headerlogo2

Dit artikel is overgenomen uit Verwachting nr. 60 2011. Een uitgave van de stichting De Heraut.  Zie ook www.stichtingdeheraut.nl

 

De vraag naar het waarom…

Toen ik nog als pastor in het ziekenhuis werkte, werd mij voortdurend die ene vraag gesteld: Waarom? Waarom overkomt mij deze ziekte? Of: Waarom moet ik zo jong sterven? Of: Waarom moet ik mijn kind zo vroeg missen? Er is geen vraag die mij zo vaak gesteld werd als juist deze vraag naar het waarom. Ook later kwam deze vraag regelmatig terug. Waarom moet ik gehandicapt door het leven gaan en hebben anderen een ongeschonden lichaam?

Een jonge weduwe vertelde eens dat ze overal waar ze heen ging, echtparen zag: bij het boodschappen doen, bij het wandelen en bij een concert. Het leek wel, alsof ze alleen maar (echt)paren zag en al die andere, alleengaande mensen niet. Ik blijf maar liever zoveel mogelijk thuis, zei ze, want het doet zo’n pijn als je voortdurend al die mensen samen ziet, terwijl je zelf zo alleen bent. Waarom moest ik al zo jong mijn man verliezen? Ik vind het niet eerlijk. Het lijden geeft ons soms het gevoel dat het leven niet bepaald eerlijk in elkaar zit.
Na de aanslag in Alphen aan de Rijn (op 9 april 2011.) werd er een zee aan bloemen, kaarsen en kaartjes neergelegd. Daartussen stonden een paar kartonnen borden, waarop met grote letters geschreven stond: Waarom? Het is een vraag die steeds weer in de harten opkomt, zodra er weer zoiets gruwelijks gebeurt. Het opmerkelijke is dat de mensen die de vraag naar het waarom stellen, helemaal niet op een antwoord zitten te wachten. Ze hebben geen enkele aandacht voor welk antwoord dan ook, omdat de pijn, de onmacht, het gemis en het verdriet nog veel te sterk zijn en ze alle zeilen bij moeten zetten om te overleven. Ik heb dan ook geleerd dat degene die vraagt waarom?, daarmee eigenlijk wil zeggen dat hij of zij het nauwelijks volhoudt en aan de pijn ten onder dreigt te gaan. Zo gezien houdt de vraag naar het waarom allereerst de vraag in: laat mij niet alleen en houd mij vast; anders ga ik kopje onder in deze zee van onmacht en verdriet. Probeer dus nooit een antwoord te bedenken als iemand je vraagt waarom?, maar gebruik al de krachten van je hart om de ander te omhullen met je warmte, liefde en trouw. Alleen dat zal de ander door deze zware tijd heen kunnen slepen: de trouw en de warmte van anderen!

Verschillende antwoorden

Op de een of andere manier hoort het lijden bij het leven. De vraag naar het waarom van het lijden behoort dan ook tot de grote levensvragen waarmee de mensheid altijd al heeft geworsteld. In vrijwel alle wereldbeschouwingen wilde men weten, of het lijden een zin heeft, en zo ja, welke zin dan wel. Ook wilde men weten, waar het lijden vandaan komt. Daarbij kwam men tot verschillende antwoorden. Een paar voorbeelden:

Silenus, de metgezel van de Griekse God Dionysius, zegt, met het oog op het lijden dat ieder mens in dit leven treft: Het is het beste om niet geboren te zijn, niet te zíjn, níets te zijn. Het op een na beste is: spoedig te sterven.

• Het was voor Boeddha in zijn jonge jaren een ingrijpende ontdekking om te zien dat werkelijk ieder mens door het lijden getroffen wordt. Daarom is zijn leer gebouwd op de vraag, hoe wij aan dat lijden kunnen
ontkomen. Hij zag in onze begeerten en verlangens de bron van het lijden en onderwees daarom de mensen hoe zij het vuur van de begeerte konden doven.

• De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788 – 1860) zag het lijden als het centrale probleem van de mensheid. Het antwoord dat hij vond was: allereerst een grenzeloze onzelfzuchtigheid en vervolgens (onder invloed van het boeddhisme) de christelijke ascese (ofwel onthouding). Zijn antwoord ontroert mij overigens, omdat hij in wezen de liefde (onzelfzuchtigheid) ziet als het beste antwoord op het lijden.

