headerlogo2

Het verschil tussen esoterisch en exoterisch

‘Esoterisch’ betekent (naar) binnen, in de zin van innerlijk of verborgen. Het tegenovergestelde daarvan is ‘exoterisch’ dat (naar) buiten, ver (van) betekent, of het uitwendige, openbare.

De esoterie houdt zich bezig met de waarheid in of achter de uiterlijke verschijnselen die niet met het gewone, alledaagse verstand te ervaren is, maar om een andere zielehouding en een hoger niveau van kennis en bewustzijn vraagt.

 Esoterische kennis in de bijbel

Al vanaf het allereerste begin bestaat er binnen het Christendom een exoterische en een esoterische stroom. In de bijbel wordt daar op verschillende plaatsen op gewezen. In het Markus evangelie bijvoorbeeld, wordt een situatie beschreven waarin Jezus zijn discipelen vertelt dat hij hen onderwijst in kennis die hij aan  het volk (‘hen die buiten staan’) onthoudt.

Letterlijk staat er: ‘En toen hij (met hen) alleen was, vroegen zij die in zijn omgeving waren met de twaalven, hem naar de gelijkenissen. En hij zei tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen, dat zij ‘ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde.’ (Markus 4:10-12).

‘Het geheimenis van het Koninkrijk Gods’ betekent: de geheime kennis aangaande de goddelijke wereld of de wereld van God. Het esoterische aspect. De discipelen ontvangen deze hogere inzichten of waarheden, ‘het geheimenis van het Koninkrijk Gods’, vanwege hun hogere geestelijke ontwikkeling.

Het exoterische aspect daarentegen drukt zich uit in de verhalen en gelijkenissen die Jezus Christus zijn gewone volgelingen ter lering geeft. Voor de exoterische kennis is geen bijzondere kennis vereist. Ze is door iedereen te begrijpen.

 

Waarom twee stromen?

Waarom bestaat er verschil tussen de esoterische en de exoterische kennis ? Esoterische kennis, hogere waarheden en inzichten, moet je kunnen ‘dragen’. Dat wil zeggen: je moet er innerlijk aan toe zijn en geestelijk sterk genoeg om het te begrijpen en te omvatten. Daarom wordt in de bijbel voor de mens die dat (nog) niet heeft, ter bescherming die hogere kennis in gelijkenissen verpakt. Ze wordt dan wel verteld en de toehoorders hebben er ter lering wat aan, maar de diepere lagen kunnen ze alleen begrijpen als zij daar aan toe zijn. Tot die tijd kunnen zij ‘ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan’.

Een andere reden om de diepere waarheden geheim te houden was om te voorkomen dat ze door spot en onbegrip bezoedeld zouden worden of op een verkeerde manier gebruikt.

 

 

De hogere wijsheid bij Paulus

Ook de apostel Paulus spreekt in de bijbel duidelijk over het bestaan van een hogere wijsheid die verborgen is, ‘de verborgen wijsheids Gods’. Ook hij noemt het feit dat men daarvoor rijpheid moet bezitten. In de eerste brief aan de Korinthiërs zegt hij:

‘Toch spreken wij wijsheid bij hen, die daarvoor rijp zijn, een wijsheid echter niet van

              deze eeuw, noch van de beheersers van deze eeuw, wier macht teniet gaat, maar wat

              wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van

              eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid’. (1 Cor. 2: 6-8).

In de bijbelvertaling van Ogilvie (uitgave Christofoor) komen de woorden van Paulus en hun betekenis beter tot hun recht dan in de hier geciteerde NBG-vertaling. Daarom herhaal ik ze nog een keer:

            ‘Wijsheid echter spreken wij onder ingewijden, doch geen wijsheid van deze wereld

            noch van de leiders dezer wereld, die te gronde zullen gaan. Wat wij uitspreken in

            mysterie-taal is goddelijke wijsheid die verborgen was; God heeft haar voor het begin

            der tijdenronden voorbereid om haar aan ons te openbaren.’ (1 Cor. 2:6-8).

Uit zijn woorden blijkt dat Paulus toegang had tot de hogere wijsheid en dat hij wist dat deze hogere kennis ooit aan alle mensen geopenbaard zou worden. Al vóór zijn innerlijke ommekeer werd hij als jood ingewijd in de oude wijsheid van de Hebreeuwse mysteriën. Later ook in de christelijke mysteriën van die tijd. Hij ging meerdere keren door christelijke initiaties heen waarin hem diepe geheimen werden geopenbaard. De eerste daarvan was zijn schouwing te Damascus waar hij in een visioen de opgestane Christus voor zich zag die tot hem sprak (Handelingen 9: 3).

 

Gescheiden wegen

De esoterische en de exoterische stroom van het Christendom die ooit een eenheid vormden, liepen in de loop van de tijd steeds verder uit elkaar en werden gescheiden wegen. De exoterische kwam meer en meer in een uiterlijke vorm terecht. Dat wil zeggen werd vastgelegd in een bepaalde geloofsbelijdenis die zich uitdrukt in dogma’s, geloofsregels en normen. De zichtbare uitdrukking van het exoterisch Christendom werd de kerk als instelling die vanuit een centraal gezag –  de kerkelijke autoriteiten – toeziet op de naleving van het geloof en de geloofs- en gedragsregels. 

