headerlogo2

Het lijkt er op alsof de gebeurtenissen rond het sterfbed steeds sprekender en intenser worden.
Als ik alleen al kijk naar de sterfprocessen die ik zelf de laatste tien jaar heb meegemaakt dan is duidelijk dat voor de stervende steeds meer, al geruime tijd vóór het intrede van de dood, de wereld aan de andere kant opengaat.

Ik zal u daarvan één voorbeeld te geven: ik maakte in alle sterfgevallen mee dat de stervende intensief wees naar een hoek in de kamer of naar het plafond waar zich iets belangrijks bevond en waar mijn aandacht voor werd gevraagd. Zonder dat de stervenden daarover zelf iets konden zeggen.

Inmiddels weet ik dat zij dan, vaak tot hun grote verbazing, overledenen zien: partners, ouders, familieleden, vrienden of grote liefdes die wachten tot het moment van sterven daar is en zij de stervende kunnen helpen de overgang naar de ander wereld te maken.
Bij mijn broer die een half jaar geleden stierf, wachtte al weken voor zijn dood in een hoek van de kamer zijn grote liefde die 20 jaar eerder gestorven was. Haar aanwezigheid was een grote troost voor hem en een bevestiging van wat hij al wist: dat het leven na de dood verder gaat.
Op de dag vóór zijn sterven stond zijn gestorven vader, die dus ook mijn vader is, aan zijn bed.

Ervaringen als deze maken bewust hoe ongelooflijk belangrijk het voor de stervende is mensen om zich heen te hebben die zich een voorstelling kunnen maken wat er vóór, tijdens en na het sterven op geestelijk gebied gebeurt én die enigszins kunnen begrijpen wat dat voor de stervende betekent.
Het maakt hen minder eenzaam en geeft hen kracht en troost.
Achteraf, na zijn dood, bleek ik de enige geweest te zijn aan wie mijn broer over zijn ontmoetingen had verteld. Hij wist dat ik over sterfprocessen had geschreven en voelde dat ik het zou begrijpen.

 

We leven voor wat de dood betreft in een verwarrende tijd

Die verwarring ontstaat omdat wij, in tegenstelling tot vroeger, met verschillende opvattingen over de dood en het sterven te maken hebben. Opvattingen die elkaar tegenspreken. Ik zal u er drie noemen.

 

1.In de eerste plaats zijn er de traditionele godsdienstige opvattingen.
Zowel het traditionele christendom, het jodendom als de islam hebben heel specifieke opvattingen over de dood, het sterfproces en het leven na de dood. Voor hen staat vast dat het leven na de dood verder gaat. Heel hun aardeleven is daar op gericht.

2.In de tweede plaats treffen we meningen aan die het gevolg zijn van de toegenomen
materialistische wijze van denken van wetenschappers. Met name in de medische wereld.
Mens-zijn is voor hen identiek aan het fysieke lichaam. Als mensen worden wij geheel en al door ons fysieke lichaam bepaald, zeggen zij. Alles wat de mens is en wat in hem gebeurt is te
herleiden tot de werking van met name de hersenen.
Dat leidt vanzelfsprekend tot de opvatting dat met het sterven van het lichaam, van de hersenen, alles ophoudt en er daarna niets meer is. Leven na de dood is volgens deze  opvatting volstrekt onmogelijk.

3.In de derde plaats zijn er opvattingen over de dood als gevolg van het feit dat mensen een
geestelijke ervaring hebben gehad. Zij hadden bijvoorbeeld een ontmoeting met een gestorvene, met een engel of hadden een bijna-doodervaring. Onderzoeken wijzen uit dat haast alle mensen met een bijna-doodervaring zeker weten dat er een geestelijke wereld bestaat en dat ze die wereld na de dood zullen binnengaan.
Een vrouw die door allerlei negatieve ervaringen haar geloof in het bestaan van God en de hemel verloren had zei na haar bijna-doodervaring: 'Na deze ervaring geloof ik niet dat er een
hiernamaals is, ik weet het zeker. Voor mij staat het vast. Wat de wetenschap er ook van zegt'.

 

Het bewustzijn blijkt na de dood te blijven bestaan

Het is in dit verband hoogst interessant dat een paar jaar geleden nota bene een neurochirurg door een intensieve bijna-doodervaring heenging en een rondleiding kreeg aan de andere kant. (Ziet u hoe slim de engelen zijn?) Het overkwam de Amerikaanse hersenspecialist Eben Alexander. In zijn boek Na dit leven vertelt hij dat hij als gevolg van een zware hersenvliesontsteking zeven dagen in coma lag. In die tijd verkeerde hij in een andere, geestelijke, dimensie waar hij een geweldige hoeveelheid nieuwe kennis en inzichten verkreeg.
Zo merkte hij tot zijn grote verbazing dat zijn bewustzijn, zijn geest, zijn innerlijke zelf, in die andere wereld nog volop aanwezig waren. Ja zelfs veel sterker, helderder en levendiger dan op aarde. En dat terwijl hij geen fysiek lichaam had en het belangrijkste deel van zijn hersenen, zijn neocortex, door zijn ziekte totaal uitgeschakeld was.

