headerlogo2

  Dit artikel is overgenomen uit Verwachting nr. 40 - September 2006, een uitgave van Stichting de Heraut



Stil staan bij het lijden van Jezus Christus
Sinds enige tijd ben ik innerlijk gericht op het lijden van Jezus Christus. Dat is overigens niet zozeer iets dat ik bewust zoek, het is meer iets dat zich aan mij voordoet. Iets diepers in mij vraagt mij om stil te staan bij de onvoorstelbare eenzaamheid die Hij doorleden heeft.

Een eenzaamheid die - zo ervaar ik dan - zo heftig was dat er in feite geen woorden zijn om die te beschrijven. Het woord dat in mij opkomt, is het woord ‘wurgend’. Misschien dat dit woord iets kan overdragen van de zwaarte van die eenzaamheid. Voor Jezus Christus was die eenzaamheid zo zwaar, omdat Hij in wezen volstrékt alleen zijn weg moest gaan, terwijl het lot van heel de mensheid in zijn handen lag. Alleen iemand die de eenzaamheid in haar of zijn leven niet ontvlucht is, maar die de moed heeft gehad die aan te zien en te doorleven, kan iets (en dan nog maar een heel klein beetje) doorvoelen van wat die eenzaamheid voor Jezus Christus betekend moet hebben.
Behalve dat ik mij meer en meer de eenzaamheid van Jezus Christus bewust word, word ik er ook toe gebracht om stil te staan bij de voortdurende, onvoorstelbaar heftige aanvallen die Hij doorstaan moest van de kant van de duivel en de satan. Deze beide machten van het kwaad worden in de esoterische traditie meestal Lucifer en Ahriman genoemd. Als ik mij innerlijk voor deze aanvallen of beproevingen openstel, en in alle bescheidenheideen klein beetje probeer na te voelen wat Jezus Christus daarbij doorleefd moet hebben, dan huiver ik. Geen mens heeft zozeer de volkomen duisternis van het aardse leven ervaren en op zich af laten komen, als Hij. Geen mens werd zo tot in de kern van zijn wezen beproefd als Hij.
Hij is tenslotte aan al dat lijden gestorven, maar Lucifer en Ahriman hebben Hem desondanks nooit in hun macht gekregen, zelfs niet toen ze Hem de dood in dreven. Zo werd hij de eerste mens die Lucifer en Ahriman trotseerde en die blijvend tegen deze beide machten van het kwaad opgewassen bleek te zijn. Daarom werd zijn dood - hoe vreemd dat ook klinkt - uiteindelijk een overwinning op die beide machten van het kwaad.
Als ik nu innerlijk terugkijk naar toen, begrijp ik beter dan ooit dat Hij daarom de eerste opgestane mens werd. Hij kon niet door de astrale wereld - die vaak ‘het dodenrijk’ genoemd wordt - worden vastgehouden; voor Hem was deze wereld slechts een doorgang naar de licht wereld. Nog sterker: Hij was de eerste mens bij wie de dood een totale transformatie bewerkte die Hem voorgoed en tot in alle eeuwigheid maakte tot de eerste mens die volledig beeld van God en Diens gelijkenis was. De dood, de grote transformator, schiep ‘het opstandingslichaam’, het nieuwe, geestelijke en stralende lichtlichaam dat wij allen eens in de verre, verre toekomst zullen mogen verwerven.
Het is haast onvoorstelbaar: Jezus Christus werd de eerste mens die volkomen onbelemmerd door het rijk van de dood heen kon wandelen omdat Hij sterker gebleken was dan Lucifer en Ahriman, de beide machten die heersen over het rijk van de dood. En alleen zó, door Lucifer en Ahriman te trotseren tot in het hart van hun rijk - en dus tot in de dood -, kon Hij hen overwinnen. Daarom was de doorgang door de wereld van de dood een noodzakelijke weg. Alleen zo kon Hij immers de definitieve overwinning op Lucifer en Ahriman behalen. En alleen daar kon de totale en definitieve transformatie plaatsvinden.


