headerlogo2

In het jaar 33 van onze jaartelling vindt tijdens Pinksteren een groots mysterie plaats dat de verhoudingen op aarde nog verder zal veranderen dan sinds Goede Vrijdag en Pasen al het geval is.

De Bijbel vertelt dat de discipelen van Jezus Christus bijeen zijn in het ordehuis van de Essenen te Jeruzalem. De kruisiging en de overwinning op de dood op Golgotha hebben plaatsgehad en Christus is opgestegen naar de hemel.

 Vlak voor zijn hemelvaart heeft hij hen op het hart gedrukt naar Jeruzalem te gaan en daar verdere gebeurtenissen af te wachten. Letterlijk zei hij: ‘Verwacht daar de vervulling van de belofte van de Vader, die gij van mij vernomen hebt. Want Johannes doopte met water, gij echter zult met heilige Geest gedoopt worden niet lang na deze dagen’.

Als de discipelen in dat huis van de Essenen bijeen zijn, klinkt een geluid alsof er een machtige wind waait. Alle ruimtes worden daarmee gevuld. Hoog bovenin de zaal verschijnen vlammen, vurige tongen. Deze komen naar beneden, verdelen zich over de hoofden van de aanwezigen en dalen dan op ieder van hen neer. De Bijbel zegt dan:

‘En zij werden allen van heilige Geest vervuld en begonnen te spreken in andere talen zoals de Geest het hun gaf zich te uiten’.

Wat zien we hier gebeuren? Een groep mensen is bijeen. ‘Eendrachtelijk’ zoals de Bijbel zegt. Wat is eendrachtelijk? Het betekent één in het dragen van elkaar en elkaars verdriet: de ziel van de een leeft als het ware in de ziel van de ander en voelt daarin mee. Ze zijn op elkaar betrokken, bidden samen en voelen zich door alles wat er gebeurd is sterk met elkaar verbonden.

Het staat er zo eenvoudig: ‘eendrachtelijk’. Gaandeweg ben ik gaan ontdekken dat dat eendrachtelijke samenzijn nu juist de voorwaarde schiep waardoor Pinksteren kon plaatsvinden en de van Christus uitgaande heilige Geest in de mensen kon indalen. Want doordat deze groep mensen eendrachtelijke bijeen was, ontstond de mogelijkheid dat een heel hoog goddelijke wezen: de heilige Geest, in hen kon neerdalen en zich door hen heen met alle mensen op aarde kon verbinden.

De esoterische traditie wijst er op dat we hier te maken hebben met een geestelijke wetmatigheid. Overal waar mensen met elkaar in contact treden en gevoelens en gedachten met elkaar wisselen, of met elkaar samenleven en samenwerken, zo zegt deze wet, ontstaat een soort geestelijk lichaam. Hoe langer die interactie bestaat en hoe intensiever en diepgaander deze is, hoe meer dat lichaam wordt gebouwd.

Met dat geestelijke lichaam dat mensen zo met elkaar vormen, kan zich een geestelijk wezen verbinden, net zoals zich met een menselijk lichaam een geestelijk wezen verbindt. Kijk maar naar onszelf: we hebben een lichaam en daarin woont, leeft en werkt ons geestelijke wezen, ons geestelijke Zelf.

Ook bij het geestelijk lichaam dat een groep mensen met elkaar vormt is dat het geval. Ook met zo’n door een groep gevormd  geestelijk lichaam, verbindt zich een geestelijk wezen. Dat geestelijke wezen leeft in dat lichaam en in die groep, maar werkt daar ook doorheen naar andere mensen en in de wereld.

Dat is een algemeen principe van het leven, zegt de esoterische wijsheid.
Rudolf Steiner beschreef deze wetmatigheid, vrij vertaald, als volgt:

 

‘Vijf mensen die samen zijn, zijn niet alleen de som van die vijf mensen.
Doordat zij met elkaar samenleven, met elkaar verweven zijn – wat je
kunt vergelijken met het met elkaar verweven zijn van de cellen van het
menselijk lichaam – verbindt zich een hoger wezen.
Een nieuw, hoger wezen, is aanwezig als vijf mensen op een bepaalde wijze
met elkaar samen zijn, ja zelfs al onder twee of drie’.

