headerlogo2

Binnenkort is het Pasen. Met Pasen wordt de instroom van de goddelijke liefdekracht van Christus in de wereld en de mensen herdacht, ruim tweeduizend jaar geleden. Die instroom vond plaats tijdens de kruisiging op Golgotha en de gebeurtenissen daarna.

Sindsdien woont dit hoge goddelijke wezen, deze Goddelijke liefde, in alles wat op aarde leeft: in de mensen, in de planten, in de dieren, in de wateren, ja, in alles wat deel uitmaakt van de aardse natuur.

Met zijn aanwezigheid legde de Christusgeest de grondslag voor een nieuwe wereld die het de schepping mogelijk maakt de weg naar de goddelijke wereld terug te vinden. Want door de daad van dit hoge Liefdewezen werd een heel nieuwe verbinding gelegd tussen de aardse wereld en de goddelijke wereld.

Ieder jaar, als het Goede Vrijdag en Pasen wordt, heb ik de behoefte dit grootse beeld en inzicht in mij op te roepen, te doorvoelen en voor te stellen. Zo hoop ik steeds een stapje dichter bij het grandioze mysterie te komen dat Christus en zijn verbinding met ons mensen is.

De geestelijke wereld werkt ín ons
Het vernieuwende dat de inwoning van Christus, de Zonnelogos, tijdens Pasen teweeg bracht was, dat met hem de geestelijke wereld in ons kwam te werken en bovendien dóór ons mensen heen. Dat wil zeggen door onze zielen, harten en handelingen heen naar de wereld om ons heen. Vroeger was dat anders. Toen de Zonnelogos nog niet op aarde was verschenen en dus nog niet in ons leefde, werkte de geestelijke wereld van buitenaf op ons mensen in. Dat gebeurde via geestelijke leiders en wetten, regels en voorschriften die eigen zijn aan de verschillende religies. Als je deze regels en wetten opvolgde en deed wat er werd voorgeschreven of verwacht, dan was het goed. Je hoefde verder niets te doen. Als je passief en gehoorzaam de regels opvolgde was dat voldoende.

Door de inwoning van de goddelijke Liefdekracht is die situatie totaal veranderd. Nu zijn kracht in ons toeneemt, moeten wij persoonlijk juist wel actief worden. Om verbinding met de Christusgeest te maken moet je zelf in beweging komen, een stap in zijn richting zetten en je ontwikkelen. Alleen dan ontstaat er contact en kan hij niet alleen in je werken, maar door jou heen ook in de wereld.
Hier zien we aan hoezeer de relatie tussen ons mensen en de goddelijke wereld veranderd is sinds de komst van de Zonnegeest. Nu deze goddelijke Geest steeds sterker in ons innerlijk werkt, is de geestelijke wereld - en dus ook Christus - afhankelijk geworden van ons mensen. Dat wil zeggen van onze bewuste activiteit en de kwaliteit van ons innerlijk leven.


Twee opgaven
Hoe kunnen we met dit gegeven nu op de juiste wijze omgaan? Met andere woorden hoe leggen wij innerlijk contact met de Christuskracht in ons ? Natuurlijk is er gebed en meditatie, maar wat is er nog meer te doen?
De esoterische traditie vertelt dat wij voor een actieve verbinding met de innerlijke Zonnegeest twee grote opgaven te vervullen hebben. De eerste is: bewust werken aan jezelf. De tweede: moraliteit ontwikkelen en liefdekracht.

Het doel van het bewust werken aan jezelf is dat je ik, je persoonlijkheid, groeit en je daarin de bewustzijnskracht van je innerlijke geest tot ontplooiing brengt.
Moraliteit is het goede en het juiste willen doen om de wereld verder te brengen. Moraliteit niet in de zin dat je je gedwongen voelt op te volgen wat anderen of regels je voorschrijven, maar ‘persoonlijke’ moraliteit in de zin van ‘het goede, het juiste doen in een bepaalde situatie omdat ik dat zelf zo wil’. ‘Omdat ik daar zelf voor kies’.
Hier wordt het verschil zichtbaar tussen de vóórchristelijke, oude wereld en de nieuwe wereld die met Christus samenhangt. Als ik vind dat ik moet doen wat andere mensen of regels mij voorschrijven, handel ik in de zin van de oude wereld. Ga ik uit van de nieuwe toestand waarin de Christusgeest in mijn ziel werkt, dan neem ik zelf mijn verantwoordelijkheid en handel ik op basis van zelfinzicht en eigen morele keuzes.

