headerlogo2

Dit artikel is overgenomen uit Verwachting nr. 67 2013. Een uitgave van de stichting De Heraut. Zie ook www.stichtingdeheraut.nl

Het gewone leven als inwijdingsschool

Wie kent ze niet? De beproevingen die het leven ons af en toe voorlegt en waar we ons doorheen moeten worstelen, of we willen of niet. Beproevingen komen immers ongevraagd op onze weg, bijvoorbeeld als je je kind of je partner aan de dood verliest, als je je  gezondheid verliest of wanneer je partner, je kind, een vriendin of een vriend de relatie met jou verbreekt. Dit laatste komt steeds vaker voor: onze tijd is immers een tijd, waarin er steeds meer breuken ontstaan in familie- of vriendschapsrelaties.


Wanneer zo’n beproeving op je weg komt, word je geconfronteerd met heftige gevoelens als pijn, wanhoop en eenzaamheid. Mensen spreken overigens niet zo vaak over die gevoelens: het is niet gemakkelijk om je in al je kwetsbaarheid uit te spreken en daarnaast zijn er niet zoveel mensen die je werkelijk begrijpen.
Iemand vertelde over de tijd, waarin zij door een zware beproeving heen ging: Als ik ’s morgens wakker werd, herinnerde ik me heel even niet wat er gebeurd was en voelde ik me innerlijk rustig en vredig. Dat duurde echter maar een fractie van een seconde. Want zodra ik me herinnerde wat er gebeurd was: het overlijden van mijn man, sloegen de wanhoop en het verdriet als hoge golven over mij heen. Meteen zag ik alles weer voor mij. Het benam mij letterlijk de adem. Elke morgen vroeg ik me opnieuw af: hoe kom ik nu weer door deze dag heen? Elke dag was het volhouden om te overleven.

In de oude, voorchristelijke tijden waren het de inwijdingsscholen – ook wel Mysteriën of Mysterieplaatsen genoemd ─ waar de leerlingen met ingrijpende beproevingen en dus met heftige gevoelens en emoties werden geconfronteerd. Die hoorden bij de opleiding die zij kregen. De beproevingen werden hen opgelegd door de priester of priesteres die hen als inwijder – ook wel hiërofant genoemd – stap voor stap begeleidde op de weg van de inwijding. Zulke beproevingen waren zelfs zo heftig en riskant dat de Mysterieplaatsen als gevaarlijk werden gezien en een gevoel van huiver opriepen. Je kon immers sterven aan de beproevingen die je daar werden opgelegd!
Bekende Mysterieplaatsen waren onder andere Efeze, waar Johannes jarenlang leefde en werkte, Eleusis in Griekenland, of de Externsteine in het Teutoburgerwald in Duitsland.

Een stille hulp

In onze tijd is het niet langer de hiërofant die ons de noodzakelijke beproevingen oplegt. Nu legt het gewone leven zelf ons onze levenslessen voor, tot aan ingrijpende beproevingen toe. Het leven volgt daarbij het patroon van ons karma: het legt ons de levenslessen voor die we nodig hebben om ons geestelijk verder te ontwikkelen.
Gelukkig is er ook nu iemand die ons begeleidt op onze weg door de beproevingen heen: Christus zelf. Zoals het vroeger de hiërofant was die de inwijdeling bijstond, zo is het nu Christus die ons helpt en naast ons gaat. Alleen: meestal ervaren we dat niet tijdens de beproeving zelf. Als we door het donker heen gaan, voelen we ons juist heel alleen.

Pas later, meestal veel later, als
we het donker achter ons gelaten hebben en een nieuwe weg vooruit gevonden hebben, gebeurt het terugkijkend wel dat we ons plotseling bewust worden: Wat heb ik in die tijd eigenlijk een stille hulp gekregen! Ik dacht dat ik er zo alleen voor stond, maar nu pas zie ik dat er een stille stroom van hulp naar mij uitging. En zonder die hulp zou het mij niet gelukt zijn er doorheen te komen.
Het is altijd pas achteraf dat we ons die hulp bewust worden. Maar als we – terugkijkend ─ die ontdekking doen, is dat een ontdekking die ons hele leven verandert. Dan is het voorgoed tot in ons diepste weten doorgedrongen dat we er niet alleen voor staan, hoe onze weg ook gaat en welke ervaringen ons ook toevallen. Dan weten we dat er altijd een stille hulp voor ons klaar staat, ook dan als we dat niet zien en voelen kunnen.
Dan is geloven tot weten geworden.

De vuurproef

In de voorchristelijke Mysteriën kende men de vier grote beproevingen: de vuur-, water-, lucht- en aardeproef. Essentieel voor de vuurproef was dat de beproevingen die de inwijdeling werden opgelegd, ertoe moesten leiden dat de sluier wegviel. Als dat gebeurde stond de inwijdeling oog in oog met de wereld die achter de sluier schuil gaat: de geestelijke wereld.