• De Stoïcijnen (de Stoa was een filosofische stroming in Griekenland omstreeks 300 voor Christus) vonden dat je innerlijk afstand moest nemen van het leven, want dan kon het lijden je niet raken.

• De aanhangers van een andere filosofische stroming in Griekenland, de Epicuristen (eveneens omstreeks 300
voor Christus) trokken een andere conclusie: zij vonden dat je de dag moest plukken en van ieder moment moest
genieten, want je wist maar nooit, welk lijden er morgen op je af zou komen.

• In het Jodendom leefde de opvatting dat het lijden een straf is: het gevolg van onze zonden. Deze gedachte aan ‘eigen schuld’ is ook ons overigens niet vreemd. Kinderen, wier vader of moeder plotseling sterft (door een ongeluk, een hartaanval of wat dan ook) hebben dikwijls het gevoel dat de dood van hun ouder hun schuld is,
omdat ze iets gedaan hebben wat verboden was. Een jongen van zes, wiens vader overleden was, zei eens tegen mij: Het is mijn schuld dat papa dood is, want ik was stout op school.

We zien dus dat een regelmatig terugkerend antwoord op de vraag naar het lijden het advies is om je (zoveel mogelijk) los te maken van het aardse leven en er niet in op te gaan. Zo leert Boeddha ons hoe we onze begeerte
kunnen overwinnen, Schopenhauer beveelt ons de christelijke ascese aan en de Stoïcijnen willen ons leren ons los te maken van het aardse leven.

De bijzondere ontdekking van Job

Het Bijbelboek Job is zelfs in zijn geheel gewijd aan de vraag van het waarom. Alle kinderen van Job sterven, hij verliest al zijn bezittingen en wordt ook nog eens getroffen door melaatsheid. Als Job dan wanhopig op zoek gaat naar een antwoord op de vraag waarom hem dit alles overkomt, geven zijn vrienden hem het traditionele antwoord: dat is je eigen schuld; je zult wel gezondigd hebben, ook al ben je je dat dan niet bewust. Maar Job houdt vol dat hij niet gezondigd heeft en dat het lijden hem onverdiend getroffen heeft. Als uiteindelijk iedereen hem in de steek gelaten heeft – ook zijn vrouw kan geen begrip voor hem opbrengen - en Job zich heel alleen door al die ellende heen worstelt, ontdekt hij iets bijzonders. Na een lange, eindeloos durende innerlijke worsteling begint het hem te dagen dat dit gevecht hem uiteindelijk ook een winst oplevert: hij wordt een wetende en mag God schouwen. Het ‘schouwen van God’ is een uitdrukking die wil zeggen dat hij een ingewijde is geworden, iemand die in een directe verbinding met de geestelijke wereld staat. Zo ontdekt Job een heel nieuw aspect van het lijden: dat het verdriet en de eenzaamheid hem op het pad van de geestelijke groei, de inwijdingsweg, gebracht hebben. Zonder dit lijden was deze groei niet mogelijk geweest. Zo wordt een heel nieuwe manier geboren van omgaan met het lijden: als je, net als Job de moed hebt om erdoorheen te gaan, kan het je een geestelijke winst opleveren, een ongekende geestelijke groei die zonder dit lijden niet mogelijk was. Job is de mens die ons laat zien dat je je niet zoveel mogelijk hoeft los te maken van het aardse leven om immuun te worden voor het lijden, maar dat je juist op de doorgang door het lijden heen een diepe winst kunt behalen.