Twee grote opdrachten liggen er dus voor ons: het ontwikkelen van de Geest in ons persoonlijkheids-ik en het ontwikkelen van moraliteit en liefde.


De opdracht van het westen en het oosten
Nu is het bijzondere dat de goddelijke leiding van ons mensen het zo heeft ingericht dat in het westelijke deel van de wereld het accent vooral op de ik-ontwikkeling kwam te liggen. En dat de mensen in het oosten de opdracht kregen de liefde tot ontwikkeling te brengen.
Om dat te kunnen begrijpen is het belangrijk te weten dat de menselijke evolutie – geestelijk gezien – zo verloopt dat de ene kant van de wereld een bepaald deel van ons menszijn tot ontwikkeling brengt en de andere kant van de wereld een heel ander aspect.
Hetzelfde geldt voor religies en volken. Iedere religie en ieder volk op aarde heeft voor de totaliteit van de mensheid de taak bepaalde kwaliteiten tot ontplooiing te brengen die zich vervolgens naar andere volken en religies uitbreiden. Dat is een van de diepe waarheden van onze menselijke evolutie. Alles op aarde hangt met elkaar samen en heeft een doel. Alleen weten we vaak  niet wat dat doel is. De esoterische traditie heeft tot taak die diepere waarheden van ons bestaan zichtbaar en kenbaar te maken.

Hoe ziet die ontwikkeling van ons mensen in het oosten en die in het westen er, kort geschetst, uit?

Het Boeddhisme en het achtvoudige pad
Vijfhonderd jaar voor Christus’ komst naar de aarde leefde in het toenmalige India de Gautama Boeddha, de grondlegger van het Boeddhisme. De Boeddha vertelde de mensen: ‘Ieder mens is in staat, als hij de weg naar het innerlijk ontwaken gaat, het goede, het juiste, het ware en het schone met zijn eigen kenvermogen zélf te vinden. Dat is mogelijk omdat in ieder mens op aarde de Boeddhanatuur leeft’. De Boeddhanatuur komt overeen met wat in het esoterisch christendom het geestelijke zelf wordt genoemd.
In deze woorden van de Boeddha, vijfhonderd jaar vóór Christus, vinden wij dus  een eerste aanzet tot de innerlijke activiteit die in de nieuwe situatie nodig zal zijn als de Christusgeest in het innerlijk leeft! Met andere woorden, de Boeddha bereidde daarmee de komst en de werkzaamheid van de Zonnelogos in de mensen voor.

De Boeddha liet het niet bij deze constatering, maar ontwikkelde daarvoor ook een geestelijke weg: het achtvoudige pad. Het achtvoudige pad helpt mensen op de juiste wijze te denken, inzicht te krijgen en te handelen. Daarmee legde de Boeddha eveneens de basis voor de latere vrijheid. Want vrijheid, kennis en inzicht hangen met elkaar samen. Inzicht, waarheid, maakt je vrij. Als je je bijvoorbeeld in een ander mens verdiept en deze van zich uit begrijpt (dat wil zeggen inzicht krijgt in haar of hem, dus waarheid vindt) kun je op zo’n wijze met die ander omgaan dat je allebei vrij wordt of vrij blijft. Dat zijn de heel nieuwe vermogens van ons mensen die wij dankzij de Christusgeest gekregen hebben.

