headerlogo2

Dit artikel is overgenomen uit Verwachting nr. 61 2012 Een uitgave van de stichting De Heraut. zie ook www.stichtingdeheraut.nl

Naar het begin van deze reeks artikelen Esoterische geheimen in de Bijbel aflevering 1 ofwel: de Bijbel herontdekken op een dieper niveau

De stamboom van Jezus: voorlezen of niet?

Toen ik nog een kind was en bij mijn ouders thuis woonde, las mijn vader elke avond na afloop van de maaltijd voor uit de Bijbel. Elke avond ging hij verder op het punt, waar hij de vorige avond was gestopt.

Nu had mijn vader een mooie, warme stem en vaak luisterde ik meer naar de klank van zijn stem dan naar de woorden. Het was een stem, die mij als vanzelf deed wegdromen. Dat gebeurde natuurlijk vooral bij de wat saaiere Bijbelgedeeltes die hij voorlas. Mijn vader vond namelijk dat hij niets mocht overslaan en dus ook werkelijk alles, wat er in de Bijbel stond, moest voorlezen, ook als dat voor zijn kinderen misschien saai was om naar te luisteren. Nu ik terugkijk, heeft dat achteraf gezien voor mij wel iets bijzonders: ik voel daarin de eerbied die mijn vader (en vele van zijn generatiegenoten) nog hadden voor de Bijbel. Dat was immers een heilig boek en het was niet aan ons mensen om uit te kiezen wat we daarvan wel wilden horen en wat niet.

Het is een levenshouding die ons inmiddels niet meer eigen is: sinds de tijd van mijn vader heeft ons leven en onze manier van kijken naar de heilige geheimen een ingrijpende verandering ondergaan. Wij nemen de dingen niet zomaar klakkeloos aan, maar willen weten en begrijpen. Ik vind het altijd fascinerend om aan de hand van zulke kleine voorbeelden mij bewust te worden, hoezeer wij in geestelijk opzicht op een heel andere manier in het leven staan dan vorige generaties!

Een van de hoofdstukken die mijn vader voorlas en die hij niet wilde overslaan, was het geslachtsregister uit Mattheüs 1: de stamboom van (de koninklijke) Jezus. Het is een lijst van 42 namen, beginnend bij Abraham: Abraham verwekte Izaäk, Izaäk verwekte Jacob, Jacob verwekte… en zo gaat dat 42 namen (en dus 42 generaties) alsmaar door. Zowel om voor te lezen, als om aan te horen een lastige en uitgesproken saaie tekst. Lastig om voor te lezen, omdat de namen niet allemaal even gemakkelijk uit te spreken zijn en je daardoor vrij snel over een van die vreemde namen struikelt. Maar mijn vader had duidelijk een gevoel voor taal, want hij struikelde zelden over al die ongewone namen als Amminadab, Rechabeam, Nachson en Chesron.

Maar toen gebeurde er iets bijzonders – en daardoor herinner ik me dat moment nog altijd haarscherp. Het gebeurde op het moment, waarop mijn vader op een avond opnieuw zou beginnen aan het voorlezen van Mattheüs 1. Mijn vader had de Bijbel opengeslagen, keek naar de lange rij van namen die hij moest gaan voorlezen en zei toen ineens heelgedecideerd: die lijst van namen slaan we maar over, want daar hebben we eigenlijk niets aan. Vervolgens begon hij het volgende Bijbelgedeelte - over de geboorte van Jezus - voor te lezen.
Achteraf gezien was dat een boeiend moment: mijn vader maakte zich los van de heersende norm en besloot te luisteren naar wat hij zelf als juist voelde.

Een fout of een dieper inzicht?

In die tijd was het ons nog niet gegeven dieper te kijken naar zulke teksten als de stamboom van Jezus waarmee Mattheüs begint. Want de bijbelschrijvers – in dit geval de evangelist Mattheüs – hebben met alles wat ze neerschrijven een diepere bedoeling. Ogenschijnlijk lijkt
Mattheüs 1 (vers 1 – 17) alleen de beschrijving van een stamboom in te houden. Maar in de wijze waarop hij dat gedaan heeft, legde Mattheüs een dieper inzicht neer. Een inzicht dat toegankelijk wordt, als de mens leert om de Bijbelteksten geestelijk te lezen en om de tekst niet alleen maar letterlijk te nemen.