Paus Johannes Paulus II en zijn naamgever Paulus

In mei 1981 werd Paus Johannes Paulus II neergeschoten op het Sint Pietersplein in Rome. Dagenlang zweefde hij op het randje van de dood. Zijn secretaris vertelde later hoe de paus dit heeft ervaren. Enerzijds bleef zijn lijden iets geheimzinnigs en onbegrijpelijks voor hem houden, omdat nooit werd opgehelderd, wie er nu precies achter de aanslag zaten. Maar tegelijk was de paus er diep van overtuigd dat zijn lijden in het grote plan van God paste en daarom had hij er vrede mee. Eens zei hij er zelfs dit van: Het is een grote genade van God geweest! Zo’n uitspraak kan alleen die mens doen die op het lijden een geestelijke winst heeft behaald en die daarom in kan zien dat zijn lijden niet zinloos was, maar een belangrijke impuls voor onze geestelijke groei werd.
In de Bijbel wordt verteld hoe de apostel Paulus worstelde met een bepaald lijden. We weten niet wat voor lijden dat was, maar wel dat hij daar dagelijks onder te lijden had. Paulus zelf noemt dit lijden ‘een doorn in het vlees’ en vraagt in gebed aan God of Hij hem dit lijden wil afnemen. Na lang aandringen krijgt hij eindelijk een antwoord. God zegt tegen hem: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Het zijn op het eerste gehoor raadselachtige woorden. Maar als je erover nadenkt, is het een indrukwekkend antwoord. Waarom? Het lijden van Paulus zorgt ervoor dat hij zich machteloos voelt. Hoogmoed krijgt geen kans: Paulus voelt te goed hoezeer hij de kracht van God nodig heeft om staande te blijven in zijn lijden. Hij moet wel loslaten en alles aan God overlaten, omdat hij de kracht mist om zelf te beslissen en te regelen. Maar juist, omdat hij loslaat en in louter overgave leeft, is hij kanaal voor de krachten van God. Gods kracht openbaart zich het sterkst daar, waar de mens niet meer in staat is eigenmachtig te regelen, te denken en te beslissen. De ervaring van Paulus is dikwijls ook de onze. Iemand vertelde mij eens: Toen ik eindelijk ophield met vechten en dacht: nu kan ik het niet langer aan, nu maak ik er een einde aan, gebeurde er iets heel bijzonders. Ik voelde hoe ik omhuld werd door een beschermende warmte. In die warmte voelde ik een troostende aanwezigheid die mij kracht gaf. Maar het was niet mijn eigen kracht, het was een hogere kracht die door mij heen begon te werken. Zo ontdekte ik, hoe waar die woorden van Paulus zijn dat Gods kracht pas voelbaar wordt, als wij zwak zijn. Wie een dergelijke ervaring opdoet – en er zijn veel meer mensen die iets soortgelijks mochten ervaren – begint te begrijpen dat het lijden een diepere zin kan hebben en ons tot mensen kan maken die leven in een voelbare verbinding met God, met Christus, of met de geestelijke wereld.

Het kruis van Jezus christus

In het christendom staat het kruis centraal. Het is zelfs hét symbool geworden van het christendom. Sommigen zeggen daarom tot op de dag van vandaag dat in het christendom het lijden verheerlijkt wordt. Dat is zeker niet het geval. Maar anders dan in de oosterse religies leert het christendom ons om het lijden niet uit de weg te gaan of het, zoveel als maar mogelijk is, te vermijden. Alleen wie de moed heeft door het lijden heen te gaan, zal de opstanding mogen ervaren. Dat betekent dat degene die het lijden zoveel mogelijk vermijdt, nooit zal ervaren, welke grootse geschenken de opstanding ons brengt: we worden een ander mens, met meer inzicht, liefde en wijsheid dan voor onze doorgang door het lijden. Mathias Grünewald schilderde omstreeks 1515 de kruisiging en de opstanding (zie foto volgende pagina). Op het schilderij van de kruisiging beeldde hij op een uiterst realistische wijze het lijden van Jezus Christus aan het kruis uit. En waar moest dat schilderij hangen? Aan het hoofd-einde van een middeleeuwse ziekenzaal, zodat de zieken de hele dag uitzicht hadden op dit levensgrote schilderij. Wij zouden dat in onze tijd waarschijnlijk maar gruwelijk vinden. Maar de middeleeuwse mens wist nog dat het voor de zieke heilzaam was om zich met de kruisiging van Jezus Christus te verbinden: het hielp hen hun eigen lijden te aanvaarden en door de aanvaarding heen de weg naar de opstanding/ genezing in te slaan. Het schilderij was dus therapeutisch bedoeld en werkte genezend! Zo wordt duidelijk dat in wezen niet het kruis centraal staat in het christendom, maar de opstanding. Alleen: de weg naar de opstanding voert ons door de kruisiging heen, ofwel door de aanvaarding en het doorleven van ons lijden heen.

Heeft het lijden zin?

De vraag was: heeft ons lijden zin? Ik zou die vraag zo willen beantwoorden: het is mogelijk op het lijden een geestelijke winst te behalen die ons tot andere mensen maakt, tot mensen in wie een diepere geestkracht – de kracht van de innerlijke Christus – is ontwaakt. Een omvorming die we onze opstanding mogen noemen!

 

Naar het begin van dit artikel