Wat het Boeddhisme niet deed was de aanzet geven tot de ontwikkeling van de eigen ik-persoonlijkheid. Het Boeddhisme in zijn traditionele vorm kent alleen het ego-aspect en de hoge Boeddhanatuur. Niet het ik dat – daar tussenin staand - als centraal sturende kracht orde schept in de ziel, omvormend werkt en de mens van een groepsmens tot een individu maakt.
De Boeddhist zegt: het ego is maja en niet reëel. Dat moet je door intensief oefenen en mediteren zo snel mogelijk overwinnen. Waar het om gaat is dat je je Boeddhanatuur ontwikkelt, dus je hogere geest.
Door de sterke gerichtheid daarop is het gewone alledaagse leven in de materiële wereld voor de traditionele boeddhist weinig belangrijk. De aandacht is voor alles gericht op de geestelijke wereld.


De ontwikkeling van de ik-persoonlijkheid in het westen
In het westen daarentegen, met name in de Europese en Amerikaanse landen, ligt het accent juist op de ontplooiing van de eigen persoonlijkheid en het eigen ik-bewustzijn. Dat proces wordt versterkt doordat de mensen in het westen zich intensief met het aardse bestaan bezig houden. Ze ontginnen de aarde, doen ontdekkingen, gebruiken de opbrengsten van hun inspanningen en verdienen daar goed aan. Daarmee wordt niet alleen hun ik-gevoel versterkt, maar ook hun ego. ‘Kijk eens wat ík allemaal heb, kan en durf’!
Met de ontwikkeling van het ego – waardoor de mens sterk op zichzelf is gericht - verdwijnt in het westen meer en meer het gevoel van verbondenheid met de omgeving. En daarmee ook het gevoel van moraliteit: de betrokkenheid op het welzijn van de aarde, andere mensen en de wereld. We kunnen ook zeggen: verdwijnt het aspect van de liefde.

De gevolgen van deze vooral in onze tijd sterk eenzijdige ego-ontwikkeling in het westen, ondervinden we aan den lijve in de wereldwijde financiële crisis van dit moment. Een interessante vraag is nu: wat maakt deze crisis in ons wakker? Inderdaad, het besef dat de financiële hebzucht van het ego ons aan de rand van een depressie heeft gebracht en dat het voortaan anders moet.
Die constatering brengt ons bij het aspect van de moraliteit. Want de vragen die mensen zich door deze crisis gaan stellen zijn morele vragen: Hoe kunnen we leren op een goede manier met geld en leningen om te gaan? Wat zijn belangrijke waarden en principes waar ik mij aan wil houden? Hoe kunnen we zorgen dat mensen weer vertrouwen krijgen? Hoe kunnen we de welvaart zó verdelen dat het niet alleen aan enkelen maar ook aan grote groepen mensen ten goede komt?
Zo kan de wakker makende schok van de financiële crisis uit iets negatiefs toch ook iets positiefs bewerkstelligen.

De opgave van het westen is daarom: als individu - samen met andere individuen – vanuit bewustzijn moraliteit ontwikkelen en keuzes maken vanuit ethische waarden en principes. Zo handel je vanuit het goede en dus vanuit liefde. Daarmee ontwikkel je niet alleen de liefdekracht van Christus in je, maar werkt hij door je heen ook in de wereld.


Brahma Vihara: de viervoudige weg naar de liefde
Nu is het wederom de Boeddha die ons mensen in het westen wijze lessen kan leren hoe we vanuit liefde kunnen leren handelen. ‘Ware liefde’, zegt hij, ‘bestaat uit vier tempels’. Tezamen heten ze ‘Brahma Vihara’. ‘Vihara’ betekent tempel of huis en ‘Brahma’ is het oud-Indische woord voor God. Deze vier tempels van God beschrijft hij door middel van vier begrippen of kwaliteiten waar hij uitleg aan geeft en vertelt wat ze bewerkstelligen.

