headerlogo2

In bijna ieders leven gebeurt het wel eens: dat je door een crisis heengaat. Gewoonlijk gaat het leven zo zijn gangetje. Op de een of andere manier heeft je leven een vast patroon gekregen: je hebt een baan, een partner en je hebt misschien kinderen. Of je bent nog jong, hebt wel een partner, maar nog geen kinderen, want je wilt eerst samen van het leven genieten. Of je leeft alleen, gewoon, omdat jouw leven op de een of andere manier als vanzelf daarop uitliep. Maar hoe dan ook, je leven loopt op een gegeven moment meestal als vanzelf. Je weet al wel zo’n beetje hoe de dag van vandaag zal verlopen, hoe je programma voor morgen er uit ziet, en je hebt gewoonlijk ook wel zo ongeveer in je hoofd wat je volgende week te wachten staat.

dreigende wolken AssercourantSommigen – met name mannen - vinden het in de tijd van de midlifecrisis, het grote keerpunt in ons leven, wel een beetje saai dat het leven zo voorspelbaar is: ze hebben in die grote transformatieperiode nogal eens het gevoel dat het leven op deze manier tussen hun vingers wegglipt, zonder dat ze het voldoende hebben uitgebuit of er voldoende van hebben genoten. Dan kan het gebeuren dat ze ineens een hekel beginnen te krijgen aan dat rustige en voorspelbare ritme van hun leven. En niet zelden is dát het moment – het moment dus waarop ze hun leven zo saai en voorspelbaar beginnen te vinden – waarop ze uit de band gaan springen. Het moment dus waarop ze een jongere vriendin gaan zoeken, een andere baan willen, nieuwe kleren aanschaffen en ga zo maar door.
Vrouwen beleven deze grote transformatiefase meestal op een eigen manier. De vrouwen die geen baan hebben, zien zich nogal eens in de periode nadat de kinderen het huis uitgegaan zijn, voor de opgave gesteld om aan hun leven een nieuwe invulling en een nieuwe zin te geven. Niet voor niets spreken we wel over het lege-nest-syndroom. Vrouwen die altijd een (deeltijd)baan hebben gehad, beleven de grote overgang in het leven meestal anders. Maar ook zij voelen op een zeker moment de vraag in zich opkomen: Is dit nu alles? Heeft het leven mij niet meer te bieden dan wat het tot nu toe was? Die rol van zorgende moeder, die baan, dat draven, het iedereen naar de zin maken? En meestal leidt het doorleven van die vraag ook bij hen tot een ingrijpende transformatie.

In de grote transformatieperioden van het leven beginnen wij ons dus nog wel eens te ergeren aan het rustige ritme van ons leven. Meestal echter ontlenen wij juist aan het kalme ritme waarmee ons leven verloopt, een gevoel van ontspannen rust en van een zekere tevredenheid. Het geeft ons een bepaalde mate van zekerheid, een bepaald houvast dat we weten hoe de dingen verlopen - en gewoonlijk vinden we dat erg prettig. Daarom kan het gebeuren dat een verstoring van dat ritme als ingrijpend wordt ervaren: wanneer er plotseling iets gebeurt waardoor dat vaste ritme verstoord wordt, raken we uit ons evenwicht. Een plotselinge ziekte, een ongeluk, het verlies van je werk, de dood van je partner, je ouder of je kind of de scheiding van je man of je vrouw, het zijn allemaal ervaringen die van de ene dag op de andere dat rustige levensritme omver werpen en alles anders maken. Dan, als alles in een klap anders wordt, komt als vanzelf de klemmende vraag op: hoe kom ik door deze chaos heen? Hoe vind ik een weg naar de toekomst? Zal er nog wel een toekomst zijn?
Ons leven kan op vele manieren overhoop gegooid worden – en de ouderen onder ons zullen dat ook zelf wel eens heel persoonlijk meegemaakt hebben. Maar hoe dat ook gebeurt, het heeft bijna altijd met verlies te maken: het verlies van een geliefde aan het leven of de dood, het verlies van je gezondheid, van werk, het verlies van de dagelijkse aanwezigheid van je kinderen in huis en ga zo maar door. Ineens sta je daar met lege handen. Ineens is alle vanzelfsprekendheid verdwenen. Ineens zul je moeten laten zien dat je sterk genoeg bent om de chaos en onzekerheid aan te kunnen en dat je in staat bent een nieuwe en onbekende weg naar de toekomst te vinden en te gaan. Ineens zul je al je geestelijke krachten moeten aanboren om er doorheen te komen.