Alexander vertelt dat hij in grote lijnen hetzelfde meemaakte als miljoenen andere mensen die door bijna-doodervaringen en mystieke toestanden heengingen. Ook beschrijft hij de sfeer van onvoorwaardelijke liefde die alles in die wereld doordringt en draagt. Voor hem staat vanaf die tijd vast dat de mens - in tegenstelling tot waar hij als hersenspecialist vroeger van overtuigd was - veel meer is dan zijn brein, zijn hersenen, en dat het bewustzijn na de dood verder gaat. Hij beschouwt het als zijn opdracht zijn collega-artsen en specialisten daarvan te overtuigen. Terugkijkend op zijn eigen vroegere instelling en opvattingen weet hij wat een klus dat zal zijn.

Het bovenstaande laat zien: de materialistisch-wetenschappelijke opvattingen staan lijnrecht tegenover de religieus-godsdienstige. De bijna-doodervaringen op hun beurt tegenover het materialistische denken in de wetenschap. Dat geeft verwarring.

Wat er nu in onze tijd gebeurt is dat met name de mensen die geestelijk een beetje wakker worden en vooral degenen die zelf een geestelijke ervaring hebben gehad, op zoek gaan naar literatuur en naar inzichten die hen helpen de geheimen die met sterven en de dood samenhangen te begrijpen en een plaats te geven.

 

Antroposofische inzichten met betrekking tot de dood en het aardeleven

Op die zoektocht komen velen bij de antroposofie terecht.
Dat komt omdat Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, als helderziende en als geesteswetenschappelijk onderzoeker, veel over de dood, het sterven en het leven na de dood gesproken en geschreven heeft. Als geen ander kon hij duidelijk maken wat er bij het sterven gebeurt, hoe het leven na de dood verloopt en wat de betekenis daarvan is in het menselijk leven.
Zijn beschrijvingen passen wonderwel bij de ervaringen die mensen in een bijna-dood situatie meemaken en bevestigen deze ook.

De grondgedachte van de antroposofie is dat wij mensen ons op een ontwikkelingsweg bevinden naar steeds hogere niveaus van bewustzijn, mens-zijn en bestaan. Om dat te bereiken worden we steeds opnieuw op aarde geboren. Want alleen hier op aarde, in de wereld van de materie, kunnen we de ervaringen opdoen en de lessen leren die ons verder brengen.
Na de dood kijken we in de geestelijke wereld op het afgelopen leven terug en krijgen we inzicht wat ons leven, ons denken en onze handelingen voor onszelf en de omgeving hebben betekend en
opgebracht. Vervolgens bereiden we met hoge geestelijke wezens, hoge engelen, een nieuw leven op aarde voor en keren na verloop van tijd vanuit de geestelijke wereld terug op aarde.
Dat nieuwe leven vindt dan plaats in heel andere omstandigheden, in een andere cultuur en in ander land en in een andere persoonlijkheid. Als man, dan wel als vrouw. Zo doen we weer heel nieuwe ervaringen op waar we van leren.
Geboorte en dood maken deel uit van een gigantisch proces van menselijke groei en ontwikkeling dat almaar verder gaat.

 

Wat gebeurt er op het moment van sterven? De verschillende lichamen

Om dat goed over te kunnen brengen, moet ik eerst vertellen hoe de mens in elkaar zit.
We hebben niet één, maar drie lichamen die in en door elkaar heen werken. We hebben een fysiek lichaam, een etherlichaam en een astraallichaam.

Het fysieke lichaam dat uit aardse materie bestaat, maakt dat we op aarde kunnen leven.
Het etherlichaam doortrekt het fysieke lichaam met leven. Daarom wordt het ook 'levenslichaam' genoemd. Het etherlichaam heeft nog een tweede functie. Die functie is dat het alles opslaat en bewaart wat er in de loop van ons leven gebeurt en wat we daarbij gedacht, gevoeld, beleefd en gedaan hebben. Het bewaart dus de herinnering aan ons afgelopen leven.

Het astrale lichaam, dat ook 'zielenlichaam' wordt genoemd, doortrekt het fysieke lichaam en het etherlichaam. Het is de drager van onze ziel, ons denken, voelen en willen en vormt de basis van het meer instinctieve leven, onze driften, hartstochten, begeertes en dergelijke.