De eerste is‘Karoena’: meelijden, meevoelen.
Door met een ander mens of met iets anders mee te voelen opent zich in je een ruimte. Daardoor overwin je de opgeslotenheid en het gevangen zijn in jezelf.
Je opent je ziel naar de omgeving. Karoena is niet alleen meelijden, het is vooral ook meevoelen. Je beleeft niet alleen wat je zelf doormaakt, maar ook wat andere wezens doormaken en wat zij doormaken, gaat ook jou aan. Je voelt je daar medeverantwoordelijk voor.
Met het beoefenen van Karoen

De tweede kwaliteit, de tweede tempel van God, die boven Karoena uitgaat, is ‘Maitri of Meta’: actieve liefde. Liefde die levend en dynamisch is.
Als je liefde beoefent gaat het er niet alleen om dat je meevoelt, maar vooral dat je actief bent. Liefhebben betekent de ander actieve aandacht geven, begrijpen, helpen en zo nodig ondersteunen. Meevoelen alleen is slechts de eerste stap. Heb je echt lief, dan kijk je wat die ander in diens situatie of voor diens ontwikkeling nodig heeft en zorg je daar zo mogelijk voor.
Het interessante is, zegt de Boeddha, dat door het beoefenen van Maitri schoonheid ontstaat. Als we ons om onze medemensen bekommeren en in hen geinteresseerd zijn, wordt de wereld schoon. Actieve liefde maakt de wereld schoon. 

De derde kracht, de derde tempel Gods, is de‘Moedita’, de vreugde. Vreugde die je verkrijgt door het beleven van de waarheid, door het bestaan van andere levende wezens en dergelijke. Je kunt kunt ook zeggen: vreugde om de realiteit van de geest. De geest is iets zaligs, geluk brengend. Wanneer daarvan ook maar een druppel beleefbaar in je wordt, vervult je dat met diepe vreugde.
‘Als je Moedita oefent, zegt de Boeddha, dan verkrijg je op den duur oneindig bewustzijn. Deze vreugde verwijdt namelijk het bewustzijn en maakt mogelijk dat je ooit het hele wereldal in je verwijde bewustzijn kunt opnemen.

Het vierde karakteristiek van ware liefde, het vierde huis, is ‘Oepeksha’.
Oepeksha wordt vaak met ‘gelijkmoedigheid’ vertaald, maar dat is niet helemaal het juiste woord. Oepeksha is vooral: innerlijke vrijheid. Het is ook gelijkmoedigheid, maar een gelijkmoedigheid die zijn basis heeft in innerlijke geestelijke kracht en geestelijke verwerkelijking. Je laat je niet meer om de tuin leiden of aan het wankelen brengen. Het is innerlijk evenwicht dat uit innerlijke vrijheid en innerlijke kracht voortkomt.
Word je door uiterlijke omstandigheden niet meer aan het wankelen gebracht en sta je in je innerlijke kracht, dan ben je in staat tot onvoorwaardelijke liefde.

Deze vierde tempel, de innerlijke vrijheid tot liefde, is het hoogste wat op deze weg bereikt kan worden. In wezen komen hier twee essentiële impulsen samen: de zich concentrerende vrijheid-en-kennis impuls die inzicht en waarheid schept en de zich naar de omgeving uitstrekkende liefde-impuls.

Oepeksha is liefdekracht die nergens meer van afhankelijk is. Die dus niet werkt in de zin van: ‘Als jij aardig tegen mij bent, ben ik dat ook naar jou. Zo niet, dan ben ik ook niet aardig voor jou’. Oepeksha is vrije, onvoorwaardelijke liefde. Wie of wat die andere mens ook is, of wat deze ook doet of gedaan heeft, je hebt de ander lief om wie zij of hij is.

De Boeddha zegt dan: ‘Wat verkrijg je als je Oepeksha oefent? Als je Oepeksha oefent krijg je niets terug. Want voor onvoorwaardelijke liefde bestaat geen beloning’. Oepeksha is de hoogste vorm van liefde en is het moeilijkst te bereiken. Daar komt dan nog eens bij dat je er helemaal niets voor terug krijgt.

Als je dit zo leest of hoort word je je bewust dat deze viervoudige weg, de Brahma Vihara, in wezen ook de weg is naar de Goddelijke geest van de Liefde die sinds Golgotha in ons leeft. Want oefen je deze weg, ongeacht of je nu boeddhist, christen, humanist, moslim of wat dan ook bent, dan verbind je je op een actieve wijze met deze hoge Zonnegeest in je innerlijk. En dat betekent dat zijn wijsheid en liefdekracht op een gegeven ogenblik in je werkzaam wordt en door je heen naar buiten uit zal stralen.

