headerlogo2

Dit artikel is overgenomen uit Verwachting nr. 64 2012. Een uitgave van de stichting De Heraut. Zie ook swww.tichtingdeheraut.nl

Iedere keer als ik op een themadag mag vertellen over de bijzondere ervaringen die de gestorvene na de dood mag opdoen in de geestelijke wereld raakt het mij hoe groots en indrukwekkend de ervaringen zijn die ons daar, in de geestelijke wereld, wachten. Denk bijvoorbeeld aan de ontmoeting met Christus en aan die met onze eigen Engel. En denk daarnaast aan al die geliefden die ons zijn voorgegaan en die ons daar vol vreugde opwachten.


Met name de ontmoeting met de
kosmische Christus – met Hem die zoveel groter is dan welke religie dan ook, ja, die alleen maar liefde is en er dus ook werkelijk voor iedereen is - doet de gestorvene tot in het diepst van zijn wezen voelen: op deze ontmoeting, de ontmoeting met Hem, heb ik altijd gewacht. De gestorvene voelt zich in Zijn lichtkring opgenomen en ervaart tot in het diepst van zijn wezen dat hij gedragen wordt door Zijn liefdeskracht. Op dat moment gaat door vele gestorvenen een gedachte als deze heen: nu ben ik eindelijk thuis, en eindelijk voel ik mij werkelijk geborgen.

Het neerkijken op het eigen lichaam
Maar ook de ervaring die de gestorvene direct na zijn (of haar) dood opdoet - dus nadat hij zijn fysieke lichaam heeft losgelaten - maakt een diepe indruk: het neerkijken van buiten- of van bovenaf op het eigen gestorven lichaam. Het is voor het eerst dat de gestorvene nu van buitenaf naar zijn eigen lichaam kijkt, precies, zoals hij bij zijn leven op aarde naar anderen keek. Ook deze ervaring is een bijzonder moment dat de gestorvene een intens gevoel van geluk kan schenken. Nu beleeft hij (of zij) namelijk tot in het diepst van zijn wezen hoe wáár het is dat de geest sterker is dan de materie. Hij ervaart nu dat onze geest ook werkelijk kan leven zonder een fysiek lichaam.

Daardoor begint een diepe
eerbied voor het ontzagwekkend grootse mysterie van het leven de gestorvene te vervullen. En bij het vervolg van zijn reis door de geestelijke werelden zal de gestorvene steeds weer terugkijken naar dit moment en zal hij steeds intenser de kracht van de geest ervaren die zoveel sterker is dan de kracht van de materie.
Het enige wat nodig is om al deze bijzondere ervaringen na de dood op te mogen doen, is een leven op aarde in een sfeer van kwetsbaarheid en van waarachtige liefde – ook al is dat iets dat ons slechts met vallen en opstaan lukt.

Door deze levenshouding worden op
aarde namelijk onze innerlijke ogen geopend (de ogen van de ziel) en daardoor raken we in staat in het leven na de dood de dingen om ons heen waar te nemen, ook al zijn de ogen van het fysieke lichaam ons ontvallen. Het laat zien, hoe belangrijk het is om tijdens ons aardse leven steeds weer te proberen om anderen met een oprechte liefde te omhullen.
Bovendien is het ook nog eens zo dat hoe meer inzicht wij op aarde in het mysterie van het leven hebben verworven, hoe meer we zullen mogen opmerken in de geestelijke wereld: alleen wat we ons bewust geworden zijn, kan immers tot ons bewustzijn doordringen. Dat maakt duidelijk dat - naast de liefde - ook het verwerven van inzicht op aarde een ware hulp kan zijn bij het  gaan van de weg door de geestelijke werelden.