 

Hij voegt toe:

‘Aldus zijn menselijke verbindingen de geheimzinnige plaats waarop hoge
spirituele wezens neerdalen om door de individuele mensen heen te werken,
zoals de ziel door de lichaamsdelen werkt.’ [1] .

 

Daarbij is het zo dat de kwaliteit van de interactie én het morele gehalte van de erbij betrokken mensen, de kwaliteit van dat geestelijk wezen bepaalt. Met een criminele groepering bijvoorbeeld, verbindt zich een heel ander geestelijk wezen dan met een groep mensen die heel bewust met elkaar omgaat en die tot doel heeft het goede op aarde te brengen. We zeggen dan ook dat daar ‘een heel andere geest leeft’. Dat voel je ook meteen als je in zo’n groep komt.  

Hoe bewuster en wakkerder de betrokkenen zijn en hoe hoger het bewustzijn waarmee ze met elkaar omgaan, hoe hoger het geestelijke wezen is dat zich met die groep kan verbinden. Dat geestelijke wezen kan een engel zijn uit de derde hiërarchie van geestelijke wezens, maar ook afkomstig uit de veel hogere geestelijke hiërarchieën. Ja, dat wezen kan zelfs Christus zélf zijn. 

Voorwaarde voor die hoge wezens is dat er in die groep een sfeer van onbaatzuchtigheid en vrijheid bestaat, waarin de ene mens van binnenuit meeleeft met de ander en zij samen hun ziel opheffen naar het hogere en het goede.

Dan wordt de verbinding met de hogere geestelijke werelden gelegd en ontstaat de mogelijkheid voor hoge geestelijke wezens om af te dalen en – in en door die mensen heen – op aarde werkzaam te zijn.

Het is duidelijk dat in het jaar 33, toen de discipelen in Jeruzalem ‘eendrachtelijk’ bijeen waren, aan deze voorwaarden werd voldaan. Daarom kon het Pinksteren worden. De hoge kwaliteit van dat gebeuren maakte dat de heilige Geest, de van Christus uitgaande Geest, kon neerdalen op aarde en zich via de discipelen met alle mensen op aarde kon verbinden.

Dankzij dit gebeuren leeft in ieder van ons mensen de heilige Geest en zijn wij zo in ons gewone ik met ons hogere geestelijke Zelf verbonden. Daardoor kan de geestelijke groei naar hogere geestelijke niveaus verder gaan.

Nu in onze 21eeeuw de poorten naar de geestelijke wereld weer open gaan, en de geestelijke wereld zich steeds sterker op aarde manifesteert, nemen ervaringen met geestelijke wezens toe.

Mensen, ook zij die helemaal niets met een kerk of geloof te maken hebben, voelen – vooral in moeilijke tijden – hoe er ineens een aanwezigheid om hen heen is van iets of iemand die hen troost, bemoedigt en soms zelfs geneest. Sommigen vertellen dat zij in beelden, maar ook wel in innerlijk gesproken woord, inzicht krijgen in de problemen waar zij mee worstelen en aanwijzingen welke stappen hen verder zouden kunnen brengen.

De heilige Geest wordt door Christus behalve de helende geest, ook de Geest der waarheid genoemd die ons mensen vrij maakt. [2] .

In bemoediging, troost en schenking van kracht, is de werking van het helende aspect van de heilige Geest of Christusgeest te zien. In het inzicht gevende en adviserende ontmoeten we het waarheids-aspect. Dankzij het feit dat de Geest der waarheid in ons leeft, kunnen we de dingen benoemen, begrijpen en een plaats geven. Doordat je dat kunt verliezen de problemen of de problematische situatie waar je in verkeert hun macht over je en word je vrij. Je kunt dan loslaten en op basis van dat inzicht andere keuzes maken. Zo kom je verder. Tot inzicht komen en daardoor vrij worden is in wezen een Pinksterervaring die je wordt geschonken door de Geest der waarheid.