Het is ontroerend en ook heel bijzonder om te zien hoe mensen door zo’n crisis heengaan – en het is fascinerend om vervolgens vanuit de inzichten die je daarbij opdoet, naar jezelf te kijken: hoe ga jij zelf door zulke levenscrises heen?
Er zijn mensen die zichzelf in een tijd van crisis vooral slachtoffer voelen. Die vinden dat ze, juist nu ze het zo moeilijk hebben, te weinig aandacht van anderen krijgen. Of ze vinden dat anderen hen juist in deze moeilijke periode van het leven laten vallen. Nu is het zeker zo dat je in een moeilijke levensperiode ontdekt, welke mensen er écht voor je zijn, en welke niet. En het merkwaardige is dat het vaak ándere mensen zijn dan je verwacht had, die juist dán voor je klaar staan. En dat de mensen van wie je wat hulp en aandacht verwacht had, het juist dan laten afweten. In die zin brengt een moeilijke levensperiode een schifting teweeg in je vriend/inn/enkring. Iedereen die terugkijkt naar een moeilijke levensperiode zal die ervaring wel herkennen.
Maar degenen die in een moeilijke levensperiode in de rol van slachtoffer schieten, hebben vaak het gevoel dat iederéén hen in de steek laat. Ze hebben het gevoel dat de dokter hen in de steek laat, dat familie en vriend/inn/en er in wezen geen snars van begrijpen en dat geen enkele hulpverlener er met zijn of haar hart écht bij betrokken is. Dat culmineert in het gevoel dat er eigenlijk helemaal niemand is, die in staat is échte aandacht voor hen op te brengen en die begrijpt waar ze doorheen gaan. Nu is dit laatste ook heel moeilijk: als je door een moeilijke levensperiode heengaat, kan een ander wel proberen zich in jou te verplaatsen, maar die kan natuurlijk nooit voelen wat jij voelt. Gewoon, omdat hij of zij nu eenmaal niet geconfronteerd wordt met de moeilijkheden waar jij voor staat en waar jij doorheen gaat.
Wie met een crisis in het leven geconfronteerd wordt, krijgt dus allereerst de les in eenzaamheid voorgelegd. De eenzaamheid die je ervaart als je er helemaal alleen voor staat. O, zeker, vaak is er veel liefdevolle hulp, maar toch kan niemand zich voor de volle honderd procent in jouw situatie verplaatsen. De ander gaat die avond rustig slapen, maar jij neemt je problemen mee naar bed en doorleeft weer een nacht vol onrust, angst en slapeloosheid.
Nu gaat het erom, hoe je met die eenzaamheid omgaat. Dat gevoel van eenzaamheid kan je namelijk nog dieper in het slachtofferschap doen belanden. Gewoon, omdat je het gevoel hebt: zie je wel, iedereen laat mij ook maar barsten en er is niemand die dit verdriet en deze onmacht écht met mij deelt. Maar je kunt ook proberen om die eenzaamheid als een geestelijke levensles te zien, als een les waarvan je wat leren kunt. Niet gemakkelijk, maar als je de moed hebt (vaak: de moed van de wanhoop) om dat toch te proberen, en je doet een beroep op de geestelijke wereld – de engelen, Christus, God, de Geest of hoe je die wereld ook maar benoemen wilt – dan zul je merken hoe je in die eenzaamheid en door je toevlucht te zoeken in de geestelijke wereld, heel langzaam een voelbaar sterkere verbinding met die wereld krijgt. ‘Nood leert bidden’, zegt de volksmond. Een oude, zinvolle wijsheid. Als je niet in het slachtofferschap schiet, maar bewust in al je eenzaamheid en onmacht een beroep doet op de geestelijke wereld, zul je ervaren hoe je juist dan vanuit díe wereld een stille en ongeziene hulp krijgt. Iedereen die deze weg gegaan is in het leven, weet waarover ik nu schrijf. En wie het niet kent: houdt dit inzicht in je achterhoofd vast. Dan komt er later wel een moment in je leven, waarop je deze woorden herkent en waarop ze gaan leven voor je.
Die hulp vanuit de geestelijke wereld is overigens vaak heel subtiel en daarom ook heel moeilijk concreet te benoemen. Bijvoorbeeld dat je op kritieke momenten een aanwezigheid voelt die ontroert én kracht geeft. Of dat je voelt dat op het juiste moment de juiste woorden in je mond gelegd worden. Of dat op het juiste moment, net als je dat even zo nodig hebt, de telefoon gaat, en er iemand is die met een open oor naar je luisteren wil. En je voelt: dat open oor, het werd door ‘boven’ geregeld. Dat besef je des te sterker als de ander dan ook nog eens zegt: ik had ineens zo’n gevoel dat ik je bellen moest. Dan weet je: daar zijn de engelen in stilte aan het werk geweest om die ander er toe te brengen jou te bellen.