Maar er is nog meer dat deze viervoudige weg laat zien. Is Christus als Geest van de Liefde niet zelf als mens – zij het op een duizelingwekkend hoog niveau - die weg gegaan? Hij die vanuit zijn alomvattende goddelijke bewustzijn en de ontzagwekkende ruimte van zijn hart heel de mensheid omvatte en in zich opnam? Die door zijn daad op Golgotha en zijn verbinding met ons mensen liet zien wat onvoorwaardelijke liefde is? Die kwam en zichzelf gaf zodat wij mensen kunnen opstijgen naar hogere niveaus van geestelijk zijn? Ja, die sindsdien de innerlijke weg naar de geest voor alle mensen op aarde op ieder moment van de dag mogelijk maakt?


De aantrekkingskracht van het Boeddhisme
Terug op ons gewone menselijke niveau kunnen we zeggen dat het er op lijkt dat de Boeddha met het beschrijven van deze viervoudige weg naar de liefde de voorwaarden creëerde waardoor wij mensen in de tijden na hem de Geest van Liefde op de juiste wijze in ons kunnen opnemen: in ons voelen, ons denken en ons handelen. En zo mens kunnen worden in de nieuwe zin.

Vertaald naar onze huidige situatie denk ik dat het dit soort praktische wegen en oefeningen als de Brahma Vihara en het achtvoudige pad zijn, die veel mensen in het westen tegenwoordig naar het Boeddhisme doen trekken. Losgekomen van de traditioneel-kerkelijke wortels en opgesloten als ze zijn geraakt in de beperktheid van het eigen ego en het materialisme, zijn ze op zoek naar wat wezenlijk en moreel is en toekomstkracht in zich heeft. In deze oosterse religie vinden zij wegen en oefeningen die hen verder brengen.


Wat heeft het Boeddhisme nodig?
En het Boeddhisme zelf? Wat heeft dat nodig van het westen? Het antwoord is: het individualiseringsprincipe van het ik. Het oosten – inclusief het Boeddhisme – heeft de opdracht de stap te zetten van het groepsmatige naar het individuele.
Dat wil zeggen de stap naar het worden tot een vrij en zelfstandig individu waarin de goddelijke geest op een heel eigen, persoonlijke, wijze tot uitdrukking komt. De nieuwe wereld gaat namelijk niet uit van de groep of het groepsmatige, zoals in de oude wereld het geval is, maar van het individu. In het individu kan de individualiserende kracht van Christus werken. Deze individualiserende kracht wordt in de esoterie de kracht van het ‘Ik-ben’ genoemd. Door dit ‘Ik-ben’ van Christus kun je als individueel mens je houvast en orientatiepunt geheel en al in de goddelijke geest in je eigen innerlijk vinden. In plaats van bij de God of de religieuze regels búiten je.

Vanuit die vrije zelfstandigheid wordt op een nieuwe wijze verbinding mogelijk met onze medemens. Een relatie die zijn basis vindt in een bewuste en vrijmakende omgang met elkaar en in betrokkenheid, inzicht, waarheid, moraliteit en liefde. Kortom in de nieuwe vermogens die ons mensen met de komst van de Zonnegeest naar de aarde geschonken zijn.
De mensen in het oosten zullen die stap naar het individuele echter alleen durven zetten als zij zien dat het mogelijk is ook vanuit het individuele, het persoonlijke ik, de weg naar de geest te gaan en moraliteit en liefde te ontwikkelen. Het westen heeft de grote opdracht het oosten te laten zien dat dat mogelijk is.

Zo zien we hoe wij voor onze menselijke ontwikkeling wereldwijd op elkaar zijn aangewezen en hoe alles op aarde met elkaar samenhangt.
De financiële crisis toont aan dat dat op het economische vlak zonder meer het geval is. Gaandeweg zullen wij ontdekken dat dat ook geldt voor onze weg naar de Goddelijke geest van de liefde, Christus. 


Naar het begin van dit artikel 


Bron Brahma Vihara : Esoterik der Weltreligionen,Virginia Sease e.a., 2001.