In onze tijd verschijnen hoge geestelijke wezens niet alleen aan individuen, maar meer en meer ook aan groepen mensen. Dat kunnen mensen zijn die met elkaar in een noodsituatie verkeren, maar ook mensen die vragend, zoekend en tastend met elkaar op zoek zijn naar inzicht in bepaalde vragen van het leven.

Ook in die groepen kan het gebeuren – aldus de esoterische traditie – dat plotseling, zichtbaar of onzichtbaar Christus of een ander hoog geestelijk wezen in hun midden verschijnt en hen uit de noodsituatie helpt waar zij zich in bevinden of hen inzicht of raad geeft in de vraagstukken waar zij mee worstelen.

Een dergelijke ervaring heb ik zelf eens meegemaakt. Het volgende gebeurde.

Ik maakte deel uit van een groep die zich bezig hield met de vraag hoe je vanuit de antroposofie inzicht zou kunnen krijgen in al de veranderingen die zich in onze tijd op sociaal gebied in de relaties tussen mensen voordoen.

De groep kwam regelmatig een of meerdere dagen bij elkaar om daarover van gedachten te wisselen. Ik moet erbij vertellen dat deze groep voor ieder van ons op zich al een geweldige sociale opgave was. De deelnemers waren niet alleen persoonlijk heel verschillend, maar verschilden vaak ook sterk van mening. Voeg daarbij het onvermogen om op een vrije en goede manier met elkaar te spreken, en u kunt zich voorstellen dat wij het niet makkelijk hadden met elkaar. Maar steeds was er ook weer de wil elkaar te vinden.

Op een van die studiedagen zaten wij op een warme, windstille middag in het najaar in een conferentieoord bij elkaar. Die ochtend was het er nogal heftig aan toe gegaan. Enkele deelnemers waren zo overheersend geweest dat een aantal innerlijk ‘afgehaakt’ waren en overwogen op te stappen. Anderen wilden er alles aan doen om de groep bij elkaar te houden. In de pauze die werd ingelast, zaten deze laatsten bij elkaar, verbonden zich innerlijk met degenen het moeilijk met elkaar hadden, probeerden te begrijpen wat er speelde en bemiddelde tussen hen. Daarnaast vroegen zij de geestelijke wereld, Christus, om hulp in deze worsteling met elkaar.

Ondanks alle pijn werd die middag besloten het toch nog eens met elkaar te proberen.

En zo zaten wij dan op die windstille najaarsmiddag bij elkaar. De deuren naar de tuin stonden open. De vraag die in het midden lag was: ‘hoe werkt Christus tussen mensen? Kunnen we daar dichter bij komen?’

Toen dat gesprek even gaande was – dat dankzij de pijn die iedereen had opgelopen heel rustig en open verliep - waaide er plotseling een zachte wind naar binnen die even later door de andere deur weer naar buiten ging. Direct daarop gebeurde het volgende. Eén van de deelnemers vertelde hoe zijzelf de werking van Christus beleefde. Wat mij op toen direct al opviel was dat dat wat ze zei zo diep uit haar innerlijk leek voort te komen. Een andere deelneemster werd door haar woorden innerlijk geraakt en bracht een nieuw gezichtpunt in. Ook dat leek uit de diepte van haar ziel voort te komen. Daarop bracht een derde iets in het midden dat deze gezichtspunten nog weer verder bracht. Zo ging dit proces een tijdje door. Ook andere deelnemers spraken zich uit. Toen hield het op.

Op dat moment werd ik mij ervan bewust dat er iets heel bijzonders aan de hand was. Wat ik innerlijk ‘zag’ was alsof zich boven ons iets bevond dat van het hoofd van de een naar dat van de ander sprong en daar even bleef staan. Doordat dat ‘iets’ of die ‘aanwezigheid’ daar even stilhield, zei degene bij wie dat gebeurde iets dat heel waar en treffend was. Dat vond plaats bij verschillende mensen. Het bijzondere was dat de verschillende bijdragen of antwoorden die de betrokkenen gaven, naadloos op elkaar aansloten en samen stap voor stap dieper inzicht brachten in de vraag hoe Christus in en tussen mensen werkt. Het was een adembenemende ervaring.