Als je door een levenscrisis heengaat, heb je dus een keuze – en het is heel belangrijk om je die keuze bewust te maken. De keuze om óf in het slachtofferschap te schieten, óf om de eenzaamheid, het verdriet en de onmacht te aanvaarden, bereid te zijn er doorheen te gaan en er aan te groeien - en dan bij deze donkere gang een beroep te doen op de geestelijke wereld.
Als je in het slachtofferschap schiet, zul je voortdurend dat soort ervaringen naar je toe krijgen die je nog eens extra in dat gevoel van slachtoffer-zijn, bevestigen. In die negatieve levenshouding vol (begrijpelijke) bitterheid en cynisme sta je namelijk niet open voor wat andere mensen je willen zeggen of geven. Natuurlijk is datgene wat ze je willen geven en zeggen vaak nogal stuntelig en onhandig. Want velen weten immers – heel begrijpelijk - niet goed hoe ze een mens die in nood is, moeten benaderen. Maar als je dan zo’n stuntelig iemand met je cynisme, bitterheid en verwijten van je afstoot, moet je het in wezen jezélf verwijten dat je zo eenzaam bent. Maar degene die zich opgesloten heeft in het slachtofferschap, verwijt dat meestal echter niet zichzelf, maar de ander(en). En als je op alles wat misgaat reageert met: zie je wel, dat moet mij weer overkomen, kom je in een sfeer terecht, waarin je alleen nog het negatieve ziet, en aan het positieve achteloos voorbijgaat. Dat is de tragiek van deze weg…
Daarbij komt dan ook nog eens, dat de meeste mensen het van zichzelf helemaal niet doorhebben dat ze in de slachtofferrol terecht zijn gekomen. En dat is pas de échte tragiek: in een sfeer vol duisternis, onmacht, verwijt en bitterheid terecht komen, en helemaal niet doorhebben dat je die in wezen zelf creëert. Als ze zouden inzien dat ze dit slachtofferschap in wezen zelf tot stand brengen en in stand houden, zou dat de eerste stap op weg naar een nieuwe toekomst zijn. Maar zolang dat inzicht ontbreekt, komen ze alleen maar steeds sterker in die rol van het slachtoffer terecht. Ze verbitteren, verharden en alle zachte gevoelens (die van kwetsbaarheid, mededogen en liefde) sterven daardoor een langzame dood in hun hart…
Als je daarentegen bewust voor die andere weg kiest – de weg waarop je bereid bent door het donker heen wil gaan, als is het dan met de moed der wanhoop -, dan probeer je allereerst te aanvaarden dat deze donkere ervaring een levensles inhoudt. Misschien doe je dat eerst alleen met je hoofd: ik weet met mijn hoofd dat dit een levensles is. En vervolgens, na deze keuze, wordt er van je gevraagd om een eindeloos geduld te beoefenen. Want meestal duurt het wel enige tijd, voordat je jezelf bewust gaat worden wát je van deze les te leren hebt. Maar het gaat erom dat je je bewust openstelt voor het inzicht dat jouw donkere levenservaringen in wezen een levensles behelzen. Het gaat erom dat je je er innerlijk voor openstelt om gaandeweg inzicht te krijgen in de vraag wat deze levensles dan wel behelst. En in de tussentijd doe je een beroep op de geestelijke wereld om er zo goed mogelijk doorheen te mogen komen.
Wie deze weg kiest, zal merken dat het mogelijk is te groeien aan het donker van het leven. Maar ik zeg er wel bij: die merkt dat het uiteindelijk mogelijk is te groeien aan het donker van het leven. Want het kost meestal veel, heel veel geduld, voordat je iets van die innerlijke winst gaat merken. Maar als je die winst in jezelf begint te ontdekken en te ervaren, zul je merken dat je bijvoorbeeld wat milder bent geworden, directer en gevoeliger. En je zult misschien merken dat op die weg door het donker allerlei oude blokkades zijn verdwenen, oude angsten, oud onzekerheden. Je zult misschien merken dat je je meer en échter met andere mensen verbonden voelt, gewoon, omdat je allerlei oude angsten bent kwijtgeraakt. Zo kán het gebeuren dat je op het donker een innerlijke winst behaalt…