Ook in latere tijden overkwam mensen deze ervaring. Zo vertelde de mysticus Jacob Böhme dat hij op een dag intens geraakt werd door het zonlicht dat op een tinnen beker viel. Op datzelfde moment viel de sluier weg en zag hij een wereld die hem tot dan toe verborgen was. Zo was het de aanblik van dat licht op de tinnen beker die hem, zo vertelt hij, tot de innerlijke grond of het middelpunt van de geheime natuur heeft geleid.[1] Het is opvallend dat Jacob Böhme, net als elke andere mysticus, begint te stotteren en moeizaam naar woorden moet zoeken om te beschrijven wat hij dan wel ziet, als de sluier weggenomen wordt. De wereld die zich dan onthult, gaat onze aardse beschrijvingen immers ver te boven.

De term vuurproef houdt in dat alles wat ons in de weg staat om de wereld achter de sluier waar te kunnen nemen, wordt weggebrand. We krijgen beproevingen te doorleven die bedoeld zijn om ons ertoe te brengen onze angsten, ons gebrek aan vertrouwen en onze liefdeloosheid los te laten. Daarbij is het belangrijk te weten dat er voor het doorstaan van zulke beproevingen een eindeloos geduld nodig is: de nacht van de beproeving lijkt geen einde te hebben; het is, alsof het nooit meer licht wordt. Daarom is er behalve geduld ook volharding nodig en is het belangrijk dat de inwijdeling zich bewust wordt dat hij iets leren moet van deze beproeving.

Als je dat vertaalt naar onze tijd, kun je zeggen dat de vuurproef voor ons allereerst de opdracht inhoudt om de beproeving te leren aanvaarden als een noodzakelijke levensles. Het gaat er daarbij om dat we steeds meer beginnen te beseffen: alleen door deze beproeving te leren doorstaan is het mogelijk een innerlijk weten te ontwikkelen. Ik weet: met deze paar woorden over de zin van onze beproevingen zeg ik heel veel. Het zijn dan ook woorden die ik zelf in een meditatieve sfeer met mij meedraag om er steeds weer bij stil te staan.

Daarnaast houdt de vuurproef dit in: dat door de beproevingen allerlei donkere ego-krachten in ons worden gezuiverd, zodat we stap voor stap tot een wetende worden omgevormd. En wie herkent dat niet: dat er juist door de levenslessen die ons toevielen, een innerlijk weten in ons ontwaakte dat ons zo eigen werd dat niemand het ons ooit meer kan afpakken? En de dingen waar we ons vroeger zo druk over maakten: ons uiterlijk, een groot huis, een goede baan waar anderen ons om benijden, ze werden totaal onbelangrijk toen we eenmaal door de beproevingen heen gingen. Zo verliezen we allerlei negatieve ego-trekjes door de beproevingen.
 

De waterproef

In de Bijbel wordt het verhaal verteld over Jezus die over het water liep.[2] De discipelen van Jezus varen in de nacht met hun vissersboot naar de overkant van het meer van Galilea. Plotseling zien ze in het donker een gestalte over het water naar hen toe komen: het is Jezus die naar hen toe komt. De discipelen schrikken en denken dat het een geestverschijning is. Maar dan zegt Jezus: Wees niet bang, Ik ben het.
Meteen ebt de angst van de leerlingen weg. Dan vraagt Petrus aan Jezus of hij ook over het water mag lopen en Jezus tegemoet mag gaan. Jezus zegt: Kom!

Direct stapt Petrus over de reling van de boot en begint te lopen. En zowaar: het water draagt hem. Maar als hij dan naar het deinende zwarte water onder zijn voeten kijkt, slaat de schrik hem ineens om het hart. Op datzelfde moment zinkt hij weg in het water: de golven dragen hem niet meer. In paniek roept hij Jezus toe: Heer, red mij! Maar dan steekt Jezus zijn hand uit en helpt Petrus overeind. En zie: het water begint Petrus weer te dragen.

Dit verhaal is het oerbeeld van de waterproef. Als het donker in ons leven toeslaat en er beproevingen op onze weg komen, hebben wij dikwijls het gevoel dat we de grond onder onze voeten verliezen. Dan gaat het erom op de een of andere manier koelbloedig en rustig te blijven en onze zelfbeheersing te bewaren. Dat kan alleen vanuit een innerlijke houding van vertrouwen. Dat vertrouwen is van beslissend belang, want als we in paniek raken en de controle over onszelf verliezen, gaan we aan de chaos ten onder.

Het bewaren van dat vertrouwen is alleen mogelijk, als we er op de een of andere manier in slagen de innerlijke verbinding te bewaren met ons hoger zelf, en dus met Christus die ons bijstaat als we door de beproevingen heengaan. Christus is immers ons hoger zelf. Hij zelf schonk ons dit hoger zelf en schonk ons daarmee iets van zijn eigen wezen.
Daar gaat het dus om bij de waterproef: om de strijd met de angst en de paniek in ons aan te gaan en steeds weer te kiezen voor de weg van het vertrouwen.
En wie van ons kent die strijd niet?

