headerlogo2

Het pinksterfeest wordt ons niet vanuit de natuur geschonken, maar moet vanuit het binnenste van onze ziel geschapen worden. Het is het feest van de toekomst, want de Heilige Geest, door wie wij met Pinksteren aangeraakt hopen te worden, is altijd datgene wat nog niet is, wat veeleer steeds pas door een nieuw scheppingsdaad, door een vonk die opnieuw overspringt, tot aanzijn moet komen. De Heilige Geest is het toekomstige. Dat is de reden waarom wij vooreerst nog naar een werkelijk vieren van het pinksterfeest moeten toegroeien.

Wij moeten rijpen om de Heilige Geest te kunnen ontvangen. Pinksteren is immers het feest van ons ware hogere ik, dat nu nog boven ons zweeft. En tegelijkertijd is het het feest van de gemeenschap, maar niet die gemeenschap die ontstaat uit menselijke vertrouwelijkheid, maar die welke ontstaat uit harmonie van onze hogere ikken, die trouw één zijn in Christus.

Het pinksterfeest is het esoterische feest van het christendom, het feest van het geheim dat nog in het verborgene rust. Wij moeten in alle eerlijkheid toegeven dat het uiterlijke christendom altijd al een pinksterfeest gekend heeft, maar dat de werkelijke verwezenlijking van de gedachte van Pinksteren altijd alleen ver van de gebaande paden mogelijk geweest is. Over de Heilige Geest hebben alleen groepen die in stilte werkten met recht kunnen spreken, die met datgene wat zij ervoeren nooit in de openbaarheid kwamen.

Natuurlijk hebben ook sekten over de Heilige Geest gesproken, maar dat was slechts een karikatuur van wat in de stille esoterische kringen van het christendom geleefd heeft. De mensen die in de Middeleeuwen in stilte, ver van de wereld de Broederschap van de Heilige Graal stichtten, kenden het wezen van de Heilige Geest. Zij wisten wat het is wanneer de duif neerdaalt op de heilige schaal. Zij ervoeren het, het beroerde hun zielen als een hogere, ja als de eigenlijke werkelijkheid. Maar wat betekent dat, dat het ervaren van de Heilige Geest altijd de inhoud van het esoterisch christendom geweest is? Dat betekent dat het pinksterfeest niet iets voor beginners is, maar vraagt om zielen die voorbereid zijn. Het is voor zielen die al gevorderd zijn in het gebed en het meditatieve leven.

Het wonder van de pinkstermorgen bloeit uit de hemelvaart op als de bloem uit de knop. De hemelvaart van Christus is niet zijn afscheid van deze wereld. Hij verdwijnt niet naar een andere wereld, zoals die waarin wij onze doden zoeken. Daarvandaan was hij door de opstanding immers weer teruggekomen. Het gebeuren van de hemelvaart kunnen wij het best begrijpen uit de woorden die Christus tot zijn discipelen sprak opdat zij goed voorbereid zouden zijn: ‘Ik ga heen tot de Vader. In het huis van mijn Vader zijn vele woonsteden. Ik ga heen om u een plaats te bereiden’.

Dat is een belofte voor degenen voor wie zij geldt niet pas na de dood in vervulling gaat. Hij gaat niet tot de Vader opdat de zijnen wanneer zij sterven in de eeuwige woonsteden opgenomen zullen worden. Nee, midden in het leven bereidt hij hen een plaats, daar waar de vele woonsteden van de Vader zijn. Dat doet hij door de hemelvaart. Met de hemelvaart verwijdert hij zich niet, maar hij verhoogt en verdicht zijn tegenwoordigheid.

Eigenlijk verzinnebeeldt de hemelvaart van Christus het ogenblik waarop de volle betekenis  van het woord gezegd kan worden: De Vader en ik zijn één’. Wij mogen nu de sporen volgen van hem die ten hemel gevaren is. Er is een weg gebaand die naar omhoog leidt en die wij voortaan ook kunnen gaan. Dan krijgen wij vleugels.

In de uiterlijke wereld stijgt lucht allen op wanneer zij verwarmd wordt. Zo is het ook in ons innerlijk. Wanneer onze ziel niet warm wordt, stijgt zij niet op. Een middel om de ziel te verwarmen, opdat zij haar hemelvaart volbrengen kan, is het gebed. Uiteraard bedoelen wij niet die vorm van gebed die voornamelijk uit het hoofd komt en in de eerste plaats uit woorden bestaat, want die kan de ziel niet verwarmen, en evenmin het gebed dat in zelfverzekerde oververhitting vermengd wordt met allerlei wensen en driften die afkomstig zijn uit het gebied van de wil, zodat er om ‘iets’ wordt gebeden.

Enkel en alleen door het gebed uit het hart, dat vanuit het midden vanuit de voelende mens opstijgt, kan de ziel warm worden. Dat is echter geen gebed waarin de mens helemaal niets wil, maar door middel waarvan hij zich slechts op weg begeeft naar de Vader. Dan wordt het hart warm en die warmte doet onze ziel opstijgen naar waar ons ware zelf is. De pinkstervlammen zijn warm, vurig, lichtend en stralend. Hun warmte moet uit het mensenhart opstijgen als een vuur. Dan wordt het huwelijk voltrokken tussen de ziel en de geest en pas dan is het wezen van de mens compleet.


Bron: Emil Bock. De jaarfeesten als kringloop door het jaar. Uitgeverij Christofoor, Zeist.

Naar het begin van dit artikel