Van voorgangers tot volgelingen
luciferDe esoterische traditie vertelt iets heel opmerkelijks: tot tweeduizend jaar geleden gingen die beiden, Lucifer en Ahriman, de mensen voor op hun weg van afdaling naar de aarde. De mensen hadden de geestelijke wereld verlaten en daalden steeds verder af tot in de wereld van de materie. Die afdaling was een heel geleidelijk proces dat zich tot in onze tijd voltrok. Het waren Lucifer en Ahriman die de mensen daarbij steeds weer ertoe verleidden om een stap verder af te dalen tot in de wereld van de materie. Werd de vroegere mens nog volledig beheerst door heimwee, door een kwellend verlangen om zo vlug mogelijk terug te mogen keren naar de geestelijke wereld waar hij vandaan kwam, de huidige mens kent dat heimwee nauwelijks meer. Hij concentreert zich steeds sterker op het leven op aarde en weet bijna niets meer af van de wereld van zijn herkomst en zijn toekomst, de geestelijke wereld. Slechts de oosterse wereld heeft nog iets van dat oude heimwee bewaard - en vooral in het Hindoeïsme, maar ook wel in het Boeddhisme kunnen we de laatste resten van dat oude, haast verterende heimwee 
terugvinden. De westerse mens daarentegen heeft zich helemaal verbonden met de aarde, en heeft daardoor ook steeds meer het beheer over de aarde, de natuur en zichzelf in eigen hand kunnen nemen.
Ahriman vecht met Perzische koningDat de mensheid zich zozeer met de aarde en het leven op aarde heeft leren verbinden, danken wij aan de invloed van Lucifer en Ahriman op ons: dag in, dag uit werken zij in het verborgene op ons in. Nu dreigde echter het gevaar dat Lucifer - die ons vrijheid schenkt, maar ons ook egoïstisch maakt - en Ahriman - die ons helpt ons thuis te voelen op aarde, maar ons ook materialistisch maakt - ons uiteindelijk zouden vernietigen. We dreigden in de toekomst aan onze alsmaar toenemende hardheid, ons zielloze materialisme en ons botte egoïsme ten onder te gaan.
Deze desastreuze ontwikkeling kon alleen worden gekeerd als er een mens zou zijn die tegen de beide machten van het donker opgewassen zou zijn. Een mens die in staat zou zijn hun macht te breken. Die mens was Jezus van Nazareth. Toen Hij bij de doop in de Jordaan de Christusgeest ontving - de hoogste kosmische geest van de liefde ofwel de zonnegeest - werd Hij Jezus de Christus (drager). Het was deze geestelijke kracht, de Christuskracht, die vanaf die tijd door Hem heen begon te werken en die Hem in staat stelde aan Lucifer en Ahriman het hoofd te bieden. Zo werd Hij de eerste mens die niet onderworpen was aan de macht van Lucifer en Ahriman, maar die integendeel hun macht brak.

Deze gebeurtenis was - en is - uiterst ingrijpend. Want omdat één mens de macht van Lucifer en Ahriman gebroken had, zouden alle mensen in de verre toekomst die mogelijkheid kunnen gaan verwerven. Immers, wat één mens bewerkt en zich eigen maakt, wordt daardoor in principe mogelijk voor alle mensen. Zo luidt de kosmische wet. Nu, in onze tijd, mogen we zeggen dat de tijd is aangebroken waarin deze mogelijkheid ook daadwerkelijk in ons allen gerealiseerd kan gaan worden. Dat gebeurt namelijk dan, wanneer ons hoger zeil (ook wel onze innerlijke Christus, de geest of onze Boeddha-natuur genoemd) in ons aan het licht komt en werkzaam wordt in ons. Dan leren wij, geleid door die kracht, ons egoïsme, ons materialisme en onze hardheid beetje hij beetje te overwinnen. Maar als steeds meer mensen op deze manier Lucifer en Ahriman leren weerstaan, dan gebeurt er iets heel bijzonders en iets heel unieks in de evolutie van de mensheid. Dan verliezen Lucifer en Ahriman gaandeweg hun allesbeslissende macht over ons en gaan zij ons niet langer vóór, maar beginnen zij ons knarsetandend te volgen op onze weg van geestelijk ontwaken. Zo wordt hun rol veranderd van voorganger of voorloper in die van volgeling: ze lopen niet langer voorop in de evolutie, maar volgen ons.
Wat ik nu in een paar woorden schets, die beslissende wending in de evolutie, werd mogelijk doordat Jezus in zijn leven de confrontatie met die beide machten, Lucifer en Ahriman, is aangegaan, en deze niet uit de weg gegaan is. En doordat Hij sterker bleek dan zij, konden zij Hem wel de dood in drijven, maar Hem niet in hun macht krijgen.