In die drie lichamen leeft ons ik. Doordat we een ik hebben kunnen we een individu op zichzelf zijn, een zelfstandige persoonlijkheid. Dit ik heeft enerzijds zijn wortels in de drie lichamen en staat anderzijds open naar de wereld van de geest. Daardoor hebben wij twee verschillende delen, een lager en een hoger ik. Het lagere ik of onze gewone persoonlijkheid, ook het ego genoemd, is gebonden aan onze drie lichamen en wordt daardoor bepaald. Dat is belangrijk te weten in verband met de dood.
Ons hogere ik is drager van onze geestelijke kern, ons werkelijke wezen. Daarom wordt het ook het hogere geestelijke zelf genoemd. Met ons hogere ik maken we deel uit van de geestelijke wereld.

Bij het sterven en in de tijd erna trekt de gestorvene de verschillende lichamen: het fysieke lichaam, het etherlichaam en het astrale lichaam, één voor één uit.
Wat uiteindelijk over blijft is het onsterfelijke deel, het geestelijke zelf, het hogere ik. Ik ga daar straks verder op in.

 

Wanneer begint een sterfproces?

Het sterfproces begint in wezen al ver vóór de dood, zo halverwege het leven.
We kunnen dat zien aan het proces van ouder worden. Bij het ouder worden krijgen we rimpels, grijze haren, hebben we een bril nodig en komen er meer fysieke problemen.
Het geeft aan dat de verbinding tussen het etherlichaam en het fysieke lichaam wat losser wordt. Vandaar dat de levensfuncties van het fysieke lichaam achteruitgaan. Dat betekent niet automatisch dat ook de geest, het bewustzijn achteruit gaat. In tegendeel. We zien juist vaak dat dat zich verdiept en versterkt. Dat er meer wijsheid en mildheid ontstaat.

Als de dood dichtbij komt wordt de verbinding tussen het etherlichaam en het fysieke lichaam steeds losser. Vaak gaat dat via een ziekteproces. Het grote voordeel van een ziekteproces is dat de stervende de tijd en de ruimte krijgt het leven af te ronden en zich op het leven na de dood voor te bereiden. Dat is heel belangrijk voor het leven daarna.
Ook is het voor de stervende van grote betekenis hoe bewust degenen die het proces begeleiden: artsen, verpleegkundigen, therapeuten, geestelijke verzorgers, en dergelijken, hiermee omgaan.
Hoe bewuster dat gebeurt, hoe harmonischer de overgang naar de andere wereld zich voltrekt en hoe beter de gestorvene zijn of haar weg na de dood vindt aan de andere kant, in de geestelijke wereld.

 

 opengaan van de wereld van de geest

Het is vooral in dit stadium dat stervenden de geestelijke wereld zien open gaan, dat ze gestorvenen ontmoeten en een blik in die andere wereld krijgen. Dat komt omdat het fysieke lichaam die andere werkelijkheid niet langer afsluit en verbergt.
Een vrouw vertelde: 'Ik zag een prachtige tuin met een poort en er was stralend licht, veel helderder dan hier'.
Soms vindt er zelfs een gesprek plaats tussen de stervende en een gestorven geliefde. Zo hoorde een verpleegkundige een stervende vrouw met haar overleden man praten en zeggen: Het duurt nu niet lang meer dan ben ik bij je!
Het is duidelijk dat wie niet begrijpt wat zich hier afspeelt, denkt dat de stervende geestelijk in de war is geraakt. En deze ook zo gaat behandelen.

 

Een natuurlijk of een onnatuurlijk sterfproces

Het maakt een groot verschil of de dood intreedt als gevolg van een natuurlijk sterfproces of van een onnatuurlijk proces, zoals een zelfdoding of een euthanasie.
Bij een natuurlijk sterfproces vindt de losmaking van het etherlichaam geleidelijk aan plaats en wordt het moment van sterven door de geestelijke wereld bepaald.
Bij zelfdoding en euthanasie bepaalt de betreffende mens dat zelf. Etherlichaam en fysiek lichaam worden dan niet op een natuurlijke wijze van elkaar losgemaakt, maar abrupt op een zelf gekozen moment doorgesneden en zo van elkaar gescheiden.
Dat heeft gevolgen voor het leven na de dood. Dat wordt onvoldoende onderkend en beseft.
Degene die op deze wijze gestorven is merkt in de andere werkelijkheid dat de dood niet het einde is en dat het bewustzijn nog volop aanwezig is. Tegelijkertijd ervaart deze, bijvoorbeeld bij een suïcide, het immense verdriet van de achterblijvende. Maar er is geen fysiek lichaam meer om met hen in contact te treden.