De luchtproef

Op de muur van een kelder in Keulen, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog enkele Joden verborgen zaten, staat deze tekst: Ik geloof in de zon – ook als hij niet schijnt. Ik geloof in de liefde – ook als ik die niet voel. Ik geloof in God – ook als Hij zwijgt.[3]
De Joden die hier opgesloten zaten, moeten een intense angst en wanhoop hebben gekend. Hoe konden ze dat uithouden? Door te blijven vertrouwen in de warmte van de zon, in de kracht van de liefde en in de hulp van God, ook als alles erop wees dat deze hulp niet tijdig of misschien zelfs helemaal niet zou komen.

Bij de luchtproef gaat het om de ervaring dat je je volkomen alleen voelt: zelfs de nabijheid van God kun je niet meer voelen. Je hebt het gevoel dat er werkelijk niemand, maar dan ook echt niemand meer is op wie je kunt terugvallen. Waar moet je dan de kracht vandaan halen om te overleven? Die kun je in een dergelijke situatie alleen nog maar in jezelf vinden: in een vertrouwen tegen beter weten in.
Toen Vaclav Havel, de vroegere Tsjechische president, vier jaar lang door de Russen gevangen werd gehouden, vroeg hij zich af wat de zin was van wat hij doormaakte. In een brief aan zijn vrouw Olga schreef hij daarover: Een antwoord, een positief antwoord kan ik uiteindelijk alleen maar in mezelf vinden, in mijn geloof, in mijn hoop. Dit is waar het bij de luchtproef om gaat: het besef dat niemand je kan helpen, en dat zelfs God ver weg lijkt. Het enige dat je rest is om in jezelf de kracht te vinden om te overleven.

Gelukkig maakt niet ieder mens een dergelijke ervaring door. Aan Vaclav Havel hebben we kunnen zien, hoe een mens juist ook door een dergelijke gruwelijke ervaring heen geestelijk kan groeien. Hij werd één van de grote geestelijke leiders van onze tijd: door zijn eenvoud, zijn humor en zijn oprechtheid werd hij een inspiratie voor velen. Dat was de winst die hij op de beproeving waar hij doorheen ging, mocht veroveren.

De aardeproef

Gelukkig blijft de aardeproef ons in deze tijd nog bespaard. Het ontbreekt ons immers in deze fase van onze menselijke ontwikkeling aan de geestelijke kracht die nodig is om deze beproeving te doorstaan. Het houdt namelijk de confrontatie in met de wereld van de demonen en is een onvoorstelbaar zware beproeving: je staat helemaal alleen tegenover een overmacht aan demonische krachten.
Nu is volgens de Italiaanse dichter Dante de wereld van de demonen te vinden in het hart van de aarde. Het is daarheen dat Jezus Christus na zijn dood aan het kruis afdaalde en waar hij deze allerzwaarste beproeving in de vorm van een confrontatie met de demonen aanging.

Onze geloofsbelijdenis heeft
deze beproeving aangeduid met de woorden: nedergedaald ter helle.
Vandaar dat de aardeproef ook wel een hellevaart genoemd wordt. Daar, in het hart van de aarde heeft Jezus Christus de confrontatie met de demonen weerstaan en heeft hij overwonnen.
Maar, zoals gezegd, wij hoeven deze beproeving in onze tijd nog niet te doorstaan. Ooit later zullen we voor deze opgave gesteld worden, omdat we immers Jezus Christus op zijn weg naar de opstanding in alles achterna groeien.
Ook in de hellevaart. Maar bij Jezus Christus zien we, hoe de confrontatie met het meest intense, demonische duister de voorbode was van de opstanding.

Immers: nooit is de nacht zo donker als in het laatste uur, voordat het licht geboren wordt. Dus als we ooit zover zijn dat wij ook deze beproeving moeten doorstaan, is de opstanding van de eigenlijke mens die wij zijn en die wij worden zullen, nabij.

Vragen die om een antwoord vragen
De vragen, waarvoor ieder gesteld wordt die nadenkt over de beproevingen die het leven ons voorlegt, zijn deze:
Kun je, terugkijkend naar de beproevingen die het leven jou oplegde, al zien, wat je daarvan te leren had?
Kun je - terugkijkend - vóelen, dat je ook toen, toen het zo donker was, in wezen niet alleen was, maar dat Christus naast je ging?
Kun je zelfs zeggen: ik heb deze beproeving opgenomen in mijn hart en heb hem daar omarmd, omdat ik alleen zo tot een wetende kon worden omgevormd?

Gun je zelf bij het beantwoorden van deze vragen alsjeblieft de tijd en forceer niets! Het duurt immers meestal heel wat jaren, voordat de antwoorden op deze vragen in ons hart opwellen. Gun je zelf die tijd, maar neem die vragen wel mee in je meditatie en je gebed. En vraag, als je gaat slapen, aan Christus zelf om hulp bij het zoeken naar jouw antwoord op deze vragen. Als je er zo mee omgaat, worden je beproevingen uiteindelijk tot een winst die niemand je ooit meer kan afnemen!

Naar het begin van dit artikel

1 Gerhard Wehr, Jakob Böhme, Die Morgenröte bricht an, Verlag Herder,1983, blz. 15 top
2 Mattheüs 14: 22 - 33 terug
3 Bastiaan Baan, Oude en nieuwe mysteriën,Uitg. Christofoor, 2002, blz. 131 top