Gestorven of slechts schijndood?
Vaak vragen mensen mij of Jezus Christus nu écht gestorven is aan het kruis, of dat Hij de kruisiging overleefd heeft. Al jarenlang krijg ik deze vraag met een zekere regelmaat voorgelegd. Steeds weer merk ik dat het antwoord op de een of andere manier voor de vraagsteller/ster heel belangrijk is. Zelfs emotioneel belangrijk: deze vraag en het antwoord daarop raken op een onbegrijpelijke manier hun diepste emoties. Ik kan dat overigens goed navoelen, omdat die vraag ook mijzelf niet onverschillig laat. Ik merk namelijk dat ook bij mezelf, bij het nadenken over deze vraag, mijn diepste emoties geraakt worden. Kennelijk raken we met deze vraag aan iets heel wezenlijks. Iets dat geen theorie is, maar dat op de een of andere manier ons allen aangaat en velen van ons heel diep raakt. Dat vast te stellen is op zich al heel belangrijk.
Al heel lang zijn er verhalen dat Jezus Christus niet écht gestorven is aan het kruis. Zo wordt er bijvoorbeeld verteld dat Hij door de Essenen van het kruis gehaald en weer tot leven gewekt werd omdat Hij niet dood was, maar slechts in coma. Er bestaan dan ook allerlei verhalen over een leven na zijn kruisiging. Bijvoorbeeld dat Hij na zijn schijnbare dood India bezocht zou hebben. Anderen vertellen eenvoudigweg dat Jezus Christus zijn kruisiging nog lang overleefd heeft.
Bijna veertig jaar geleden logeerde ik eens in Taizé, het oecumenische klooster in Frankrijk dat tegenwoordig een bron van inspiratie voor vele jongeren is. In die tijd was Taizé nog niet zo bekend en kwamen er nog niet zoveel toeristen of zoekers naar inspiratie. Daarom kreeg iedere bezoeker in die tijd nog een gesprek aangeboden met een van de broeders uit het klooster. In dat gesprek mocht je een brandende vraag aan die broeder voorleggen. Ik weet nog heel goed dat mijn vraag luidde: is Jezus Christus nu werkelijk uit de dood opgestaan of niet? En was dat dan een lichamelijke opstanding of niet? Toen al hield die vraag mij heel intens bezig: is Jezus Christus nu werkelijk gestorven en opgestaan, of niet? Intuïtief, schouwend, heb ik altijd geweten dat het antwoord voor mij heel duidelijk was: natuurlijk was Hij door de dood heengegaan. Maar eerst nu begin ik dat ook te begrijpen, en begint mijn denken het ‘te pakken’.
In onze tijd worden die twee verschillende visies op Jezus Christus: wel of niet door de dood heengegaan, vertegenwoordigd door enerzijds de antroposofen en anderzijds de theosofen. Voor Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, is Jezus Christus wérkelijk gestorven aan het kruis, en vervolgens uit de dood opgestaan.1
Hij staat daarmee geheel in de lijn van Paulus die in de bijbel keer op keer benadrukt dat Jezus Christus werkelijk door de dood is heengegaan, en dat deze doorgang door de dood beslissend is voor het christelijke geloof. Voor de theosofen daarentegen is de kruisiging vooral een driedaagse inwijding, waaraan Jezus Christus niet in letterlijke zin stierf, maar waaruit Hij als een nieuw, getransformeerd mens tevoorschijn kwam. Een transformatie die in figuurlijke zin ‘een opstanding uit de dood’ genoemd werd. In figuurlijke zin, want het gaat om een geestelijk ontwaken, en niet, zoals gezegd, om een letterlijke opstanding uit de dood.
Om een antwoord te vinden op de vraag of Jezus Christus nu wel of niet gestorven is aan het kruis, is het belangrijk ons te richten op de confrontatie die Jezus Christus met de duivel en de satan aanging...