Gelukkig voor ons legde Mattheüs ook bepaalde aanwijzingen in zijn tekst neer die ons kunnen helpen om die diepere betekenis op het spoor te komen. Neem nu bijvoorbeeld de slotopmerking, ofwel het vers waarmee Mattheüs de opsomming van de 42 namen en/of geslachten beëindigt (Mattheüs 1 : 17): Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten… Het is een opmerking waar je zo aan voorbij zou gaan: het lijkt hier immers te gaan om de manier, waarop deze 42 geslachten worden ingedeeld: in drie groepen van veertien.

Maar als we wat langer en wat zorgvuldiger naar deze tekst kijken, begint ons iets merkwaardigs op te vallen. Het líjkt namelijk wel, alsof Mattheüs de reeks van geslachten vanaf Abraham tot Christus in driemaal veertien geslachten heeft onderverdeeld, maar in werkelijkheid klopt dat niet. Tel maar na: de laatste reeks van veertien lijkt niet uit veertien namen (en dus uit veertien generaties) te bestaan, maar uit dertien! De reeks begint bij de verwekking van Sealtiël, en eindigt met de verwekking van Jezus door diens vader Jozef: Jozef is de twaalfde die verwekt wordt, en Jezus de dertiende. De veertiende ontbreekt dus. Maakt Mattheüs hier per ongeluk een fout en heeft hij zich verteld? Dat laatste wordt nogal eens door theologen aangevoerd. Want hoe moet je ‘die fout’ anders verklaren? Of ligt er achter deze fout iets anders verborgen en bevat deze zogenaamde fout misschien wel een aanwijzing die ons naar een dieper inzicht leidt?

…en Jezus verwekt de Christus

De oplossing voor dit raadsel ligt in het slot van die laatste reeks van dertien geslachten. Daar staat namelijk (in Mattheüs 1 : 16) dit: Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt. In de derde en laatste reeks van namen of generaties is, zoals we zagen, de naam van Jezus de dertiende. En hier lijkt de reeks te eindigen. Of toch niet? Zit het toch anders in elkaar? Want kijk maar: er wordt terdege een veertiende naam genoemd en wel de naam van Christus. Christus is de veertiende naam in deze reeks– en dat betekent dat we het slot van dit vers zo mogen lezen: Jozef verwekte Jezus en Jezus ´verwekte´ de Christus. Als je de stamboom van Mattheüs zó leest, klopt het precies. Dan worden er veertien ‘verwekkingen’ genoemd en is er geen sprake van een fout.

Ik vind dit heel indrukwekkend. Want hier staat dus eigenlijk – voor wie ogen heeft om te lezen en oren om te horen – dat de mens Jezus, de zoon van Jozef, de Christus ‘verwekte’. Ofwel: op een verborgen, geheime wijze wordt hier gewezen op het geheim dat Jezus bij de doop in de Jordaan de Christus in zich mocht opnemen en daarmee de Christus op aarde ´verwekte´. Ik mag dit zo grootse geheim ook anders omschrijven: bij de doop in de Jordaan werd de Christus door God Zelf verwekt, want daar, op die stille plek bij de rivier de Jordaan, die op het diepst gelegen punt van de aarde ligt, incarneerde of belichaamde de Christus zich in de mens Jezus.

Meteen aan het begin van zijn evangelie wil Mattheüs zijn lezeressen en lezers dus duidelijk maken op wie zijn vertelling eigenlijk is gericht: op de kosmische Christus die zich – hoe onvoorstelbaar! – in een mens belichaamd heeft! Dat is de centrale boodschap waarom het gaat.

Zogenaamde fouten zijn juwelen

Het Bijbelgedeelte van Mattheüs 1 dat wij als kind zo saai vonden – wat moest je er mee? – en waarvan het leek, alsof er een fout in stond, blijkt dus een diepere, esoterische (= geheime) boodschap te bevatten. Het is een schoolvoorbeeld van de manier, waarop de schrijvers van religieuze teksten – en zeker niet alleen de schrijvers van de Bijbelteksten – in vroeger tijden werkten. Geheimen die nog niet in het openbaar besproken konden worden en die alleen te begrijpen waren voor degenen die ingewijd waren, werden op een verborgen manier in de teksten neergelegd. Waarom deden ze dat? Om twee redenen. De eerste is deze: andere ingewijden (denk bijvoorbeeld aan de gnostici, wat ´de wetenden´ betekent) zouden dankzij die verborgen aanwijzingen wel de geheimen kunnen begrijpen die in hun teksten verborgen lagen.

