headerlogo2

 

Toen ze tegenover me zat, zag ik aan haar ogen,

hoeveel pijn en verdriet ze had doorleefd.

Maar ik zag ook een stille wijsheid en een dieper weten

dat ze had veroverd op het donker van het leven.


Ze kende, zo vertelde ze, het donker van de nacht

zo goed, waarin het hart alleen maar vragen stelt

en heimwee vol verlangen wakker wordt.


Maar ze kende ook het wonder van het hoge licht

dat in de nacht geboren wordt, dat antwoord

en vervulling is en heimwee doet vervagen,

omdat dit licht vervulling en bestemming is.


Ze kende de angsten die ontwaakten in het donker

van de nacht en om haar aandacht vroegen - en toen

ze dat vertelde, zag ik nog de naglans van de angst

in haar ogen. Ze kende ook, vertelde ze, de twijfel

die alles lelijk maakt, wat eerst zo goed leek te zijn.


Maar ze kende óók die ene stem in haar hart, haar

zo vertrouwd, een stem die haar tot troost was

in de nacht. En ze kende dat gezicht van Hem

die haar zo lief was en dat soms oplicht in het donker,

een gezicht vol liefde dat haar angsten wegnam

en dat twijfel tot vertrouwen om te vormen wist.


En toen vertelde ze: Ik heb God leren danken

voor de nacht van mijn leven, want zo, en zo alleen

kon ik het geheim van het leven ontdekken.

En elke Kerstnacht vier ik vol eerbied de geboorte

van het licht in mijn hart, dat licht, dat alleen maar

in het diepste donker kan geboren worden.


En toen zei ze, als wilde ze haar verhaal in één zin

samenvatten: Ik heb de kerstnacht - die nacht

van het diepste donker en het hoogste licht - zelf ervaren.

En die nacht is mij tot een groot geschenk geworden.