Ik ga op de onnatuurlijke dood niet verder in.
Wat mij wel steeds weer opvalt in de verhalen van mensen met een bijna-doodervaring is dat zij tijdens hun verblijf aan de andere kant haast allen te horen krijgen dat ze daar niet kunnen blijven. Eerst moeten ze hun taak op aarde afmaken. Pas dan kunnen ze terugkeren. Dat lijkt te zeggen dat ieder mens vanuit de geestelijke wereld een bepaald grondplan voor zijn leven meekrijgt waarin bepaalde opdrachten te vervullen zijn en waarin niet alleen het moment van geboorte, maar ook het moment van sterven is vastgelegd.

 

Op welk moment treedt de dood in?

De dood treedt in als het etherlichaam - en daarmee ook het astraallichaam, het ik en de geest - zich definitief losmaken van het fysieke lichaam. Dat losmaken begint in de hartstreek. Vandaar heft het etherlichaam zich boven het hoofd uit en neemt de rest mee. Het fysieke lichaam wordt dan van de bron van leven, het etherlichaam, afgesloten.
Het losmaak proces duurt meestal een paar dagen. Dat nemen achterblijvers meestal ook waar. Direct na de dood lijkt het soms alsof de gestorvene slaapt. Twee dagen later is die toestand totaal veranderd en heb je het gevoel: nu is de dood echt ingetreden of: nu is de gestorvene echt weg.
Het fysieke lichaam is een stoffelijk overschot geworden. Dat geeft aan dat het etherlichaam er helemaal los van is. Het fysieke lichaam wordt korte tijd daarna begraven of gecremeerd en zo aan de aarde teruggegeven.

Wat maakt de gestorvene aan de andere kant door?

Ik zal u daar met behulp van een schematisch overzicht in grote lijnen een indruk van geven. Voor een uitgebreider en gedetailleerder beeld verwijs ik u naar de verschillende boeken die inmiddels over dit thema verschenen zijn.

In het schema onderaan dit stuk ziet u de aardewereld aangegeven, de etherwereld, de astrale of de zielenwereld en de hogere geestelijke wereld ofwel het devachan. Deze gebieden moeten we niet als plaatsen zien, maar als verschillende bewustzijnstoestanden die al naar gelang de ontwikkeling van de gestorvene een voor een open gaan.
Door al die gebieden gaat de mens na het sterven heen. Het begint bij het punt DOOD. Bij het punt GEBOORTE wordt hij of zij opnieuw op aarde geboren.

 

De etherwereld

Wat ervaren de gestorvenen nu als het etherlichaam (met astraallichaam, ik en geest) het fysieke lichaam heeft losgelaten en de dood ingetreden is?
Mensen die een bijna-doodervaring hadden vertellen dat ze door een donkere tunnel gingen en kort daarop een wereld van levend licht binnentraden. Een wereld die gedragen wordt door een sfeer van waarachtigheid en onvoorwaardelijke liefde. Daar werden zij opgevangen en omhuld door vrienden en geliefden die eerder gestorven waren en door geestelijke wezens van licht die we engelen kunnen noemen. Zij begeleiden de gestorvene in de nieuwe situatie in het leven na de dood.
Dit feit maakt dat we kunnen zeggen: Je stérft weliswaar alleen, maar je bént niet alleen. Tijdens het hele proces van sterven en daarna zijn er altijd helpers en begeleiders om de gestorvene heen.
Hoe deze ook gestorven is.

Ik wil u vragen dit beeld van de geestelijke wereld met zijn dragende sfeer van onvoorwaardelijke liefde en geestelijke lichtwezens ook bij het volgende, misschien wat abstractere deel, vast te houden en voor u te blijven zien. Want in die realiteit speelt het volgende zich af.

Rudolf Steiner vertelt dat het moment waarop het fysieke lichaam wegvalt en de gestorvene deze nieuwe werkelijkheid binnengaat, als de grootste en diepste ervaring beleefd wordt die na de dood wordt doorgemaakt. Het is een moment van intense vreugde, van vrijheid en van thuiskomen.

De terugblik in de etherwereld

Met de intrede in de etherwereld gaat het etherlichaam van de gestorvene open dat alle aarde-herinneringen bewaard heeft. Heel het afgelopen leven komt nu in levende beelden, als een levend en bewegend panorama, om haar of hem heen te staan.
Alles wat er gebeurd is, wat je meegemaakt hebt, gedacht en gedaan, staat in nu objectieve beelden voor je. De schoolklas waar je in gezeten hebt, de reizen die je hebt gemaakt, de vrienden en vriendinnen die je had, je werksituatie, je kinderen, wat je deed, wat je zei, alles staat tot in de kleinste details om je heen. Als gestorvene kijk je daarnaar en weet je : Ja, zo was het. Dat was mijn leven. En degene die dat heeft meegemaakt, dat ben ik.
In de terugblik in de etherwereld staat het besef van je eigen persoonlijkheid, je ik, centraal.