Oog in oog met Lucifer en Ahriman

Christus Lucifer Ahriman   Munin Nederlander publicaties kitesj Dat Jezus Christus in zijn leven de confrontatie met de beide machten van het kwaad aanging, was helemaal niet vanzelfsprekend. Integendeel. Alle ingewijden in de eeuwen voor Hem hadden juist alles op alles gezet om de confrontatie met Lucifer en Ahriman te ontlopen. Ze trokken zich terug uit de samenleving en realiseerden samen met andere ingewijden een besloten en geheime gemeenschap, ver buiten het gewoel van het openbare, publieke leven. Binnen die gemeenschap probeerden de ingewijden zo’n sfeer van zuiverheid en oprechtheid te bewerken dat Lucifer en Ahriman geen toegang tot deze gemeenschap kregen. Zo werden de ingewijden onaantastbaar voor de machten van het kwaad. Ook de Essenen, met wie Jezus Christus zich nauw verbonden voelde, leefden op deze wijze. Zo werden ze enerzijds ingewijden en wetenden en ontsnapten ze anderzijds aan de confrontatie met Lucifer en Ahriman.
Nu kreeg Jezus Christus eens, in de jaren voor de doop in de Jordaan, een helderziende impressie, een beeld dat zich aan Hem opdrong. Daarbij zag Hij hoe Ahriman en Lucifer op de vlucht sloegen voor de Essenen: ze konden hen niet in hun greep krijgen en daarom trokken ze zich terug om zich te wijden aan mensen die ze wel konden bereiken. Op het eerste gezicht lijkt dat iets goeds: dat de Essenen in staat bleken om zich Lucifer en Ahriman van het lijf te houden. Hun levenswijze lijkt er dan ook een om na te streven, precies zoals de ingewijden dat al duizenden jaren deden. Maar Jezus Christus vroeg zich bij het zien van deze impressies het volgende af: waar gaan die twee eigenlijk naar toe? Op wie richten ze nu al hun energie, nu ze die niet bij de ingewijden kwijt kunnen? Het werd Hem meteen duidelijk dat Lucifer en Ahriman maar één mogelijkheid hadden, één uitweg: om zich te richten op de ‘gewone’ mensen.
Maar toen dit laatste tot Hem doordrong, werd dat voor Hem tot een schokkend inzicht: Hij schrok er werkelijk hevig van. Want de weg van de inwijding op de mysterieschool leek zo mooi en indrukwekkend: de inwijdelingen hielden zich immers al het kwaad van het lijf. Maar zij bewerkten daarmee tegelijk dat Lucifer en Ahriman zich met des te meer kracht en venijn op de ‘gewone’ mensen gingen richten. Zij werden dus des te heftiger belaagd, omdat de Essenen hen van zich af wisten te houden. Het drong tot Jezus Christus door dat wie zich alleen maar richt op het eigen zielenheil, daarmee niet solidair is met de mensen. De wegvan de ingewijden op de mysteriescholen - die helemaal los van de gemeenschap en buiten de gewone samenleving stonden was, zo zag Jezus Christus in, in wezen een egoïstische weg. Voor Hem was het vanaf dat moment duidelijk: zo zou het in de toekomst niet meer mogen gaan. En zo zou Hij het ook zelf niet mogen doen: alleen maar werken aan het eigen zielenheil om zodoende de confrontatie met Lucifer en Ahriman ontlopen. Solidair zijn met de mensheid hield voor Hem vanaf dat moment in, dat Hij de keuze maakte voor de ‘gewone’ mensen, ofwel voor de tollenaar en de overspelige, zoals het Nieuwe Testament hen noemt. Het hield in dat Hij zich niet langer wilde en kon vereenzelvigen met de ingewijden en hun weg. Alleen samen met alle mensen, solidair en verbonden met elkaar, zou de mensheid de weg naar het licht moeten vinden.
Maar de weg van de ‘gewone’ mens die niet de gelegenheid had zich terug te trekken op een mysterieschool, was een weg, waarbij de mens voortdurend bloot stond aan de aanvallen, zeg maar: de negatieve inwerking en inspiratie van Lucifer en Ahriman. Daarom, om solidair te zijn met de gewone mensen en hun levenswijze, koos Jezus Christus er voor om direct na de doop in de Jordaan, naar de woestijn te gaan. Daar, in de stilte, wilde Hij de confrontatie met Lucifer en Ahriman aangaan. Zo wilde Hij dus zijn solidariteit met de gewone mens tot uitdrukking brengen: door die twee machten van het donker niet te ontlopen, maar door juist oog in oog met hen te gaan staan en de strijd met hen aan te gaan.
Ook Lucifer en Ahriman zélf wilden maar wat graag de confrontatie met Jezus Christus aangaan. Ze wisten dat Hij bij de doop in de Jordaan een heel bijzondere geestelijke kracht had ontvangen, ja, een goddelijke kracht. Die kracht zorgde ervoor dat Jezus Christus nu als eerste der mensen in staat zou zijn Lucifer en Ahriman te weerstaan en hun macht op de lange termijn zelfs zouden kunnen breken. Daarom wilden ze Hem zo snel als maar mogelijk was, uitschakelen.


