom wordt dit criterium dan toch door zoveel wetenschappers verdedigd? Een duidelijk voorbeeld daarvan vond ik bij Erwin Kompagne, een ethicus. In een verslag van de NRC stond dit: De persoonlijkheid is een functie van de hersenen. Als de hersenen dood zijn, bestaat de persoon niet meer, ook al zijn de lagere functies nog intact, verwoordt Kompagne de gangbare opvatting in de wetenschap. Kort door de bocht gezegd: als iemands hersens niet meer werken, is hij dood.
Kompagne maakt twee denkfouten. De eerste is deze: de hersens van een hersendode zijn niet dood, ze werken alleen niet meer. Iemand noemde dit voorbeeld: als je arm verlamd is en slap naast je lichaam hangt, dan is je arm niet dood, hij kan alleen niet werken. Zo is het ook met de hersens van een hersendode: ze zijn niet dood, ook al werken ze niet meer!
Daarnaast zien we dat veel wetenschappers nog steeds denken dat alles van onze hersens afhangt: als de hersens niet meer werken, is er geen sprake meer van een mens… En dat terwijl Pim van Lommel in zijn bijzondere boek Eindeloos bewustzijn ons zo duidelijk heeft gemaakt dat er een bewustzijn mogelijk is, los van de hersens. Veel mensen beleefden immers een uitgebreide bijna-doodervaring en hebben daarmee aangetoond dat er een bewustzijn bestaat dat los staat van de fysieke hersens. Een van de laatste boeiende voorbeelden is dat van de Amerikaanse neurochirurg Eben Alexander wiens hersens niet meer werkten, maar die een indrukwekkende bijna-doodervaring kreeg.3
En dat is dus de tweede grote fout van Kompagne en vele andere wetenschappers: dat we geen bewustzijn meer zouden hebben als onze hersens niet meer werken… Pim van Lommel heeft duidelijk gemaakt dat die stelling niet klopt.

Denken dat een mens alleen maar bestaat bij de gratie van zijn hersens, is typisch Ahrimanisch. Beseffen dat een mens een eeuwig bewustzijn in zich draagt, is Michaëlisch… Zelf beleef ik de strijd om het criterium hersendood dan ook als een strijd tussen Ahriman en Michaël. En de vraag die ik mijzelf gesteld weet, is deze: waar sta jij in die strijd? Daarom heb ik de overheid aangegeven dat ik geen donor wil zijn.4

1   Ger Lodewick, Wat je over orgaandonatie zou moeten weten, uitgegeven door Succesboeken.nl. Pim van            Lommel schreef een uitgebreide inleiding bij dit boek.    terug
2   Dr. C. Coimbra werkt onder andere met het schildklierhormoon levothyroxyn en met hoge doses D3. Zie het blad Spiegelbeeld, mei 2013, 20e jaargang nr. 5, blz. 43    terug
3    Eben Alexander, Na dit Leven, uitgeverij Bruna    terug
4    Hopelijk ten overvloede: mijn bezwaar tegen orgaandonatie zit vooral in het feit dat organen uit levende mensen worden weggenomen. Maar als ik voor een geliefd iemand een nier zou kunnen afstaan, zou ik dat waarschijnlijk doen, ondanks de bezwaren die ook daaraan kleven. Want zo’n donatie heeft immers niets met de hersendood te maken!   terug

Zie overigens om je aan te melden of af te melden als orgaandonor: www.donorregister.
maakten



Naar het begin van dit artikel