Drie dagen duurt deze terugblik meestal, dan verbleken de beelden en houden ze op.
Het etherlichaam heeft zijn inhoud vrijgegeven en keert terug in de etherwereld waar het in oplost. De essentie van het afgelopen aardeleven wordt echter bewaard en aan het gecombineerde geheel van astraallichaam, ik en geest toegevoegd.

In deze drie dagen durende periode in de etherwereld is het belangrijk dat de achterblijvende bewust een sfeer van stilte en rust om de gestorvene heen creëren waardoor deze zich ongestoord bezig kan houden met de terugblik en kan wennen aan de grote verandering die deze overgang met zich meebrengt. Vaak wordt er tijdens die drie dagen gewaakt.

 

De astrale of de zielenwereld

Na die drie dagen gaat de gestorvene verder.
Nu gaat het astrale lichaam open. Daarmee treedt zij of hij de astrale of zielenwereld binnen.
Dat betekent, zoals ik al zei, niet het binnengaan van een nieuwe ruimte, maar het binnengaan in een nieuw bewustzijn. Die bewustzijnsovergangen vinden na de dood in de geestelijke wereld voortdurend plaats. In de astrale wereld zijn dat er zeven. De gestorvene gaat daar door zeven gebieden of niveaus van bewustzijn heen.

Wat gebeurt er in de astrale wereld?
Twee dingen. In de eerste plaats ligt het accent op het losmaken van de begeertes, behoeftes en verlangens die je vasthouden aan de aardewereld.
In de tweede plaats op het verwerken van het afgelopen leven.

 

Losmaken van de hang naar de aarde

We beginnen met de eerste. In het fysieke leven op aarde, is het het astraallichaam waarmee je je verheugt en waarmee je lijdt, en je driften en begeertes via je fysieke lichaam bevredigt. Na de dood heb je dat fysieke instrument niet meer, maar door het astrale lichaam zijn die behoeftes en begeertes nog wel aanwezig. Zij het bij de een meer dan bij de ander, afhankelijk hoe je hebt geleefd. Zo zal dat voor iemand die een slopende ziekte heeft doorgemaakt en van veel heeft moeten afzien heel anders zijn dan voor iemand die bij het sterven in de kracht van zijn of haar leven stond.

Wat er nu gebeurt is dat we als gestorvene die behoeftes en begeertes naar bijvoorbeeld dingen als lekker eten, sigaretten, drugs, alcohol etc. maar ook de behoeftes aan sensatie en allerlei andere 'kick's, nog eens, in versneld tempo, doormaken en beleven. Hetzelfde geldt ten aanzien van de plannen die we hadden en de dingen die we nog hadden willen doen.
Wat we nu beleven is dat die verlangens en begeertes niet bevredigd kunnen worden. Dit leidt er toe dat ze op den duur uitdoven. Zo bevrijden wij ons stap voor stap van de hang naar de aarde.
U begrijpt dat deze tijd moeilijker is al naar gelang het begeerteleven sterker aanwezig is.
Daarom is dit ook een tijd van lijden.

Wat we in de astrale wereld doormaken is enigszins te vergelijken met het afkicken van een verslaving op aarde. Door dit 'afkickproces' wordt dit deel van de astrale of zielenwereld 'kamaloka' genoemd. Kamaloka betekent 'plaats van begeerten'. Zij het dat het in werkelijkheid geen plaats is maar een toestand.

 

Terugblik en verwerking in de zielenwereld

In de tweede plaats vindt er de verwerking van het afgelopen leven plaats. Net als in de etherwereld gebeurt dat in de astrale of de zielenwereld door middel van een terugblik. Nu door op een belevende manier door het afgelopen leven heen te gaan en wel in relatie tot de mensen waarmee je te maken hebt gehad. Dit herbeleven, waar het gevoel en de beleving centraal staan, begint bij het ogenblik van sterven en eindigt bij het moment van de geboorte.
Het bijzondere is dat alles wat op aarde ín je leefde: je karakter, je stemmingen, je wijze van handelen etc. nu om je heen komt te staan en alles wat tijdens het aardeleven om je heen was, nu in het eigen innerlijk wordt beleefd. Buiten wordt binnen en binnen wordt buiten. De astrale wereld is dus een heel andere wereld dan de aardewereld.