De vreugde van de gestorvene wordt voelbaar voor de achterblijvende
Zo begint de reis aan de overkant van de dood met een aantal van dit soort bijzondere ervaringen die zo wonderlijk in tegenstelling staan tot het verdriet dat degenen die achterblijven zo dikwijls ervaren. Maar het opvallende is dat vele achterblijvenden gedurende de eerste dagen na de dood van hun geliefde niet eens zozeer het verdriet en het gemis ervaren (dat begint vaak pas later aan onze ziel te knagen), maar dat een diep gevoel van eerbied, verwondering en ontzag hen vervult. Het zijn gevoelens die zich nauwelijks onder woorden laten brengen, maar die iets laten aanvoelen van de bijzondere ervaringen die hun geliefde aan de overkant opdoet. Het is, alsof de achterblijvende een heel klein beetje mee mag beleven wat zijn (haar) geliefde aan de overkant ervaart. Alsof de afglans van de grootse ervaringen van de gestorvene voelbaar wordt in de ziel van de achterblijvende. Daarbij is het ook nu weer de kracht van de liefde die dit mogelijk maakt. De achterblijvende die weet heeft van de grootse ervaringen die de gestorvene direct na de dood opdoet, ziet daarom vaak met een diepe ontroering hoe er op het gezicht van de gestorvene dikwijls een glans van vrede, van overgave en soms zelfs van een diepe vreugde is te zien.

De reis gaat verder
Op die bijzondere themadag mocht ik ook vertellen over de zeven astrale sferen, waar de gestorvene van sfeer tot sfeer doorheen gaat en waar hij (of zij) vele grootse, indrukwekkende, maar ook zuiverende ervaringen opdoet: het zijn namelijk ervaringen die onze ziel reinigen en die haar langzamerhand bevrijden van alle donkerte en duisternis. 
Als de tijd verglijdt, mogen we de gestorvene wel een reiziger of reizigster noemen: want dat is hij (of zij) nu geworden: een mens die zijn fysieke lichaam heeft losgelaten en op reis is gegaan door de astrale wereld naar de Lichtwereld. Op die reis moet de reiziger zozeer vrijkomen van alle donkere krachten, emoties en driften dat hij straks als een volkomen zuiver wezen de Lichtwereld (ook wel het Devachan genoemd) kan binnengaan. Anders zou hij immers een milieuprobleem vormen voor die zo volkomen zuivere wereld van het Licht.
De reis door de zeven astrale werelden duurt in het algemeen genomen – zo vertelt het Esoterisch Christendom - ongeveer een derde van het op aarde geleefde leven. Dat is niet voor niets: het is namelijk de tijd die we op aarde slapend doorbrachten en waarin we (tijdens de slaap dus) elke nacht kritisch keken naar de voorbije dag en naar wat we die dag gedaan, gezegd en nagelaten hadden. Nu zullen we in de astrale wereld terugzien, welke conclusies we zelf elke nacht getrokken hebben en wat we deden met de (meestal onbewuste) impulsen die we vanuit de nacht meenamen naar de nieuwe dag.
Eenmaal aangekomen in het Devachan mag de reiziger of reizigster vervolgens een reis maken door de zeven Lichtwerelden. Net zolang tot hij of zij aankomt bij dat zo geheimzinnige keerpunt dat wel het middernachtelijke uur genoemd wordt.
In het kader van dit artikel voert het te ver om die zeven astrale werelden en de zeven Lichtwerelden te beschrijven: dat doe ik graag op onze themadagen die aan dit onderwerp zijn gewijd. Bovendien kunt u een beschrijving ervan vinden in het hoofdstuk dat Margarete van den Brink daaraan wijdde in ons boek Omgaan met gestorvenen.

Op zoek naar verdieping
Wat mij op deze bijzondere themadag diep raakte, was dit: dat iedereen dit thema in grote lijnen bleek te kunnen volgen, ook al ging het om stof voor mensen die al over een zekere basiskennis beschikken. Zo moest ik bijvoorbeeld zonder nadere toelichting (daarvoor ontbrak de tijd) uitgaan van de samenstelling van de mens: fysiek lichaam, etherisch lichaam, astrale lichaam en de geest. Het vierledige mensbeeld dus dat door Paulus werd vereenvoudigd tot een drieledig mensbeeld: lichaam (= fysiek en etherisch lichaam), ziel (= astrale lichaam) en geest.

Ook moest ik uitgaan van de
vanzelfsprekendheid van het voortgaande leven aan de overkant van de dood, van de verschillende geestelijke werelden (etherische wereld, astrale wereld en Devachan), van karma en reïncarnatie en van de blijvende band tussen de gestorvene en zijn of haar geliefden op aarde. Ofwel: de mensen moesten op een nieuwe manier en dus met andere oren luisteren naar dit thema. Zoiets wordt tegenwoordig wel een nieuw paradigma genoemd: een nieuwe ’bril’ of een nieuwe levensvisie.