Een levenslange confrontatie tot op de laatste ademtocht
Die eerste confrontatie, daar, in de woestijn, was hevig. Zowel de duivel (Lucifer), als de satan (Ahriman), als die beiden samen, richten al hun verleidingskracht op Jezus Christus. Volledig alleen, zonder hulp van wie dan ook, stond Hij oog in oog met die beiden - en wist hen te trotseren. De Evangeliën vertellen in duidelijke, beeldende bewoordingen over deze confrontatie.3 Ze vertellen hoe die twee, Lucifer en Ahriman, inspeelden op alles wat menselijk is: op een gevoel van trots en hoogmoed, op angstgevoelens en op een zogenaamd Godsvertrouwen. Al hun verleidingen wisten ze zo in te kleden alsof Jezus Christus met het vervullen ervan God Zelf diende. Maar Jezus Christus doorzag hun tactiek en hun listen, en bleef staande temidden van dit geestelijke geweld.
Vanaf dat moment verhevigden Lucifer en Ahriman hun inzet en hun aanvallen op Jezus Christus. Hoe meer zijn lichaam in de loop van de jaren die daarop volgden, versleten raakte en hoe vermoeider Hij werd, hoe heftiger ze tegen Hem tekeer gingen. Ze gingen daarmee onafgebroken door tot in het laatste uur van zijn leven op aarde, toen Hij aan het kruis hing. De beide moordenaars die links en rechts van Hem hingen, waren een prachtig kanaal voor Lucifer en Ahriman. Het voorhanden zijn van zulke kanalen (of geleiders voor hun energie) maakte dat hun aanvallen op Jezus Christus aan kracht wonnen. En met al hun verbonden krachten zetten ze op dit uiterste moment alles op alles om Hem alsnog te breken en te verleiden. Niet voor niets wordt er verteld dat het in de laatste uren voor het sterven van Jezus Christus aardedonker werd op aarde: tot in de concrete werkelijkheid werden de negatieve en vernietigende krachten van Lucifer en Ahriman zichtbaar. Maar ook deze laatste, meest heftige poging mislukte - en nu, zo wisten die twee, waren hun pogingen voorgoed mislukt. Zo werd Jezus Christus de eerste mens die tot het laatste, bittere einde toe weerstand wist te bieden aan de beide machten van het kwaad. Het is huiveringwekkend groots!