In deze zielenwereld waar buiten binnen geworden is ga je nu door een proces heen waarin je ín jezelf beleeft wat jouw woorden, daden, handelingen, gevoelens, gedachten, dus alles wat van jou is uitgegaan, in de ander teweeggebracht hebben. Betrof het iets positiefs, bijvoorbeeld doordat je oprecht interesse in de ander had, meeleefde, of deze hielp, dan voel je blijdschap en dankbaarheid. Betreft het iets negatiefs: heb je de ander in een bepaalde situatie benadeeld, gekwetst of misschien zelfs mishandeld, dan beleef je nu in je eigen ziel de pijn die jouw woorden en acties in de ander hebben bewerkstelligd.
De kwaliteit van je leven na de dood creëer je dus al op aarde !

 

Geestelijk lichtwezen

Die herbeleving doen we niet alleen. Dat zou te zwaar zijn. Je wordt in dit vaak pijnlijke proces op een uitermate liefdevolle wijze bijgestaan en gesteund door een geestelijke wezen van licht, een engel, die je helpt inzicht te krijgen in je daden en daarvan te leren. Dat gebeurt op een uiterst vrijlatende manier.
Een man die een bijna-doodervaring had en dit beleefde, vertelde dat dit geestelijke wezen hem niet zei wat hij had moeten doen, dat zou moraliserend zijn, maar wat hij had kunnen doen. 'Een open uitnodiging, die me geheel vrijliet om zijn suggesties op te volgen dan wel naast me neer te leggen'.

Op die wijze werk je stap voor stap door heel je afgelopen leven heen en daarmee door de inhoud van je astrale lichaam. De duur van die reis komt overeen met 1/3 van je aardse leven. Ben je 75 geworden dan zal het verblijf in de astrale wereld ongeveer 25 jaar zijn.
Met iedere herbeleving en het daaropvolgende inzicht neem je je voor het in de toekomst anders te doen. Daarbij maak je twee bewegingen. Enerzijds wil je als beweging naar het verleden, goedmaken wat er verkeerd ging. Anderzijds ontstaat de impuls om heel nieuwe taken op te pakken en nieuwe vermogens te ontwikkelen die jou als mens in relatie tot andere mensen in de toekomst verder brengen.
Dat komt omdat je je hier, in de sfeer van waarachtigheid en waarheid, bewust wordt wat de zin en betekenis van het aardeleven is en waar het in het leven werkelijk om gaat.

 

Vrij van de aardewereld

Aan het eind van het verblijf in de zielenwereld, dus aan het eind van het zevende gebied, heb je je levenservaringen verwerkt en ben je van alle aardse banden bevrijd. Je hogere ik, je geestelijke kern, is nu vrij gekomen. Stralend licht gaat van je uit.
Om je heen begin je de klanken, de sferenmuziek, van de hogere geestelijke wereld te horen. Daar ga je nu heen.

De opbrengst of essentie van je afgelopen leven, dat wil zeggen: de lessen die op aarde al geleerd zijn, de inzichten die je verkreeg in de zielenwereld, en de impulsen die je hebt voor een volgend leven, worden nu aan het hogere deel van je ik, je geestelijke zelf, toegevoegd.
Dit geestelijke zelf verandert daardoor, het transformeert en wordt rijker.
Door de ervaringen en inzichten die je dankzij het afgelopen aardeleven kreeg en de lessen die je leerde, ben je als mens verder gekomen. Verder dan toen je, lang geleden, aan je aardeleven begon. Zo ontwikkelen we als mens naar een steeds hoger niveau.

Het astrale lichaam heeft zijn functie gehad en lost nu, samen met het lagere ik, het ego, dat met het astrale lichaam verbonden is, op in de astrale wereld.
Naar de hogere geestelijke werelden, het devachan, neem je alleen je hogere geestelijke zelf mee en datgene wat je door werk aan jezelf op aarde hebt omgevormd in krachten van de geest.
Ik zal daarvan een voorbeeld geven. Ongerichte impulsiviteit bijvoorbeeld, is een drift van het astrale lichaam. Bezonnenheid, dat gebaseerd is op gericht handelen vanuit inzicht, is een bewustzijnskracht van de geest. Heb je op aarde nu die ongerichte impulsiviteit omgevormd in bezonnenheid, dan neem je dit laatste mee in de hogere werelden van het devachan. Van daaruit zal het als positieve gave doorwerken in een volgend leven. Dat gebeurt met alles in je ziel dat je op aarde omvormt in bewustzijnskracht. Vandaar dat het zo belangrijk is op aarde 'aan jezelf te werken'.