Net toen ik dacht dat dit wonderbaarlijke fenomeen opgehouden was, stelde een van de vrouwen een nieuwe vraag. En weer kwamen er – op dezelfde wijze als eerder – spontaan, een voor een, fundamentele antwoorden en inzichten naar voren waar wij allemaal veel aan hadden. Ook dit ging even door. Toen hield het spreken definitief op.

Het bijzondere was dat er geen abstracte antwoorden kwamen, maar inzichten die direct ook innerlijke ervaring waren. Ervaringen die niet ten volle in woorden kon worden uitgedrukt.

De meeste deelnemers aan dit gesprek waren zich na dit tweede stil worden bewust dat er iets wonderbaarlijks had plaatsgehad. Daar hebben we toen diepgaand met elkaar over kunnen spreken.

Ikzelf werd mij tijdens deze ervaring bewust van een heel sterk gevoel van verbinding met een diepere laag in mijn ziel. Tegelijkertijd voelde ik mij op die laag ten diepste met al de anderen verbonden. Ik weet nog dat ik dacht: ‘nu voel en begrijp ik wat het woord ‘gemeenschappelijkheid’ betekent. Ik ervaarde zelf wat ‘gemeenschappelijkheid’ eigenlijk is. Ik besefte dat dit gevoel in de toekomst – als de Christusgeest nog veel sterker in mensen werkzaam zal zijn dan nu het geval is – een gangbare ervaring zal zijn.

Wat ik aan het eind overhield was een gevoel van mildheid naar mijn eigen tekortkomingen en naar de tekortkomingen van anderen, een soort vergevingsgezindheid dus. Daarnaast was er een gevoel van vervulling en innerlijke vrede. 

Wat laat deze ervaring zien?

In de eerste plaats: dat dit nu zo mogelijk is. Dat het mogelijk is dat een groep mensen zich in openheid en verbondenheid met vragen naar de geestelijke wereld richt en zij antwoorden krijgen op die vragen. Antwoorden die zij zowel zelf kunnen navoelen en denken, alsook direct kunnen ervaren. In zichzelf zowel als in relatie met elkaar.

Voorwaarde is echter die stille openheid en betrokkenheid naar elkaar. Het ‘eendrachtelijke’ bijeen zijn dus. In onze groep kon dat alleen bewerkstelligd worden door de pijn die we aan elkaars onvermogen leden. De pijn bracht ons bij onszelf en bij ons eigen onvermogen en maakte bescheiden en stil. Daardoor kon er iets gebeuren.

Ik denk dat dergelijke ervaringen steeds meer zullen toenemen. En dat wij zullen beseffen hoe waar het is dat als mensen zich met elkaar verbinden, ook geestelijke wezens aanwezig zijn.

Je kunt je zelfs voorstellen dat we nog een stap verder zullen gaan en heel bewust groepen zullen vormen die het hoge geestelijke wezens of Christus zelf mogelijk maken om door ons heen op aarde te werken. Hoe meer we dat willen en daar bewust van zijn, hoe sterker dat het geval zal zijn.

Zo worden wij – dankzij het feit dat het ruim tweeduizend jaar geleden, in het jaar 33 Pinksteren werd  – steeds meer medewerker van de geestelijke wereld op aarde.

 

Naar het begin van dit artikel

 

1)   Uit Rudolf Steiner,Natuurwezens, Zeist l993, de voordrachten van 1 en 7 juni l908 en de cyclus Die Welträtsel und die Anthroposophie, Dornach, GA 54, blz. 102. top
2)   Zie in de bijbel Johannes 8 vers 32, en ook Johannes 16 vers 12. top
Meer over dit onderwerp in het boekje ‘Verkwikkender dan licht’. De werkzaamheid van Christus in ontmoeting en gesprek, door Margarete van den Brink, Zeist, l994.