Toch bleken alle aanwezigen (er waren
ruim driehonderd mensen) mijn verhaal in grote lijnen te kunnen volgen - en dat vier uur lang, luisterend naar alle beschrijvingen die ik over de verschillende geestelijke werelden mocht geven. Dat was wel bijzonder, vooral ook, omdat de meeste aanwezigen helemaa niet over de basiskennis beschikten die ik zonet noemde: zij hadden zich dat nieuwe paradigma (die nieuwe manier van kijken) nog niet eigen gemaakt. En toch konden de meeste aanwezigen het volgen en kregen zij inzicht in de ontwikkelingsweg van de gestorvene in de geestelijke wereld. Voor mij was het een heel bijzondere en grootse ervaring dat zoiets überhaupt mogelijk is!

Maar hoe was dat eigenlijk mogelijk? Dat
kwam enerzijds, zo realiseerde ik mij, omdat er op onze zaterdagen een vaste groep bezoeksters en bezoekers is die de nieuwkomers in stilte, zonder woorden, met hun ‘weten’ dragen. Zij maken het (ook al zeggen ze dus helemaal niets) de nieuwkomers makkelijker om in te stappen: hun weten stroomt als vanzelf over in de harten van de anderen. Iets dat alleen maar mogelijk is als mensen zich in alle kwetsbaarheid, open en onbevangen met elkaar verbinden. Want daardoor kan Christus zelf tussen ons werkzaam worden en is Hij het die het ons mogelijk maakt te begrijpen. Maar anderzijds merkte ik ook, hoe het in deze tijd duidelijk voelbaar wordt dat er vanuit de geestelijke wereld nog weer nieuwe energieën naar ons beginnen toe te stromen die ons ertoe brengen willen om nu tot verdieping en tot verdergaande inzichten te komen. Het zijn energieën die ons allereerst helpen dat nieuwe paradigma als vanzelf eigen te maken (alsof dat nu veel gemakkelijker gaat dan vroeger). Daarnaast zijn het energieën die ons in staat stellen een volgende fase van de geestelijke bewustwording – die van verdieping - te realiseren. Want in de jaren die komen gaan, zal het meer en meer gaan om verdieping en om een werkelijk inzicht.
Dat alles op deze themadag te mogen ervaren, schonk mij een diepe vreugde. Temeer, omdat ik mij realiseerde dat een dag als deze een paar jaar geleden nog niet mogelijk geweest zou zijn!

De aanwezigheid van gestorvenen
Wat op die dag ook zo voelbaar was, was de aanwezigheid van zovele gestorvenen. Velen van hen kwamen natuurlijk, omdat liefde hen bracht: het is kostbaar voor onze geliefden aan de overkant om een paar uur lang in de geest rond hetzelfde thema verbonden te mogen zijn met hun achtergebleven geliefden. We kunnen de betekenis van zulke uren en dagen, waarin we ons heel bewust richten op de wereld van de gestorvenen, niet gauw overschatten: ze zijn van onschatbare betekenis voor onze geliefden! Voor onze gestorven geliefden houdt die verbinding met ons een krachtige impuls in bij het gaan van hun nieuwe levensweg. Onderschat de kracht van die impuls niet!

Maar onze gestorven geliefden ervaren
op zo’n themadag niet alleen de blijvende en sterke verbondenheid met hun achtergebleven geliefden, ze krijgen ze ook nog eens nieuw inzicht. Wanneer zij zich namelijk in de geest met ons verbinden, wordt het voor hen mogelijk om iets van ons, de achtergeblevenen, te leren over de wereld waarin zij nu leven. Door de gevoelsbewegingen van ons hart te volgen (dus als wij bijvoorbeeld denken: o, wat prachtig, zit dat zo?), kunnen zij delen in onze inzichten en kunnen zij die (door ons hart heen) ook zichzelf eigen maken.

Daardoor raken zij in staat om na
een dergelijk samenzijn met ons bewuster dan voorheen hun weg in de geestelijke werelden te gaan. Vandaar uit wordt het begrijpelijk dat er op die themadag niet alleen gestorven geliefden naar ons toekwamen om zich met ons te verbinden, maar ook andere gestorvenen die verlangen naar meer inzicht en die hopen dat bij ons te vinden. Mij schenkt het altijd weer een diepe vreugde om te ervaren hoe onze themadagen doorwerken tot in de geestelijke werelden!

Naar het begin van dit artikel