 

Het devachan, de hoge geestelijke wereld

Als het werk aan het eind van het zevende gebied van de astrale wereld is afgesloten en je vrij en gezuiverd bent van aardse invloeden, ga je over naar de veel hogere gebieden van het devachan, de eigenlijke geestelijke wereld. Je kunt deze wereld ook de hemel of het paradijs noemen. Hier leef je als geestelijk wezen in je eigen element.
Je leeft én werkt er samen met de mensengeesten waarmee je op aarde door banden van liefde en genegenheid was verbonden. Maar ook met de hoge geestelijke wezens die deze werelden bewonen. Met hen werk je op dit niveau scheppend aan de verdere ontwikkeling van de aarde, de natuur en de kosmos. Dat alles tezamen geeft een beleving van opperste gelukzaligheid.

De wereld van het devachan is heel moeilijk te beschrijven omdat ze zo weinig op de fysieke aardewereld lijkt. Zij is daarom alleen bij benadering aan te duiden. Rudolf Steiner vertelt dat het een wereld van bewegende, levende en scheppende gedachten en klanken is, die ook oerbeelden worden genoemd. Deze oerbeelden of scheppende, klinkende gedachten zijn zeer hoge geestelijke wezens. Zij zijn de scheppers van de geestelijke bouwplannen van alles wat op aarde in verschijning treedt en bestaat. Vóórdat zich op aarde iets verwerkelijkt, wordt het eerst in deze gebieden door hoge geestelijke wezens gedacht.

 

Overdragen en ontvangen

Ook het devachan kent zeven gebieden waar op steeds hogere niveaus door hoge geestelijke wezens scheppend wordt gewerkt. Als geestelijk wezen dat nog in ontwikkeling verkeert, ga je als mens voor een deel bewust, maar voor een groot deel onbewust door deze gebieden heen. Je hebt dan nog niet de vermogens om hier geestelijk wakker aanwezig te zijn.
Op elk van die gebieden draag je de vruchten, de resultaten, van je afgelopen aardeleven (ge-oogst in de ether- en de astrale wereld) over aan de betreffende geestelijke wezens. Zij geven je daarvoor op hun beurt iets terug. Namelijk nieuwe geestelijke krachten, vermogens, aanleg en talenten die je in je volgende incarnatie op aarde zult kunnen gebruiken.
Wát dat is en welke kwaliteiten ze hebben hangt af van wat jij van jou uit op deze gebieden hebt ingebracht.

Dat alles wordt tezamen met het geestelijke grondplan dat de geestelijke wezens samen met jou voor je volgend leven ontworpen hebben, aan je geestelijke kern toegevoegd.
Beladen met dit alles ga je door - wat genoemd wordt - het middernachtelijk uur.
In dit middernachtelijk punt neem je de instroom van nog veel hogere goddelijke krachten in je op die je bemoedigen en sterken. Rudolf Steiner spreekt in dit verband van krachten van de Heilige Geest.
Het middernachtelijk uur vormt het midden tussen dood en nieuwe geboorte. Direct daarna begint de afdaling naar een nieuw leven op aarde.

 

De afdaling naar een nieuw aardeleven

Tijdens de afdaling ga je opnieuw door de verschillende gebieden of niveaus van de geestelijke wereld heen, maar nu in omgekeerde volgorde en van het hogere naar het lagere. Eerst ga je door de gebieden van het devachan, dan door die van de zielen- of astrale wereld en vervolgens door de etherwereld. Uiteindelijk word je op aarde, in de fysieke wereld, geboren.
Op deze weg leg je niet iets af, zoals op de heenweg, maar ontvang je in de verschillende gebieden – passend bij je geestelijke kern en het grondplan voor het nieuwe leven waarin het afgelopen leven is verwerkt - wat je voor je komende incarnatie nodig hebt.

 

Door de astrale wereld

Om u enigszins een indruk te geven van de weg die wordt afgelegd: in het devachan ontvang je in het derde gebied de kiem, de geestelijke basis, van je herinneringsvermogen. In het tweede gebied de mogelijkheid om gedachten te vormen en in het eerste gebied de geestelijke substantie waar later je ik uit voortkomt.
In de astrale wereld trekt je geestelijke kern vervolgens de astrale of zielensubstantie aan waaruit hoge geestelijke wezens, passend bij wat je uit de geestelijke wereld meebrengt, je astrale lichaam en het daarbij horende lagere ik vormen.
In het zevende gebied van de zielenwereld, het gebied dat een speciale relatie met Christus heeft, wordt de oervorm van je hart verder uitgewerkt. In dit gebied ontstaat ook het eerste contact met de stroom van generaties waarin je – soms pas eeuwen later – uit bepaalde ouders geboren zult worden.
In het zesde en vijfde gebied wordt je toekomstige lot verder gevormd met name met betrekking tot de familie en het volk waar je toe zult behoren.
Ook ontmoet je de mensen waarmee je op aarde te maken zult krijgen. Mensen waarmee je verbonden zult zijn, waarmee je zult samenleven, samenwerken en met wie je door vreugde en verdriet zult gaan. Met andere woorden mensen waarmee je door de draden van het lot verbonden bent. Zowel in positieve als in negatieve zin.
In de vier lagere gebieden van de zielenwereld worden dan de beslissende stappen gezet om op een bepaalde plek en tijd geboren te kunnen worden.