Een gevecht op leven en dood
Bij dit laatste gevecht, toen Jezus Christus volkomen uitgeput aan het kruis hing, was het erop of eronder. Beide partijen - enerzijds Lucifer en Ahriman, en anderzijds Jezus Christus - beseften dit. Ze beseften dat de toekomst van de aarde en de mensheid op het spel stond. Zouden Lucifer en Ahriman winnen en zou het hen lukken om Jezus Christus alsnog in hun macht 
en aan hun zijde te krijgen, dan zou ook de mensheid in de toekomst voorgoed in de macht van die beiden blijven. Het laat zich gemakkelijk raden hoe de toekomst van de mensheid er dan uitgezien zou hebben... Totale ondergang en vernietiging, dat zou het lot van de mensen worden als ze voorgoed aan Lucifer en Ahriman onderworpen zouden zijn.
Maar zou Jezus Christus winnen, dan zou daarmee de macht van Lucifer en Ahriman in principe gebroken zijn. Dan zou Hij de eerste mens zijn die de macht van die heiden had weten te weerstaan. Dankzij Hem zou de mensheid dan een mogelijkheid ontvangen hebben om eveneens, net als Hij, aan de allesbeslissende macht van Lucifer en Ahriman te ontsnappen. Want als één mens de weg naar de vrijheid vindt, wordt die weg immers voor alle mensen mogelijk. Het was dus werkelijk een gevecht van kosmische betekenis dat daar aan het kruis gevoerd werd! Daar, aan het kruis, werd de toekomst van de mensheid beslist...
Daarbij mogen we dit beseffen: met een schijnvertoning zouden die twee, Lucifer en Ahriman, geen genoegen genomen hebben. Ik bedoel daarmee dit: als Jezus Christus niet echt gestorven zou zijn aan het kruis, maar ‘alleen maar’ schijndood geweest zou zijn, zou dat voor Lucifer en Ahriman alleen maar een intermezzo betekend zijn. Ze zouden immers meteen, zodra Jezus Christus ontwaakt zou zijn uit zijn coma, doorgegaan zijn met hun pogingen om Hem te breken. Maar nu ze Hem de dood ingedreven hadden, en Hem desondanks niet hadden kunnen verleiden en breken, nu was hun macht in de kern gebroken.
Ik denk dan ook dat degenen die spreken over een schijndood van Jezus Christus aan het kruis, niet voldoende beseffen wat daar werkelijk gebeurde en wat er bij dit beslissende en verschrikkelijke gevecht op het spel stond. Het was werkelijk een gevecht van kosmische betekenis tussen Jezus Christus en de machten van het kwaad. En dat gevecht was ook werkelijk een gevecht op leven en dood.


Het unieke van Jezus Christus
Bij dit alles is het goed om ons vooral dit te realiseren: juist omdat Jezus Christus solidair met de ‘gewone’ mensen wilde 
zijn, koos Hij voor een confrontatie met Lucifer en Ahriman op het vlak van het gewone, alledaagse leven. Dus precies daar, waar ook wij hen het hoofd moeten bieden: in het gewone leven, thuis, in onze verhouding met andere mensen, in onze omgang met geld, in onze betrokkenheid bij anderen en in de levensdoelen die we ons stellen. Dat Jezus Christus ervoor koos om solidair te zijn met de ‘gewone’ mensen, is overigens wel iets heel bijzonders! Geen ingewijde voor Hem had zoiets bedacht, laat staan gedaan. Geen enkele ingewijde had in de beperktheid van het aardse lichaam de confrontatie gezocht: ze hadden juist geprobeerd die te ontlopen. Wel leerden ze om bij uittredingen, los van het lichaam, vrij te blijven en te worden van de machten van het kwaad en hen zodoende te weerstaan. Maar opgesloten in het aardse lichaam, en voluit in het alledaagse leven staande, om dan van daaruit oog in oog met Lucifer en Ahriman te gaan staan en hen te leren weerstaan, dat was niet de weg die zij zochten.
Geen enkele hoge Meester had tot nu toe op het aardse vlak, in het gewone alledaagse leven, levend temidden van de gewone mensen, de strijd aangebonden met de machten van het kwaad. Geen enkele ingewijde was tot nu toe op die manier solidair geweest met de mensheid. Maar juist omdat Jezus Christus dat wel gedaan heeft en de machten van het kwaad, hier, op het aardse vlak, in het gewone, alledaagse leven, weerstaan heeft, heeft Hij ons de mogelijkheid geschonken om, net als Hij dat deed, aan die heiden weerstand te bieden. Daarmee heeft Hij ons de mogelijkheid geschonken om ons in de toekomst meer en meer aan de macht en controle die Lucifer en Ahriman over ons hebben, te onttrekken! We zullen het ook zelf mogen gaan ervaren en verwerkelijken: dat Lucifer en Ahriman niet langer de machten zijn die ons voorgaan en steeds verder naar beneden trekken, maar dat zij ons tegenstribbelend gaan volgen en dat wij hen mogen gaan meenemen op een weg die uiteindelijk ook voor hen bevrijding betekent.