En de tweede reden is waarschijnlijk deze: de schrijvers van deze religieuze teksten gingen ervan uit (daarin geleid door de geestelijke wereld) dat de mensen in een latere tijd wel in staat zouden zijn om die diepere geheimen te bevatten. Ze schreven als het ware ook voor de toekomst. Het lijkt erop dat onze tijd de tijd is, waarop wij langzamerhand in staat raken die verborgen geheimen in de Bijbeltekst op te delven om zo op een nieuwe manier toegang te krijgen tot de grote geheimen waarover de bijbelschrijvers ons eigenlijk willen vertellen. Misschien moest het daarom wel zo gaan. Eerst mijn vader die tot het besef kwam: aan die tekst hebben we niet zoveel, laten we die maar overslaan. En dan mijn generatie die zo’n tekst wat beter ging onderzoeken en tot de conclusie kwam: ach, de bijbelschrijvers waren een beetje dom en maakten nogal wat fouten. Waarop steeds meer mensen zich losmaakten van de Bijbel en zeker van de autoriteit die de Bijbel in de tijd van mijn vader in de ogen van velen nog bezat.

En dan nu de huidige tijd waarin wij, losgekomen van de Bijbel en gestimuleerd door de vondst van de Nag Hammadi geschriften, op een heel nieuwe en vrije manier naar de Bijbelteksten leren kijken en beginnen te ontdekken: achter de ogenschijnlijke eenvoud van deze tekst liggen allerlei schatten verborgen die ons leven verrijken kunnen. En is dat niet het geheim van onze (Michaëlische) tijd: dat wij leren om tot voorbij de buitenkant te kijken?

Jozef is de vader van Jezus

Het is opvallend dat Mattheüs begint met een stamboom van Jezus die via zijn vader Jozef loopt. Mattheüs kiest dus niet voor de stamboom van Jezus die via zijn moeder Maria loopt. Dat is wel bijzonder, want de kerkelijke theologie beweert immers dat Jezus niet verwekt werd door Jozef, maar door de Heilige Geest. Mattheüs maakt echter zonder woorden duidelijk dat Jezus wel degelijk werd verwekt door Jozef: anders zou het immers op zijn zachtst gezegd vreemd zijn om de stamboom van Jezus via zijn vader Jozef te laten lopen (en niet via zijn moeder Maria)… De kerkelijke theologie heeft (nog) geen begrip voor diepere geheimen. Want dat Jezus verwekt werd door de Heilige Geest wil iets anders zeggen, en wel iets geestelijks en niet zozeer iets materieels. En wel dit: dat in Jezus niet de Joodse volksgeest werkt (die zich alleen beperkt tot het Joodse volk), maar de universele Geest die alle mensen - van welk ras of welke religie dan ook - als kinderen van God ziet en die daarom alle begrenzingen en hokjes doorbreekt.

Een Joods kind kreeg (en krijgt) de volksgeest als vanzelf van zijn moeder mee. En dus was het voor een Joods kind vanzelfsprekend om zich alleen te richten op de Joodse religie en in religieus opzicht geen enkele stap naar buiten te zetten in de richting van andere volken en religies. Dat het Christendom geen Joodse religie werd, maar een religie die vele verschillende volken en rassen omvat, is te danken aan het feit dat Jezus van zijn moeder de Heilige Geest meekreeg en niet de Joodse geest. Dát wordt er (onder meer) bedoeld met de woorden uit het Mattheüs-evangelie dat Maria zwanger was uit de Heilige Geest! Zo kon zij haar zoon een geest en een gezindheid meegeven die oog had voor alle mensen, religies en volken en die daarom kon zien wat de bijdrage van elk van die volken en religies was aan de realisering van het grote goddelijke plan. Ook het inzicht in dit geheim maakt het mysterie van Jezus Christus alleen maar dieper en mooier - en is juist in de kersttijd een overdenking waard.          

 

Naar het begin van dit artikel

Ga hier naar het volgende artikel uit de reeks Esoterische geheimen in de Bijbel aflevering 4: de transformatie van onze tijd… Ofwel: de zeven brieven die Johannes schreef