Geheime kennis omtrent het mysterie van Christus

Door de eeuwen heen bleef het esoterisch Christendom een verborgen stroom. Niet alleen omdat het zelden in de openbaarheid trad, maar vooral omdat het in deze stroom om de genoemde, geheime kennis gaat. Dat wil zeggen om een zoeken naar de kern van het mysterie (de dood en opstanding) van Christus en om een directe, persoonlijke verbinding met zijn wezen. Die verbinding met Christus wordt niet via een kerkelijk ritueel of via geloofsregels tot stand gebracht, maar door het volgen van een inwijdingsweg die zijn beginpunt in het innerlijk van de mensen heeft. Je zou, zegt W.F. Veltman in zijn boek De spirituele werkelijkheid van het Christendom,deze stroom ook de weg van de christelijke initiatie kunnen noemen.

 

Dragers van het esoterisch christendom

Dragers van deze esoterische stroom zijn vanaf het allereerste begin van het Christendom individuen die een persoonlijke band met Christus hadden. Zij brachten nieuwe elementen in.

De eerste was de evangelist Johannes, de schrijver van het evangelie dat zijn naam draagt en van het boek Openbaringen in de bijbel. Johannes – die eerder Lazarus heette - werd als Lazarus, met zijn opwekking uit de dood, persoonlijk door Jezus Christus ingewijd. Vandaar dat in de bijbel staat dat Jezus Christus hem ‘liefhad’. Hij is de grondlegger van de christelijke inwijdingsweg.

Een andere belangrijke persoonlijkheid was Jozef van Arimathea die de graalskelk naar het westen bracht en daarmee de stroom van het graalschristendom initieerde.

Ook apostel Paulus behoort als christelijke ingewijde en oprichter van een christelijke mysterieschool bij Athene, tot de dragers van deze stroom.  

In de derde eeuw na Christus was het de grote ingewijde Mani of Manes die de stroom van het manicheïsme het esoterisch christendom binnenbracht.  

 

Ketterse stromingen

Ook in geestelijke bewegingen die in de Middeleeuwen en in de tijd daarna door de kerk als ketters werden beschouwd, zoals de Katharen, de Tempelieren en de Rosenkruisers, is het esoterisch christendom te herkennen. Initiator van de Rozenkruiserstroom was Christian Rosenkreutz, een van de belangrijkste geestelijke leiders van het esoterisch christendom én van onze tijd.

Andere vertegenwoordigers van de stroom van het Rozenkruis zijn mensen als Shakespeare, Rembrandt van Rhijn, Jacob Böhme, Johannes Tauler, Johann Sebastian Bach, Wolfgang Amadeus Mozart en Wolfgang von Goethe. Ook in de Vrijmetselarij zijn invloeden van de Rozenkruisers terug te vinden.  

In de loop van de 19e eeuw stagneerde de ontwikkeling. Een nieuwe impuls was nodig. Dat komt omdat deze levende christelijk-esoterische stroom steeds weer op een nieuwe wijze moet worden opgepakt en vernieuwd. Passend bij de tijd.

 

De Antroposofie

Aan het eind van de 19e eeuw was het de Theosofische Vereniging die zich met de noodzakelijke vernieuwing van het esoterisch christendom bezig hield. Later liet zij het christelijk-esoterische aspect echter grotendeels los en richtte zich vooral op de oosterse esoterie.

Begin 20e eeuw nam Rudolf Steiner deze opgave intensief op zich. Aansluitend bij de esoterische wijsheid uit het verleden ontwikkelde hij, uitgaande van zijn eigen onderzoek in de hogere geestelijke werelden, de Antroposofie. De Antroposofie omvat esoterische kennis en inzichten op het gebied van de ontwikkeling van de wereld, de mensheid, de aarde en de kosmos en de betekenis daarin van de geestelijke wereld, de engelen hiërarchieën en Christus. Tegelijkertijd is zij een moderne christelijk-esoterische inwijdingsweg met duidelijk Rozenkruisers kenmerken.

 

De esoterische wijsheid treedt naar buiten

De Theosofische en de Antroposofische Vereniging waren de eerste geestelijke bewegingen die een begin maakten met het geleidelijk aan naar buiten, in de openbaarheid brengen van esoterische inhouden die vroeger verborgen werden gehouden. Hun geestelijke leiders waren zich bewust dat

met het geestelijk wakker worden van de mensen in de 20e eeuw de tijd gekomen was om een deel van de esoterische kennis breder toegankelijk te maken. Dat gebeurde door Rudolf Steiner op het gebied van de algemene esoterie en het esoterisch christendom.

In duizenden voordrachten over de meest uiteenlopende thema’s en in zijn boeken bracht hij kennis en inzichten in de diepere, tot dan toe verborgen aspecten van het leven en van Christus. De lezingen werden gebundeld en als ‘Gesammtausgabe’ (GA) (verzamelde lezingen) uitgegeven. Enkele titels van Rudolf Steiner op het gebied van het esoterisch christendom zijn: Het esoterische christendom en Wegen naar Christus.

Daarnaast geeft ook zijn boekje De geestelijke leiding van mens en mensheid  belangrijke inzichten.

 

Naar het begin van dit artikel