Tot slot
Ik heb aan mijzelf, maar ook aan anderen, gemerkt hoeveel innerlijk verzet er in ons allen leeft om ons bezig te gaan houden met Lucifer en Ahriman, de machten van het kwaad. We vinden het veel fijner om ons te richten op de wereld van het licht: dat troost, bemoedigt en geeft kracht. Maar in deze tijd kunnen we er niet meer onder uit: op alle mogelijke vlakken worden we geconfronteerd met het kwaad.
Met verharding, met egoïsme, met botte agressie en ga zo maar door. Maar niet alleen met dit soort zaken buiten ons worden we geconfronteerd, we worden ook met onze eigen onrust, met onze eigen gevoelens van woede en verdriet, met 
onze eigen onmacht en wanhoop geconfronteerd. Maar wie zich een leerling van Jezus Christus voelt en Hem navolgen wil, die zal niet anders kunnen en niet anders willen dan om, net als Hij, dwars door dit alles heen te gaan. Die zal het donker in het leven niet willen ontlopen, maar die zal het moedig willen uithouden en weerstaan. Alleen zo zullen we de macht van Lucifer en Ahriman kunnen breken. Alleen zo zullen we de grote wending in de evolutie op weg naar een nieuwe wereld van vrede mogen verwerkelijken. Want onze tijd staat werkelijk geheel in het teken van die grote wending! Een wending die ons - vergeet dat nooit! - vrede zal brengen en universele liefde. Maar de weg daarheen gaat dwars door het donker buiten ons en binnen in ons heen. Vluchten voor het donker van onze tijd, het ontkennen, er verbitterd door raken: dat is niet de weg. De weg is: dwars er doorheen gaan, er sterker van worden, eraan groeien, en zo door het donker heen de weg naar het licht banen. Precies zoals Jezus Christus dat gedaan heeft...
Wie heeft de moed die weg te gaan? Dat is de vraag die na alle bovenstaande overwegingen overblijft. Als je die vraag durft toelaten, weet dan, dat je een onvoorstelbare hulp krijgt op die weg. De hulp van Hem die als eerste deze weg gegaan is, en Die ons daarom als geen ander op die weg wil leiden en bijstaan...


Hans Stolp is pastor en auteur en geeft lezingen. Meer informatie over Hans Stolp is te vinden op www.hansstolp.nl

 

1 Zie bijvoorbeeld Rudolf Steiner, Bijzonderheden over het leven van Jezus, Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist, 3e druk, 1998  terug
2 Zie bijvoorbeeld G. de Purucker in zijn bock Bekleed met de zon, een uitgave van stichting l.S.I.S. in Den Haag, 1974  terug
3 Zie het Evangelie van Mattheus 4: 1-11, het Evangelie van Marcus 1:12, 13 en het Evangelie van Lucas 4: 1-13. Dat deze confrontatie in drie Evangeliën genoemd wordt, benadrukt zonder woorden de beslissende betekenis ervan.  terug

 

 Terug naar het begin van dit artikel