 

Door de etherwereld

Nog verder daal je af, nu naar de etherwereld. In de etherwereld ben je al dicht bij het volk en de familie waarin je geboren zult worden. Als geestkern dat nu omkleed is met een astraallichaam en een ik neem je uit de omgeving ethersubstantie op waaruit geestelijke wezens jouw etherlichaam bouwen.

 

Op aarde in de wereld van de materie

Vanaf het moment van de conceptie op aarde bevind je je als toekomstig aardemens in de directe nabijheid van je moeder die de bevruchte eicel in zich draagt. Eerst wordt op die kiem in het moederlichaam van buitenaf ingewerkt. Zo rond de derde week verbinden astraallichaam, etherlichaam en ik zich met die kiem en wordt er van binnenuit gewerkt aan de ontwikkeling van embryo naar baby.

Dan, als het moment daar is, word je geboren. Geboren in een nieuw aardeleven waar nieuwe ervaringen en uitdagingen wachten en nieuwe lessen geleerd willen worden om je weg naar hoger menszijn te realiseren.

 

Tenslotte

Ik hoop dat ik u met deze bijdrage heb laten zien hoe intensief het leven na de dood en het leven op aarde met elkaar vervlochten zijn en van elkaar afhangen.
Ik hoop ook dat overgekomen is hoe belangrijk het is je voor te bereiden op het leven na de dood. Niet alleen door te weten wat je daar zult meemaken, maar ook door op aarde reeds terug te blikken op je leven en daar de essenties uit te halen. Dan verwerk je al wat je hebt meegemaakt en heb je nog tijd om te veranderen of goed te maken.
Hoe meer we dat doen hoe meer vrede er in ons hart zal zijn en hoe gemakkelijker we zullen sterven. Na de dood zullen we dan in de astrale werelden en het devachan daarvan de positieve vruchten plukken. En dat zal weer positieve gevolgen hebben voor het volgende leven en daarmee ook voor de mensen waar we mee te maken krijgen. Met andere woorden, het werkt erg ver door.

Jaren geleden, toen ik een counseling praktijk had, kwam een oude dame bij mij die wilde terugblikken op haar leven. Ze wist dat ze niet bepaald gemakkelijk was geweest voor haar omgeving. Daar had ze op hoge leeftijd last van. In de loop van de sessies besloot ze met alle mensen die daarvoor in aanmerking kwamen en die ze kon bereiken een gesprek aan te gaan om, waar nodig, dingen recht te zetten, weer goed te maken of om vergeving te vragen. Onbewust had ze aangevoeld dat dat alleen op aarde mogelijk is. In de geestelijke wereld na de dood hebben we met vaststaande feiten te maken die niet meer te veranderen zijn.
De oude dame is haar tocht gegaan. Ze werd een ander mens.

Ik hoop van harte dat zo'n actieve innerlijke houding ooit gewoonte, cultuur, zal worden.
Ik denk dat veel mensen in onze tijd die het niet meer zien zitten en een doodswens hebben, met onopgeloste problemen en vragen met betrekking tot hun leven te kampen hebben waar ze niet uitkomen. Dat maakt depressief. Door al geruime tijd vóór het einde van het leven door het afgelopen leven heen te werken krijgen zij de mogelijkheid uit hun gevangenis te treden en hun geest vrij te maken.

Lukt dat dan zal er licht zijn rond hun sterfbed.

 

Lezing gehouden door Margarete van den Brink tijdens de conferentie Licht op het levenseinde op 9 februari 2013

 

Naar het begin van dit artikel

 

Literatuur

Omgaan met gestorvenen. Leven voorbij de dood. Hans Stolp en Margarete van den Brink, Ankh-Hermes.

Na dit leven. Een neurochirurg over zijn reis naar het hiernamaals, Dr. Eben Alexander, A.W. Bruna Lev.

Opengaande vergezichten. Als oudere mensen sterven gaan. Margarete van den Brink, Ankh-Hermes.