Je kunt deze twee manieren om door een levenscrisis heen te gaan, ook anders beschrijven. Je kunt een levenscrisis passief ondergaan, en dan kom je in het slachtofferschap terecht. Je kunt ook geestelijk actief worden in een moeilijke en pijnlijke levensperiode om dan op deze donkere levensfase uiteindelijk een innerlijke winst te behalen.
Het slachtofferschap mag je typeren als een passieve levenshouding: je doet zelf niets, je laat de dingen alleen maar gebeuren en je komt waarschijnlijk niet eens op de gedachte dat je juist nu op een bepaalde manier actief zou kunnen worden. Nee, je laat de dingen passief over je heen komen, je neemt waar wat er allemaal misgaat, je ziet hoe weinig mensen er echt voor je klaar staan, en je wentelt je steeds dieper in het slachtofferschap. Zo, door passief de dingen over je heen te laten komen, kom je in die sfeer van bitterheid en cynisme terecht.
Het tragische is dat mensen die in het slachtofferschap terecht komen, en die passief blijven, de ander tot autoriteit maken: de dokter, de hulpverlener, een goedbedoelende vriend/in en ga zo maar door. Wie in de rol van het slachtofferschap terecht gekomen is, luistert immers niet naar zichzelf, naar het eigen innerlijk, maar maakt anderen verantwoordelijk voor de eigen situatie en luistert naar wat al die anderen te zeggen hebben. Logisch dat velen in zo’n situatie teleurgesteld raken en van de ene arts naar de andere gaan, of van de ene hulpverlener naar de andere.
Maar je kunt het gelukkig ook anders doen: je kunt ook actief worden in plaats van passief blijven, en juist in een tijd van crisis een grote activiteit ontplooien. Een gééstelijke activiteit, bedoel ik dan. Aan die ziekte, dat verdriet, dat gemis, die scheiding, dat ontslag, of wat je dan ook overkomt, kun je meestal niets veranderen. Maar je kunt wel het volgende doen:

  • Je kunt jezelf allereerst de vraag stellen wat de levensles is die in deze ervaring besloten ligt. En je kunt het nodige geduld opbrengen om net zo lang te wachten tot het antwoord op deze vraag in je ziel naar boven komt. Soms moet je zelfs jarenlang wachten, voordat het antwoord op deze vraag duidelijk wordt. Maar dan gaat het erom dat je ontvankelijk blijft voor het antwoord, en niet in bitterheid of cynisme vervalt.
  • Ook kun je in gesprek gaan met de geestelijke wereld – praten, bidden, mediteren of alleen maar naar boven roepen: waarom? Daarbij gaat het erom dat je innerlijk een open hart hebt voor wat vanuit die wereld naar je toekomt. Dat je ontdekken gaat op welke manier je vanuit deze wereld hulp en troost krijgt. Het gaat erom dat je juist nu, in deze donkere tijd, verwonderd kunt raken om de liefde die je vanuit de geestelijke wereld toegedragen krijgt en die je helpt om het hoofd boven water te houden.
  • Ook kun je bewust proberen de eenzaamheid te aanvaarden, hoe zwaar die je in deze situatie ook valt. Koningin Wilhelmina schreef ooit een boek dat ze als titel Eenzaam maar niet alleen meegaf. In deze titel ligt een geheim besloten – een geheim dat ook zij op het spoor mocht komen: dat de mens die bereid is de eenzaamheid te aanvaarden (zonder die aan anderen te verwijten), ontdekken zal dat er vanuit de geestelijke wereld altijd hulp en aandacht naar je toekomt: je bent misschien wel eenzaam, maar nooit alleen…
  • En tenslotte gaat het erom dat je innerlijk bereid bent tot inzicht te komen en dat je je actief ervoor inzet om naar dat inzicht toe te groeien. Dat betekent dat je bereid bent na te denken over jezelf, over je levenshouding tot nu toe, over de manier waarop je tot nu toe oordeelde over anderen en over jezelf. Alleen zo kun je immers de levensles op het spoor komen die deze donkere ervaring behelst. Voor de groei van een dergelijk inzicht is het nodig dat je geestelijk actief wordt en al je innerlijke krachten aanwendt. Want vaak immers beogen levenscrises een verandering in jouw levenshouding te bewerken. Misschien willen ze je bijvoorbeeld leren de dingen wat meer los te laten en over te geven. Misschien willen ze je leren wat meer met je beide voeten op de grond te komen staan, om te aarden dus. Misschien willen ze je leren dat je in wezen nooit alleen bent, als je die diepere verbinding met de geestelijke wereld gaat ervaren. Misschien… Wat het ook is: in een tijd van levenscrisis wordt van ons gevraagd om ons actief met deze levensvragen bezig te houden. Om zodoende gaandeweg te gaan begrijpen en in te gaan zien, wat we van deze ervaring te leren hebben.
  • En nu, nu je zover gekomen bent dat je inzicht krijgt in de lessen die je te leren hebt, gaat het erom dat je bereid bent te veranderen. En wel tot die verandering, waarvan je de noodzaak leerde inzien. Wie deze bereidheid opbrengt, en werkelijk oude patronen los durft te laten om naar een nieuwe levenshouding toe te groeien, die zal mogen ervaren op deze weg gezegend te worden. Want gezegend wordt de mens die actief in beweging komt en die zich openstelt voor wat de geestelijke wereld aan haar of hem wil bewerken – en die zelf actief meewerkt met de geestelijke wereld aan die verandering.

Zo gaan wij mensen dus door een crisis heen. De vraag is nu: hoe ga je er zelf doorheen? Meestal is het zo dat we van die beide aspecten wel altijd iets herkennen in onszelf: van die passiviteit en van die activiteit. Maar hoe meer zicht we krijgen op wat er op de achtergrond werkelijk gaande is bij een levenscrisis, hoe meer we, denk ik, in staat raken om actief en bewust met onszelf aan de slag te gaan.
Van de grote mysticus Johannes van het Kruis is bekend dat hij pleitte voor een levenshouding waarbij wij de hoogste vorm van passiviteit leren verbinden met de hoogste vorm van activiteit. Hij bedoelde daarmee: durf het leven te laten stromen, durf de dingen op je af te laten komen zoals ze komen. Wees daarin passief, open en vol overgave. Sluit jezelf niet af, bescherm jezelf niet tegen het leven en tegen wat het leven je (aan)doen kan. Durf het leven met overgave te leven. Maar wees er tegelijk met al je innerlijke aandacht bij: bij wat het leven je leren wil, welke inzichten het je aanreiken wil, welke geestelijke gaven het je schenken wil. Om die geestelijke activiteit gaat het…

Naar mijn beleving gaat het bij dit onderwerp om een uiterst belangrijk thema: bij de grote transformatie van onze tijd wordt steeds nadrukkelijker van ons gevraagd dat we geestelijk actief worden, óók en júist in tijden van een levenscrisis. De tijd is voorbij dat we de gebeurtenissen van het leven passief over ons heen konden laten komen. De tijd is voorbij dat we de donkere ervaringen van het leven aan anderen of aan God mogen verwijten. De tijd is daarentegen aangebroken om zelf geestelijk actief te worden en om in alle situaties – dus ook in tijden van crises - de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven op ons te nemen.Licht door de bomen
Wie een levenscrisis op deze manier doorstaat, en wie juist in deze tijd geestelijk actief leert worden, die zal ontdekken dat een levenscrisis uiteindelijk ook een geschenk kan zijn. Met name bij ziektes zal deze actieve levenshouding een steeds grotere rol gaan spelen en een belangrijke hulp bieden bij het aanvaarden en verdragen van de ziekte. En soms zal deze actieve houding ook een stimulans mogen zijn op de weg naar genezing.
Voor mijzelf zie ik het zo: wanneer ik in donkere levensperioden geestelijk actief leer worden, juist dan leer ik een van de belangrijkste lessen, waarvoor ik in dit leven naar de aarde ben gekomen. Van harte hoop ik dan ook, dat ieder die mee moet maken hoe haar of zijn leven door het donker gaat, de kracht ontvangen zal en de moed zal vinden om daar op een actieve, betrokken manier mee om te gaan. Zodat hij of zij de stille winst mag behalen die wij altijd weer op het donker van het leven behalen kunnen…

naar het begin van dit artikel